Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-2011416

Vragen van het lid Ulenbelt (SP) aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de reiskostenvergoedingen verstrekt door het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen (UWV) (ingezonden 29 oktober 2010).

Antwoord van staatssecretaris De Krom (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 10 november 2010).

Vraag 1 t/m 5

Is het waar dat de reiskosten tot 15 kilometer, voor mensen zonder medische beperkingen, niet meer worden vergoed per 1 oktober 2010 door het UWV?

Waarom is dit besluit genomen?

Hoeveelheid geld levert dit het UWV op?

Welke andere wijzen van besparingen zijn overwogen?

Bent u bereid het UWV te bewegen om deze maatregel in te trekken? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 1 t/m 5

In hun brief van 26 juni 2009 aan uw Kamer (Kamerstukken II, 31 514, nr. 32) hebben mijn voorgangers u geïnformeerd over de afspraken over reiskostenvergoedingen die door de Werkpleinen worden gehanteerd.

Aanleiding daarvoor was dat er tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel wijziging Wet SUWI door uw Kamer de verschillen bij het vergoeden van reiskosten door de Werkpleinen aan de orde werden gesteld.

In de brief bent u geïnformeerd over de afspraken die door mijn voorgangers zijn gemaakt met UWV en met de VNG hierover.

Met UWV is destijds afgesproken om de regelingen met betrekking tot de reiskostenvergoedingen van UWV te uniformeren. De nieuwe reiskostenregeling heeft betrekking op AG- en WW-klanten die op verzoek van UWV worden uitgenodigd op één van de vestigingen. In de nieuwe regeling komen klanten alleen nog voor vergoeding van reiskosten in aanmerking, indien de enkele reisafstand vijftien kilometer of meer bedraagt. Daarnaast komen klanten die zijn aangewezen op bijzonder vervoer (vastgesteld via indicatie van arts) en klanten die in het buitenland verblijven voor vergoeding in aanmerking.

Via bestuurlijk overleg is de LCR destijds gevraagd om een reactie op deze beleidwijzigingen.De LCR was verheugd dat er een regeling zou komen voor een reiskostenvergoeding voor cliënten ten behoeve van het bezoeken van de Werkpleinen, maar had graag gezien dat deze ruimer zou worden opgezet en dat deze ook voor cliënten van gemeenten zou gelden.

Met de VNG is destijds afgesproken om via de verzamelbrief een oproep te doen aan gemeenten om op lokaal niveau afspraken te maken met andere gemeenten en UWV, om het beleid voor reiskostenvergoedingen voor de klanten van het betreffende Werkplein te uniformeren. In de verzamelbrief van juni 2009 is een dergelijke oproep aan de gemeenten gedaan.

De aanleiding van deze wijziging is de harmonisatie van de verschillende regelingen die golden bij UWV. Een mogelijk neveneffect hiervan is de besparing op de totale reiskostenvergoedingen, maar niet zo zeer een omvangrijke besparing op de uitvoeringskosten. Voor WW-klanten bestond de minimale reisafstand van vijftien kilometer al. Met de wijziging van de regeling komen WW-klanten ook in het eerste halfjaar voor vergoeding in aanmerking. De wijziging van de regeling betekent voor AG-klanten een introductie van de vijftien kilometer grens.