Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-2011796

Vragen van de leden Hernandez en Lucassen beiden (PVV) aan de ministers van Defensie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het bericht dat Nederlandse militairen op Curaçao – volgens een hoge militair van Defensie – een inburgeringcursus moeten volgen in verband met de omgang met de lokale bevolking (ingezonden 11 november 2010).

Antwoord van minister Hillen (Defensie) (ontvangen 15 december 2010).

Vraag 1, 2, 5, 6 en 7

Is het waar dat een luitenant-kolonel der mariniers, wetenschappelijk medewerker van de Nederlandse Defensie Academie (NLDA), heeft gepleit voor een inburgeringcursus voor alle Nederlandse militairen op Curaçao, waarbij zij kennis moeten vergaren over de lokale cultuur, gewoonten en geschiedenis en zij de lokale voertaal Papiamento moeten leren?1

Zo ja, wat was de aanleiding voor deze militair om zijn politieke uitspraken te doen en hoe beoordeelt u deze uitspraken van een van uw medewerkers?

Deelt u de mening dat deze luitenant-kolonel der mariniers gewoon zijn taak moet uitvoeren en zich dient te onthouden van dergelijke politieke uitspraken? Zo nee, waarom niet?

Deelt u de mening dat onze overzeese Nederlandse mariniers die de taak hebben om de integriteit van de eilanden te beschermen, woelingen moeten beteugelen en hulpverlening moeten bieden bij calamiteiten en rampen niet moeten worden gehinderd in hun werkzaamheden door bovenstaande onzinnige redeneringen van een van uw medewerkers? Zo nee, waarom niet?

Bent u in het kader van het bovenstaande bereid deze betreffende medewerker in zijn uitspraken te corrigeren en ervoor te zorgen dat deze luitenant-kolonel der mariniers zich in de toekomst niet op deze wijze uitlaat? Zo ja, welke maatregelen gaat u dan treffen ? Zo nee, waarom niet?  

Antwoord 1, 2, 5, 6 en 7

Het bericht in de Telegraaf berust op een artikel in het Marineblad van oktober jongstleden. Het Marineblad is een uitgave van de Koninklijke Vereniging van Marineofficieren (KVMO). Het artikel is geschreven door een Nederlandse antropologe en gaat over de verschillende beelden die de inwoners in de West en de aldaar geplaatste Nederlandse militairen van elkaar hebben. Zij concludeert onder andere dat een betere kennis van de lokale cultuur, gebruiken en taal bijdraagt aan een vergroting van het draagvlak bij de lokale bevolking voor de Nederlandse militairen. Zij pleit daarbij voor een verplichte integratiecursus voor Europese Nederlanders die langere tijd aldaar verblijven.

Ik vind het wenselijk dat militairen deel uitmaken van de lokale samenleving. Goede verhoudingen met de plaatselijke bevolking zorgen voor een draagvlak voor de aanwezigheid van de Nederlandse militairen en dragen daarmee bij aan een goede taakuitoefening. Aan de Nederlandse militairen die voor langere tijd geplaatst worden op Curaçao biedt Defensie daarom lessen in taal, cultuur en gebruiken aan. Tevens hebben deze defensiemedewerkers de mogelijkheid buiten de kazerne, tussen de lokale bevolking te gaan wonen.

De in de vragen bedoelde luitenant-kolonel der mariniers, vice-voorzitter van de KVMO, is reeds met functioneel leeftijdsontslag. In het marineblad zijn bij het artikel van de antropologe twee kaders van zijn hand opgenomen met persoonlijke ervaringen met cultuurverschillen tussen Europese Nederlanders en de lokale bevolking op Curaçao. Ik zie geen enkele aanleiding, en ook geen mogelijkheden voor maatregelen zoals bedoeld in vraag 7. Het artikel zie ik overigens als ondersteuning van de gedachte achter de motie van de leden Ortega-Martijn en Slob van 17 november jl. (Kamerstuk 32 428, nr. 15).

Vraag 3

Bent u ervan op de hoogte dat deze luitenant-kolonel al eerder politieke uitspraken heeft gedaan toen hij zich kritisch uitliet over de missie in Afghanistan en zelfs betwijfelde dat Nederlandse gesneuvelden in Uruzgan stierven voor de goede zaak?2

Antwoord 3

Het is mij bekend dat deze luitenant-kolonel b.d. in 2009 een opiniestuk heeft geschreven over de missie in Afghanistan.

Vraag 4

Kunt u aangeven in hoeverre militairen en ambtenaren bij Defensie de ruimte hebben om politieke uitspraken te doen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 4

Militairen en ambtenaren van Defensie zijn net als andere rijksambtenaren gehouden aan de bepalingen in de Aanwijzing inzake externe contacten van rijksambtenaren zoals vastgelegd bij besluit van de Minister-President van 19 mei 1998/Nr. 98M004214 (Stcrt. 1998, nr 104).


XNoot
1

De Telegraaf, «Inburgeringscursus soldaten Curaçao», 9 november 2010.

XNoot
2

De Telegraaf, Hoezo sneuvelen in Uruzgan voor «goede zaak»?, 21 februari 2009.