Vragen van het lid Van Veldhoven (D66) aan de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie over het bericht «Gasunie moet 1,7 miljard afwaarderen» (ingezonden 5 augustus 2011).

Antwoord van minister Verhagen (Economische Zaken, Landbouw en Innovatie), mede namens de minister van Financiën (ontvangen 7 september 2011).

Vraag 1

Kent u het bericht «Gasunie moet mogelijk 1,7 miljard afboeken»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Is het waar dat Gasunie nu al 900 miljoen euro heeft moeten afboeken en is de inschatting correct dat dit zou kunnen oplopen tot 1,7 miljard euro? Zo nee, wat zou dan een accurate schatting zijn van de maximale afschrijving?

Antwoord 2

Ja, op basis van de thans beschikbare informatie over de ontwerpmethodebesluiten van de NMa heeft Gasunie € 900 miljoen afgeboekt. Indien de definitieve besluiten niet substantieel wijzigen ten opzichte van het huidige ontwerp en de geschatte terugbetalingsverplichting van circa 1 miljard euro in stand blijft, dan zal Gasunie genoodzaakt zijn om nog eens circa € 800 miljoen af te boeken in 2011.

Vraag 3

Wat zou de impact van zowel de gedane als de mogelijke maximale afschrijving kunnen zijn voor de overheid, maar daarnaast (eventueel indirect) voor particulieren en bedrijven?

Antwoord 3

De afboekingen leiden tot een eenmalig verlies voor Gasunie over 2011. Over het boekjaar 2011 zal in 2012 geen dividend aan de Staat als aandeelhouder worden uitgekeerd. Deze dividendderving komt ten laste van de Rijksbegroting.

Verder gaat de afboeking via een nettoverlies ten laste van het eigen vermogen van Gasunie, waardoor de balansverhoudingen verslechteren. Dit kan het aantrekken van nieuwe financiering duurder maken. Om de kredietwaardigheid van Gasunie op voldoende niveau te houden, zullen toekomstige investeringen nog eens goed tegen het licht gehouden worden of zal mogelijk nieuw eigen vermogen moeten worden aangetrokken. Verder zal een eventuele verlaging van de transporttarieven ertoe leiden dat de toekomstige cash flows en de winstgevendheid van Gasunie structureel lager uitvallen met een negatief effect op het dividend en daarmee de waarde van de onderneming. Een en ander impliceert dat de Staat en de Rijksbegroting financieel geraakt worden.

Een gevolg van de ontwerpmethodebesluiten is dat Gasuniedochter GTS aan haar klanten (voornamelijk energiehandelaren, grootverbruikers van gas, industrieën, elektriciteitsbedrijven en transitpartijen, uit binnen- en buitenland) lagere tarieven in rekening zal moeten brengen dan waarmee rekening gehouden was op basis van het vorige, door de rechter vernietigde methodebesluit. Een deel van dit voordeel komt dus bij buitenlandse afnemers terecht. De NMa keert met de ontwerpmethodebesluiten terug naar het niveau van de eerder – in 2005 – vastgestelde parameters. De verlaging zal met terugwerkende kracht gelden voor de tarieven vanaf 2006. De NMa heeft aangegeven dat het verschil moet worden terugbetaald door dit in mindering te brengen op de toekomstige tarieven. De NMa moet de omvang van de terugbetalingsverplichting nog vaststellen. Het is aan de bedrijven die profiteren van de lagere tarieven of zij dit voordeel willen doorgeven aan hun klanten. Bij goede marktwerking mag verwacht worden dat dit voordeel door concurrentiedruk uiteindelijk bij de klant terecht komt. Maar daartoe bestaat geen formele wettelijke verplichting. Wel kent de wet voor leveranciers aan kleinverbruikers een vorm van tarieftoezicht. Wanneer de NMa vaststelt dat de marges op de levering aan kleinverbruikers te hoog zijn, kan zij voor deze leveranciers maximum leveringstarieven vaststellen. Het effect op de gasrekening van burgers zal overigens beperkt zijn omdat de transporttarieven van GTS slechts enkele procenten van de totale gasrekening uitmaken.

Vraag 4

Kan de afschrijving effect hebben op het onderhoud en de modernisering van het Nederlandse gasnetwerk?

Antwoord 4

GTS heeft aangegeven dat de geplande uitgaven voor de instandhouding en modernisering van het gasnet onder druk kunnen komen te staan als de ontwerpmethodebesluiten ongewijzigd blijven. GTS heeft echter de wettelijke taak om het gasnet veilig en integer te beheren. De veiligheid van het net kan en mag daarbij niet in het gedrang komen. De kosten van onderhoud zijn in de door de NMa vastgestelde tarieven meegenomen.

