Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-20112964

Vragen van het lid Çelik (PvdA) aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over extra bijdragen die ROC’s vragen in verband met opleidingsgebonden kosten (ingezonden 20 mei 2011).

Antwoord van minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 24 juni 2011).

Vraag 1

Hoe beoordeelt u de situatie dat het Alkmaarse Horizon College naast het gewone schoolgeld een extra bijdrage voor opleidingskosten voor onder meer software in rekening heeft gebracht en een ouder die het bedrag niet betaalde bedreigde met blokkade van de schoolpas van zijn zoon en inschakeling van een deurwaarder?1

Antwoord 1

Het is de scholen in beginsel toegestaan een vrijwillige (niet-wettelijke) bijdrage van hun studenten te vragen. De hoogte en aanwending ervan (extra voorzieningen en activiteiten, bijvoorbeeld niet-verplichte excursies) mag de school zelf bepalen. De student bepaalt op zijn beurt zelf of hij/zij van de extra voorzieningen en activiteiten gebruik wenst te maken. Het gebruik is geen verplichting en de betaling is alleen verplicht, indien de student ervoor getekend heeft. De school dient expliciet te wijzen op het niet verplichte karakter van deze extra vrijwillige bijdrage. De school moet inzichtelijk maken waaraan de niet-wettelijke bijdrage wordt besteed zodat de deelnemer een onderbouwde afweging kan maken of hij/zij gebruik wenst te maken van de extra faciliteit die door de instelling wordt geboden en of hij/zij bereid is de door de instelling daarvoor gevraagde prijs te betalen.

De inschrijving voor een opleiding kan niet afhankelijk gesteld worden van andere geldelijke bijdragen dan het les- of cursusgeld (artikel 8.1.4 van de Wet Educatie Beroepsonderwijs). Na inschrijving moet een deelnemer gebruik kunnen maken van onderwijs- en examenvoorzieningen. Lesmateriaal hoort in principe niet betaald te worden via de niet-wettelijke bijdrage, omdat daarvoor de rijksbijdrage is bedoeld. Boeken en specifiek voor de beroepsopleiding noodzakelijke leermiddelen zoals gereedschappen/werkkleding en dergelijke die eigendom worden van de deelnemer zijn wel voor rekening van de deelnemer. Dit is uitgewerkt in het servicedocument «vrijwillige bijdrage», dat in samenwerking tussen JOB en de MBO Raad in 2004 tot stand is gekomen is. Indien blijkt, dat een instelling toch het verplichte lesmateriaal bij deelnemers in rekening brengt, kan de inspectie de desbetreffende instelling daarop aanspreken en indien nodig zal ik een bekostigingssanctie treffen.

In de JOB brochure over schoolkosten die met betrokkenheid van OCW tot stand is gekomen wordt voorts met voorbeelden aangegeven wat wel en wat niet onder de vrijwillige bijdrage mag vallen. Bijvoorbeeld software die de student alleen in de les nodig heeft mag niet onder de vrijwillige bijdrage vallen.

Bij een verschil van mening over het innen van de niet-wettelijke bijdrage vind ik het inschakelen van een incassobureau een zeer zwaar middel om «haar gelijk te halen»; Evenmin vind ik een blokkade van de schoolpas geschikt. Eerst moeten andere mogelijkheden om een probleem tussen partijen in der minne te schikken, zijn uitgeprobeerd. Toegang tot onderwijs mag niet geweigerd worden op grond van het niet betalen van een vrijwillige bijdrage.

Vraag 2

Hoe beoordeelt u het geval van de leerling die voor zijn opleiding bloemschikken wekelijks voor € 30 bloemen moet kopen en van de leerling die voor de koksopleiding voor honderden euro’s eigen ingrediënten en verplicht een kookboek moet aanschaffen?

Antwoord 2

Leermiddelen, zoals studieboeken, werkkleding, gereedschappen en dergelijke die noodzakelijk zijn voor het volgen van de gekozen beroepsopleiding en eigendom worden van de deelnemer zijn voor rekening van de deelnemer.

