Vragen van het lid Van der Steur (VVD) aan de minister van Veiligheid en Justitie over kinderporno op de computer bij leraar basisschool (ingezonden 29 november 2010).

Antwoord van staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 7 januari 2011). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2010–2011, nr. 853.

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht «kinderporno op basisschool» waaruit blijkt dat een basissschool in Avenhorn pas deze week heeft gehoord dat twee jaar geleden kinderporno is gevonden op de computer van de adjunct-directeur?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Klopt het dat het Openbaar Ministerie pas twee jaar nadat de kinderporno is gevonden de basisschool op de hoogte heeft gesteld?

Antwoord 2

Ja.

Vraag 4

Kunt u aangeven of er bij het openbaar ministerie beleid bestaat inzake het melden van verdenkingen van dit soort ernstige feiten bij personen die beroepsmatig veel met kinderen te maken hebben en zo ja, wat houdt dat beleid in? En zo nee, bent u voornemens hier beleid voor te formuleren?

Antwoord 4

Het beleid van het OM wordt in deze bepaald door de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) en de Aanwijzing Wjsg. Hierin staan diverse doelen genoemd op basis waarvan (vroegtijdig) kan worden overgegaan tot het op de hoogte brengen van derden van strafvorderlijke informatie. Werkgevers van «gevoelige bedrijven of instellingen» waar met kinderen wordt gewerkt, worden in de Aanwijzing specifiek als ontvanger van de informatie genoemd. Zo kan de strafvorderlijke informatie worden verstrekt met het oog op het voorkomen van strafbare feiten (art. 39f sub a Wjsg). Ook kan bijvoorbeeld een schoolbestuur worden ingelicht zodat maatregelen kunnen worden getroffen voor de interne veiligheid op school (art. 39f sub b Wjsg). Verder kunnen aan werkgevers die gegevens worden verstrekt die nodig zijn om rechtspositionele maatregelen te kunnen treffen tegen een verdachte werknemer, waarvan wordt gemeend dat deze zijn functie niet meer op integere wijze kan vervullen (art. 39f sub e Wjsg).

In gevallen waarbij sprake is van een combinatie van een gevoelige functie en de verdenking van kinderporno of kindermisbruik, wordt over het algemeen al snel een zwaarwegend algemeen belang alsmede een spoedeisend belang aanwezig geacht die een informatieverstrekking aan derden kunnen rechtvaardigen. Het OM zal in dergelijke zaken in beginsel informatie verstrekken indien de officier van justitie heeft besloten om daadwerkelijk tot vervolging van de verdachte over te gaan, en nog voordat de rechter zich over de bewijsbaarheid heeft uitgelaten.

Vraag 3 en 5

Kunt u aangeven waarom het Openbaar Ministerie de school niet eerder op de hoogte heeft gesteld? Zo nee, waarom niet?

Deelt u de mening dat de school direct op de hoogte had moeten worden gesteld? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 3 en 5

Het OM had de schoolleiding al eerder op de hoogte behoren te stellen van de verdenking tegen hun directeur. Ik begrijp de ontevredenheid die hierover leeft bij de betrokken ouders en medewerkers van de school. Met de voorzitter van het College van procureurs-generaal betreur ik de gang van zaken.

Hoewel er geen aanwijzingen zijn dat het geregeld voorkomt dat gevoelige instellingen als scholen te laat worden geïnformeerd, zal het OM, gelet op het belang dat het hier aan hecht, toch intern maatregelen nemen om herhaling te voorkomen.


XNoot
1

Nu.nl, «Kinderporno bij leraar basisschool», 25 november 2010.

Naar boven