Vragen van de leden Spekman en van Dekken (beiden PvdA) aan de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over stelselmatige onderbetaling van bouwvakkers bij de Nuon-centrale in de Eemshaven (ingezonden 24 juni 2011).

Antwoord van minister Kamp (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 17 augustus 2011).

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht dat FNV Bondgenoten zegt dat uitzendbureaus bij de bouw van de Nuon-centrale in de Eemshaven bouwvakkers stelselmatig onderbetalen?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Is de Arbeidsinspectie op de hoogte van de onderbetaling van deze mensen door de uitzendbureaus? Zo ja, welke stappen onderneemt de Arbeidsinspectie op dit moment om een einde te maken aan deze situatie? Zijn deze stappen ook gericht op de opdrachtgever van de uitzendbureaus? Zo nee, welke stappen zal de Arbeidsinspectie alsnog ondernemen?

Antwoord 2

De Arbeidinspectie heeft de afgelopen anderhalf jaar regelmatig meerdere bedrijven in de Eemshaven gecontroleerd en heeft daarbij vooralsnog geen overtredingen in verband met onderbetaling onder het minimumloonniveau vastgesteld. Op dit moment is nog wel een onderzoek naar de betaling van buitenlandse werknemers gaande, maar dit staat los van de onderhavige berichtgeving vanuit FNV Bondgenoten en betreft niet een onderaannemer van Nuon/Mitsubishi.

Desgevraagd heeft de FNV bevestigd dat het in deze kwestie niet gaat om overtredingen van de Wml, maar om niet naleving van cao-afspraken. Het is daarbij aan sociale partners om zorg te dragen voor de juiste naleving en handhaving.

Vraag 3

Zijn de betrokken uitzendbureaus in Nederland gevestigd? Zo ja, zijn het gecertificeerde uitzendbureaus? Of is er sprake van «malafide» bedrijven? Zo nee, heeft dat consequenties voor de manier waarop de Arbeidsinspectie kan optreden tegen deze onderbetaling?

Antwoord 3

In deze zaak is geen sprake van overtredingen van wetgeving waar de Arbeidsinspectie op toeziet. In algemene zin wordt door de Arbeidsinspectie tegen gecertificeerde uitzendbureaus die de wet overtreden niet anders opgetreden dan tegen wetsovertreders die niet gecertificeerd zijn.

Tijdelijk in Nederland gedetacheerde werknemers hebben op grond van de Wet arbeidsvoorwaarden grensoverschrijdende arbeid overigens recht op de «harde kern» van arbeidsvoorwaarden, volgens de algemeen verbindend verklaarde cao in de betreffende sector: cao-loon, vakantiedagen, rust- en werktijden, veiligheidsmaatregelen en gelijke behandeling.

Vraag 4

Kunt u aangeven hoe het gesteld is met de inning van boetes die worden opgelegd aan bedrijven die hun werknemers stelselmatig onderbetalen? Hoe verloopt die inning ten opzichte van boetes die om andere redenen worden opgelegd, zoals het ontduiken van de Arbeidstijdenwet of de Arbeidsomstandighedenwet?

Antwoord 4

Voor de beantwoording op deze vraag verwijs ik u kortheidshalve naar mijn brief aan uw Kamer van 12 augustus j.l. (kenmerk INSP/2011/11903) naar aanleiding van de vragen van de heer Heijnen, gesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 9 juni 2011 over het jaarverslag van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties.

Vraag 5

Bent u van mening dat strenger optreden tegen overtredingen de aangekondigde halvering van inspectiecapaciteit van de Arbeidsinspectie op het Wettelijk minimumloon voldoende opvangt? Is de afschrikwekkende werking van boetes groot genoeg om situaties zoals deze tegen te gaan?

Antwoord 5

In deze casus is geen sprake van Wml-ontduiking, zoals aangegeven onder antwoord 2.

Voor het overige meld ik u dat ik verwacht dat niet alleen door strenger optreden tegen overtredingen, maar ook door andere aanvullende maatregelen de effectiviteit van de handhaving van de arbeidswetgeving zal toenemen.

Het gaat daarbij om een pakket aan maatregelen. Naast voorlichting (onder meer via de campagne «voorkom problemen, weet hoe het zit») zal ook de strengere fraudeaanpak bijdragen tot betere naleving. Met fors hogere boetes – in eerste aanleg en bij recidive – en met aanvullende preventieve maatregelen, zoals de last onder dwangsom en de mogelijkheid tot stillegging van bedrijven, zal de afschrikwekkende werking van de sancties zeker toenemen. Tevens verwacht ik dat meer effect in de handhaving bereikt kan worden door meer gerichte controles als gevolg van een verbeterde selectie van te inspecteren bedrijven door gebruik te maken van informatiegestuurde risicoanalyses, zowel op sectoraal als op bedrijfsniveau. Door intensieve samenwerking op het terrein van informatie-uitwisseling tussen toezichthouders onderling zal de handhaving versterkt kunnen worden. Van belang daarbij is dat voorzien wordt in een verruiming van de mogelijkheden tot uitwisseling tussen publieke en private toezichthouders via een wijziging van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, die binnenkort bij uw Kamer zal worden ingediend. En ook de vereenvoudigingen in de Wml-handhaving, zoals aangekondigd in mijn brief maatregelen arbeidsmigratie Midden- en Oost-Europa (Tweede Kamer, 2010–2011, 29 407, nr 118 p. 13), zullen de handhaafbaarheid van de wetgeving verbeteren, waardoor voor de Arbeidsinspectie efficiencywinst te behalen is.


X Noot
1

http://www.rtvnoord.nl/nieuws/nieuws.asp?pid=101573

Naar boven