Lesmateriaal hoort in principe niet bij de student in rekening te worden gebracht omdat daarvoor de rijksbijdrage bedoeld is. Sommige opleidingen krijgen een hogere rijksbijdrage vanwege de hogere opleidingskosten. Ingrediënten en materialen die tijdens de beroepsopleiding verwerkt worden horen in principe niet in rekening gebracht te worden bij de deelnemer.

Over extra bijdragen voor leermiddelen die noodzakelijk zijn voor het volgen van de beroepsopleiding kunnen school en deelnemer wel extra afspraken maken middels een overeenkomst. De extra bijdragen kunnen echter nooit eenzijdig «verplicht» worden opgelegd en de toegang tot de school kan dan ook niet geweigerd worden als een dergelijke overeenkomst over extra bijdragen niet wordt getekend.

De school hoort in alle gevallen transparant te zijn vóór aanvang van de opleiding ten aanzien van welke noodzakelijke kosten een deelnemer moet maken voor het kunnen volgen van de beroepsopleiding en welke vrijwillige (niet-wettelijke) bijdrage gevraagd wordt.

Ik ben me ervan bewust, dat de praktijk een grijs gebied laat zien en het niet altijd even duidelijk is welke leermiddelen voor rekening van de student zijn, welke voor rekening van de school en voor welke zaken de school een vrijwillige (niet-wettelijke) bijdrage kan vragen.

Ik zal JOB en de MBO Raad nadrukkelijk uitnodigen om nog dit najaar een geactualiseerd servicedocument op te stellen dat als leidraad kan dienen voor de scholen en de bve-instellingen hiervan in kennis stellen.

Vraag 3

Klopt het dat scholen met zulke praktijken wegkomen doordat veel ouders en mbo-studenten niet weten dat het helemaal niet mag? Zo ja, hoe beoordeelt u deze werkwijze die kennelijk steeds meer een gewoonte aan het worden is in het onderwijs?

Antwoord 3

Het klopt, dat ouders en mbo-studenten niet precies weten wat wel en niet als vrijwillige bijdrage naast het verplichte les- en cursusgeld krachtens artikel 8.1.4. van de WEB gevraagd mag worden. Vanwege de toename in klachten die JOB ontving over extra schoolkosten heeft JOB recentelijk, in overleg met het ministerie van OCW, een brochure over «Schoolkosten, wat zijn de regels over extra kosten op het mbo?» uitgebracht. Deze brochure is bedoeld voor mbo-studenten en ouders en geeft uitleg over de regels voor extra schoolkosten weer alsook zeer concrete voorbeelden over wat wel en niet onder de vrijwillige bijdrage mag vallen.

Het is belangrijk, dat studenten en ouders hierover goed geïnformeerd worden.

De instellingen hebben hier primair een taak in. Zij horen inzichtelijk te maken waaraan de niet-wettelijke bijdrage wordt besteed. Een deelnemer dient een onderbouwde afweging te kunnen maken of hij gebruik wenst te maken van de extra faciliteiten die door de instelling aan de deelnemer worden geboden en of hij bereid is de door de instelling daarvoor gevraagde bijdrage te betalen. Ik zal JOB en de MBO Raad nadrukkelijk uitnodigen om nog dit najaar een geactualiseerd servicedocument op te stellen dat als leidraad kan dienen voor de scholen. De JOB brochure «Schoolkosten, wat zijn de regels over extra kosten op het mbo?» kan hierbij als input dienen.

Vraag 4

Wat gaat u tegen deze praktijken ondernemen? Is dat in de vorm van informatie aan ouders en mbo-studenten of aanspreken van de ROC’s? Welke instrumenten heeft u om de scholen hierop aan te spreken?

Antwoord 4

Er zijn meerdere instrumenten om deze situaties tegen te gaan.

Met de recentelijk uitgebrachte brochure van JOB «Schoolkosten, wat zijn de regels over extra kosten op het mbo?» worden mbo-studenten en ouders beter geïnformeerd.