Vraag 5

Hoeveel geld wordt, ten aanzien van de modernisering, van het gasnetwerk de komende jaren uitgetrokken voor het klaar maken voor «vergroening» van het Nederlandse gasnetwerk?

Antwoord 5

Vergroening van gas staat in eerste instantie in het teken van de vergroening van de productie van gas. Groen gas is biogas van aardgaskwaliteit dat in het bestaande gasnet kan worden ingevoed. De productie van groen gas stimuleer ik met de SDE+. Van het budget van de SDE+ van 2011 gaat waarschijnlijk een flink deel naar groen gas; de beoordeling van de SDE+ aanvragen vindt momenteel nog plaats.

Netbeheerders hebben op grond van de Gaswet de verplichting om invoeders en afnemers van gas aan te sluiten. Dit geldt voor alle projecten, dus ook voor projecten die samenhangen met de vergroening van het Nederlandse gasnetwerk. Groen gas maakt gebruik van het bestaande gasnet en mede hierdoor is groen gas een relatief kosteneffectieve vorm van duurzame energie. Naast de investeringen in de productie-installaties, aansluitleidingen en opwerk- en invoedinstallaties, zijn er geen specifieke investeringen voor vergroening van de infrastructuur zelf. Wel wordt gewerkt aan een innovatie die meer bestaande gasnetten geschikt kan maken voor de invoeding van groen gas. Veel decentrale gasnetten zijn momenteel niet geschikt voor invoeding omdat de vraag naar gas op het betreffende net – met name in de zomer – soms lager is dan de productie van de vergistingsinstallatie. Er kan op dat gasnet dan niet, of minder dan noodzakelijk voor een goede businesscase, worden ingevoed. Door het gas over te storten naar een hoger net, wordt het lagere net wel geschikt voor invoeding. Voor de ontwikkeling van groen gas kan dit een belangrijke ontwikkeling zijn. Op dit moment ben ik in overleg met de sector over de mogelijkheden en kosten van overstort.

Vraag 6

Welk effect hebben respectievelijk de gedane en potentiële afschrijving op het in het artikel in het bijzonder aangehaalde project Gasrotonde?

Antwoord 6

Vele partijen werken aan de realisatie van de verschillende onderdelen van de gasrotonde. Gasunie is een van deze partijen. Gasunie heeft bij de bekendmaking van de afschrijving aangegeven dat door de ontwerpmethodebesluiten van de NMa de haalbaarheid van nieuwe investeringen onder druk komt te staan. Een gevolg van de ontwerpmethodebesluiten van de NMa is dat Gasunie de komende jaren minder middelen heeft om te investeren in projecten in het kader van de gasrotonde. Wel heeft Gasunie in juni besloten om, ondanks de onzekerheid over het reguleringskader, te investeren in uitbreidingen van haar gastransportnetwerk (ter waarde van een half miljard euro). Deze investering betrof een wettelijke verplichting van GTS om te voldoen aan de vraag naar transportcapaciteit en was noodzakelijk om daadwerkelijke knelpunten in het gasnet te voorkomen. Het is weer een belangrijke stap in de gasrotonde-ambitie.

De gasrotonde-ambitie bestaat uit veel meer initiatieven en projecten dan alleen die van Gasunie. Het mag echter duidelijk zijn dat voldoende en goede infrastructuur van buitengewoon belang is voor het verwezenlijken van de ambitie. Daarom heb ik in het Energierapport aangekondigd dat het kabinet met een aanpassing van de wet komt om netbeheerders meer ruimte te geven om te investeren in netten ten behoeve van de voorzieningszekerheid en het inpassen van hernieuwbare energie. Daarbij zal de mogelijkheid van het realiseren van een redelijk rendement als uitdrukkelijk criterium voor de vaststelling van de regulering worden benoemd. Dit is in lijn met geldende Europese regelgeving.

Vraag 7

Is het door Gasunie verwachte negatieve resultaat van 370 miljoen euro over geheel 2011 inclusief de gehele afschrijving van 1,7 miljard euro? Zo nee, hoe is deze verwachting dan opgebouwd? Hoeveel van de afschrijving wordt dan nog in 2012 verwacht?

Antwoord 7

Het verwachte verlies van € 370 miljoen euro over 2011 is gebaseerd op de huidige afboeking van € 900 miljoen. Een eventuele tweede afboeking van mogelijk € 800 miljoen euro is daarin nog niet verwerkt. Deze afboeking zal mogelijk in het tweede halfjaar volgen en zal in dat geval leiden tot een additioneel netto verlies van € 600 miljoen, waardoor het totale netto verlies over heel 2011 naar schatting 1 miljard zal bedragen. De gehele afschrijving van € 1,7 miljard wordt dan verantwoord in 2011.


X Noot
1

http://www.nu.nl/economie/2579675/gasunie-moet-mogelijk-17-miljard-afboeken.htm

Naar boven