Vragen van de leden Hamer en Smeets (beiden PvdA) aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het gebruik van een sterfhuisconstructie bij een onwelgevallig gerechtelijk oordeel over te betalen ontslagvergoedingen (ingezonden 22 juni 2011).

Antwoord van minister Kamp (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 11 augustus 2011).

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht «Woede over faillissementsaanvraag Doorwin»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Wat is uw opvatting over de door Doorwin gekozen manier om de ontslagvergoedingen voor het personeel van Limburg Kozijnen te Sittard-Geleen niet te hoeven betalen?

Antwoord 2

Uit de berichtgeving maak ik op dat de betreffende werkgever gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid om het ontbindingsverzoek in te trekken. Overeenkomstig artikel 7:685 lid 9 BW is dit binnen de gestelde termijn toegestaan als de rechter voornemens is een ontbinding van de arbeidsovereenkomst uit te spreken waaraan een vergoeding wordt verbonden.

De onderliggende beweegredenen, feiten en omstandigheden zijn mij niet bekend. Bovendien is een oordeel hierover voorbehouden aan de rechter.

Vraag 3

Deelt u de mening dat de door Doorwin gekozen methode disproportioneel schadelijk is voor de betrokken werknemers? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 3

Indien een werkgever, zoals in dit geval Doorwin, gebruik maakt van een wettelijke bevoegdheid om zijn ontbindingsverzoek in te trekken, hoeft dat niet per se schadelijk te zijn voor de betrokken werknemers. Immers, als het verzoek wordt ingetrokken dient de arbeidsovereenkomst te worden voortgezet. Dit laat onverlet dat er daarna op basis van andere gronden kan worden besloten tot het aanvragen van faillissement. Het aanvragen van een faillissement kan misbruik van recht opleveren. Dit blijkt onder meer uit het arrest van de Hoge Raad 29 juni 2001 (LJN: AB 2388). In dat geval was er ook sprake van een intrekking van het verzoek tot ontbinding op grond van artikel 7:685 lid 9 BW. Vervolgens werd faillissement aangevraagd. Op grond van de daar vastgestelde feiten bleek dat de enige reden voor de werkgever om faillissement aan te vragen was om van de verplichtingen tegenover de werknemers «af te komen» en dus was er sprake van misbruik van bevoegdheid bij de aangifte van faillietverklaring. Bij misbruik is onder meer artikel 13a van de Faillissementswet van belang. Dit artikel bepaalt dat na vernietiging van het faillissement de opzegging van de arbeidsovereenkomst door de curator met terugwerkende kracht wordt beheerst door het buiten faillissement geldende ontslagrecht. Of er in deze zaak sprake is van soortgelijke feiten en omstandigheden is niet aan mij om te beoordelen maar aan de rechter.

Vraag 4

Zijn er instrumenten om gebruik van sterfhuisconstructies (zoals in dit geval gebruikt voor Limburg Kozijnen) tegen te gaan? Zo nee, bent u bereid deze te ontwikkelen?

Antwoord 4

Ik zie geen reden om – zoals wordt gesteld – het gebruik van «sterfhuisconstructies» tegen te gaan. De inrichting van het huidige arbeidsovereenkomsten- en het faillissementsrecht en de daaromtrent gevormde jurisprudentie bieden naar mijn oordeel voldoende bescherming voor werknemers om tegen onredelijk handelen van werkgevers op te komen.


X Noot
1

Vastgoedwereld.nl, 1 juni 2011.

Naar boven