De inspectie houdt toezicht op de naleving van de wettelijke regels. Indien blijkt, dat een instelling zich niet aan de regels houdt, zal ik de desbetreffende instelling daarop zeker aanspreken en indien nodig een bekostigingssanctie treffen.

Ik zal JOB en MBO Raad nadrukkelijk uitnodigen om nog dit najaar een geactualiseerd servicedocument op te stellen dat als leidraad kan dienen voor de scholen en ik zal de bve-instellingen per brief hiervan in kennis stellen.

Een niet onbelangrijk instrument is de medezeggenschap. Studentenraden hebben een instemmingsrecht met betrekking tot de hoogte en de besteding van de vrijwillige bijdrage, alsmede de wijze waarom deze bijdrage tussen deelnemer en bevoegd gezag wordt overeengekomen. De studentenraden kunnen er ook op toezien, dat een instelling inzichtelijk maakt waaraan de vrijwillige bijdrage wordt besteed. Studentenraden zijn nu bij ca. de helft van de bve-instellingen ingevoerd. Het is zaak dat binnen zeer korte termijn de studentenraden bij alle bve-instellingen actief zijn.

Als in de sfeer van voorlichting alle mogelijkheden zijn benut en er toch nog teveel klachten komen, zal ik over een jaar in overleg met JOB en de Onderwijsinspectie bezien of aanscherping van de WEB artikel 8.1.4. Onderwijsbijdragen» kan bijdragen aan transparantie en betere naleving.

Vraag 5

Welke waarborgen bestaan er voor ouders en mbo-studenten die van hun goed recht gebruik maken om zulke rekeningen onbetaald te laten, dat de opleiding aan hun weigering niet op een andere wijze vervelende consequenties verbindt?

Antwoord 5

Omdat de niet-wettelijke bijdrage vrijwillig is, heeft een deelnemer de mogelijkheid niet akkoord te gaan met betaling van deze bijdrage. Als de deelnemer weigert de niet-wettelijke bijdrage te betalen behoudt hij alle rechten op volledig onderwijs. De deelnemer krijgt alleen niet (langer) de extra faciliteiten waarvoor de bijdrage bedoeld is.

Indien de (hoogte van de) niet-wettelijke bijdrage zonder instemming van de studentenraad tot stand is gekomen, is de studentenraad bevoegd een geschil hierover aanhangig te maken bij de commissie voor de geschillen. In dat geval is dus de studentenraad aan zet. Indien er een geschil ontstaat over een individueel overeengekomen niet-wettelijke bijdrage staan er verschillende wegen voor de betreffende deelnemer open: via het medezeggenschapsorgaan of via een civiele procedure.

Tot slot biedt de MBO klachtenlijn mogelijkheden voor mediation.

Vraag 6

Kunt u nog eens klip en klaar aangeven wat u vindt van al deze creatieve vormen van zogenaamde «vrijwillige bijdragen» waar ouders en leerlingen mee worden geconfronteerd?

Antwoord 6

Ik vind het buitengewoon belangrijk dat over de «vrijwillige bijdragen» geen misverstanden ontstaan tussen school, ouders en studenten. De brochure van JOB over schoolkosten schept extra helderheid over wat wel en niet mag. Ik vind het echter ook van belang dat er een gemeenschappelijke leidraad is waaraan alle instellingen gebonden zijn zodat er minder ruimte zal zijn voor allerlei creatieve vormen van extra schoolkosten. Als in de sfeer van voorlichting alle mogelijkheden zijn benut en er toch nog teveel klachten komen, zal ik over een jaar in overleg met JOB en de Onderwijsinspectie bezien of aanscherping van de WEB artikel 8.1.4. Onderwijsbijdragen kan bijdragen aan transparantie en betere naleving van de wet.

Toelichting:

Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van de leden Beertema (PVV), ingezonden 13 mei 2011 (vraagnummer 2011Z09852) en de leden Smits en Jasper van Dijk (beiden SP) (vraagnummer: 2011Z09858).


X Noot
1

de Volkskrant, «Roc zet leerling onder druk vanwege extra bijdrage», mei 2011.