Vragen van het lid
Biskop
(CDA) aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht «Onderwijsassistent kan niet begrijpend lezen»
(ingezonden 22 juli 2011).
Antwoord van minister
Van Bijsterveldt-Vliegenthart
(Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 6 september 2011).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht «Onderwijsassistent kan niet begrijpend lezen»?1
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de resultaten van het Amsterdamse onderzoek, dat nog niet de helft van de onderwijsassistenten op Amsterdamse
basisscholen een voldoende haalt voor een toets begrijpend lezen?
Antwoord 2
Dat vind ik zorgwekkend. Ik vind het dan ook een goede zaak dat de Amsterdamse schoolbesturen bijscholing organiseren ter
verbetering van de taalvaardigheid van hun onderwijsassistenten.
Vraag 3
In hoeverre acht u de resultaten van het Amsterdamse onderzoek representatief voor het kennisniveau van onderwijsassistenten
in de rest van het land?
Antwoord 3
Omdat het onderzoek alleen in Amsterdam is uitgevoerd, kan ik over de representativiteit geen uitspraken doen.
Vraag 4
Kunt u bevestigen dat in het onderzoek door de koepelorganisatie voor Amsterdamse schoolbesturen in het primair onderwijs
gebruik is gemaakt van een toets, die aansluit bij de nieuwe exameneisen die vanaf schooljaar 2013–2014 aan mbo'ers worden
gesteld? Klopt het dat in de afgelopen jaren in het mbo extra is geïnvesteerd in taal en rekenen? In hoeverre acht u deze
extra inzet geslaagd gezien de resultaten van het Amsterdamse onderzoek?
Antwoord 4
De koepelorganisatie geeft inderdaad aan dat de toets die zij aan de onderwijsassistenten van de basisscholen hebben voorgelegd
is afgestemd op de nieuwe exameneisen voor Nederlandse taal in het mbo.
In het mbo wordt inderdaad vanaf 2010 volop geïnvesteerd in taal- en rekenonderwijs. Alle studenten die vanaf 2010–2011 met
de mbo-opleiding Onderwijsassistent zijn begonnen, krijgen voortaan taal- en rekenonderwijs dat afgestemd is op de nieuwe
referentieniveaus. Vanaf 2013–2014 zullen deze referentieniveaus centraal worden geëxamineerd.
De onderwijsassistenten die in Amsterdam zijn getoetst, hebben nog niet kunnen profiteren van mijn gevoerde beleid. De Amsterdamse
onderzoeksresultaten bevestigen wel de noodzaak van het door mij ingezette beleid voor taal en rekenen in het mbo.
Vraag 5
Overweegt u op grond van deze onderzoeksresultaten het beleid ten aanzien van het taalonderwijs op het mbo nader aan te scherpen?
Zo ja, op welke wijze dan? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Het tijdpad voor invoering van de referentieniveaus, zoals ik in mijn antwoord op vraag 4 heb geschetst, getuigt reeds van
de hoge prioriteit die ik geef aan een goede beheersing van taal en rekenen.
Vraag 6
Ziet u binnen de bestaande kaders mogelijkheden om te zorgen dat onderwijsassistenten die de komende jaren afstuderen een
voldoende taal- en rekenniveau hebben? Hoe denkt u dit te gaan bereiken?
Antwoord 6
Ja, mijn beleid gericht op de referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen in het mbo betekent dat onderwijsassistenten die
in 2014 hun mbo-diploma behalen, aan de hand van resultaten van centrale examens Nederlandse taal en rekenen, kunnen aantonen
over voldoende taal- en rekenvaardigheden te beschikken. Ook de in 2012 of 2013 afgestudeerde onderwijsassistenten hebben
taal- en rekenonderwijs achter de rug. Zo hebben deze studenten verplichte schoolexamens Nederlands afgelegd, en hebben zij
taal- en rekenonderwijs gehad in het kader van hun beroep en ter voorbereiding op een eventuele doorstroom naar de Pabo.
Vraag 7
Op welke wijze denkt u onderwijsassistenten, die in het verleden zijn afgestudeerd, op een voldoende niveau van taal en rekenen
te brengen?
Antwoord 7
Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van hun personeel. Indien wordt geconstateerd dat de onderwijsassistenten
werkzaam op een basisschool onvoldoende bekwaam zijn op het terrein van taal en/of rekenen, is het de verantwoordelijkheid
van het schoolbestuur om te zorgen voor bijscholing.
Vraag 8
Als in hetzelfde bericht wordt aangeduid dat Amsterdam werkt aan een ambitieus plan om de kwaliteit van het onderwijs te verhogen,
onder andere door het verbeteren van het resultaat van de Cito-toets, welke lessen kunnen uit deze aanpak dan worden getrokken
voor alle basisscholen en zo mogelijk ook voor het mbo?
Antwoord 8
De plannen van Amsterdam om de kwaliteit van het onderwijs te verhogen en het resultaat van de Cito-toets te verbeteren sluiten
heel goed aan op mijn actieplan Basis voor presteren. Met dit actieplan wil ik stimuleren dat alle basisscholen hogere ambities
stellen op het terrein van de leerprestaties en meer opbrengstgericht werken. Ook sluiten de plannen van Amsterdam goed aan
bij mijn beleid voor taal en rekenen voor het mbo.
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Van der Ham (D66), ingezonden 21 juli 2011 (vraagnummer
2011Z15693).
X Noot
1De Telegraaf, 20 juli 2011.