Vragen van de leden
Omtzigt
(CDA),
Ten Broeke
(VVD) en
Arib
(PvdA) aan de minister van Buitenlandse Zaken over gevangenschap van de broer van een Armeense oppositiepolitica (ingezonden
19 mei 2011).
Antwoord van minister
Rosenthal
(Buitenlandse Zaken) (ontvangen 23 juni 2011).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het feit dat Tigran Postanjyan, de broer van Zaruhi Postanjyan, die voor de oppositiepartij «Heritage»
lid is van het Armeense parlement, sinds 23 februari 2011 gevangen zit? Heeft u kennisgenomen van het feit dat een fors aantal
NGO’s zijn gevangenschap beschouwt als een wijze om zijn zus onder druk te zetten over haar politieke activiteiten?1
Antwoord 1
Ja. Tigran Postanjyan is inmiddels op vrijdag 3 juni 2011 in vrijheid gesteld op grond van de amnestieregeling van 30 mei
2011.
Vraag 2
Klopt het dat hij met 18 medegevangenen wordt vastgehouden in een cel van 25 vierkante meter, zonder enige sanitaire faciliteiten?1 Zo ja, acht u dit in strijd met het Europees Verdrag inzake de Rechten van de Mens (EVRM)?
Antwoord 2
De heer Postanjyan heeft inderdaad met meerdere medegevangenen in een kleine cel gezeten. Volgens informatie van de OVSE-vertegenwoordiging
in Jerevan werd hij daarna overgebracht naar een eigen cel. De OVSE merkt verder op dat de omstandigheden waaronder de heer
Postanjyan gevangen zat niet afweken van de Armeense norm, die echter nog ver verwijderd is van de in Europa geldende normen.
Over de omstandigheden in Armeense gevangenissen en detentiecentra is de afgelopen jaren na onderzoek ter plekke gerapporteerd
door het European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment (CPT) van de Raad
van Europa, die aanbevelingen heeft gedaan voor hervorming van het Armeense gevangeniswezen teneinde deze in overeenstemming
te brengen met Europese normen en standaarden.
Vraag 3
Bent u bereid bij de Armeense ambassadeur om opheldering te vragen over detentie-omstandigheden van de heer Postanjyan en
de Armeense ambassadeur te verzoeken aan te geven of hij gevangen gehouden wordt vanwege zijn politieke activiteiten of de
politieke activiteiten van zijn zus?
Antwoord 3
De Nederlandse ambassadeur heeft op 19 mei jl. in Jerevan navraag gedaan bij de Armeense vice-minister van Buitenlandse Zaken.
Vervolgens heeft de Armeense ambassadeur op 25 mei jl. in een gesprek op mijn ministerie een toelichting op de zaak Postanjyan
en diens detentie gegeven. De Armeense regering ontkende enig verband tussen de arrestatie van de heer Postanjyan en de politieke
activiteiten van zijn zuster; volgens de Armeense regering betrof het een strafrechtelijk onderzoek vanwege vermeende corruptie.
Vraag 4
Bent u bereid om de Nederlandse ambassadeur de heer Postanjyan te laten bezoeken in de gevangenis en verslag uit te laten
brengen van de detentie-omstandigheden? Bent u bereid, wellicht in Raad van Europa verband, een vertegenwoordiger aanwezig
te laten zijn bij de rechtszaak tegen hem om te oordelen of de zaak eerlijk en correct verloopt, en terug te rapporteren aan
het Nederlandse parlement?
Antwoord 4
De Nederlandse ambassadeur (standplaats Tbilisi) stond in contact met personen die toegang hadden tot de gevangene (mevrouw
Postanjyan en de voorzitter van de partij van «Heritage», de heer Raffi Hovannisian). Daarnaast heeft de ambassadeur contact
gehad met de OVSE-vertegenwoordiging in Jerevan. Op basis van deze contacten heeft de Nederlandse ambassadeur een goed beeld
verkregen van de detentieomstandigheden. Mevrouw Postanjyan en de heer Hovannisian hadden de heer Postanjyan op 18 mei jl.
in zijn cel opgezocht. Het door hun geschetste beeld komt overeen met de beschrijving in het antwoord op de tweede vraag.
De OVSE is bij het proces aanwezig geweest. De OVSE merkte op dat een en ander procedureel correct verliep. De heer Postanjyan
werd beschuldigd van ambtsmisbruik en vermeende corruptie waarop een straf van maximaal 7 jaar zou staan. De rechter oordeelde
op vrijdag 3 juni jl. dat de heer Postanjyan in aanmerking kwam voor de amnestieregeling van 30 mei jl., waarop hij direct
in vrijheid is gesteld.
Vraag 5
Bent u bereid om aan de Armeense ambassadeur te vragen hoe het staat met het onderzoek naar het geweld van de veiligheidstroepen
op 1 maart 2008, dat aan tien mensen het leven kostte?2
Antwoord 5
Deze vraag is voorgelegd aan de Armeense vice-minister van Buitenlandse Zaken. De Armeense ambassadeur informeerde mijn ministerie
vervolgens over de meest recente ontwikkelingen. In Armenië zijn sinds december vorig jaar voorzichtig hervormingen op gang
gekomen en is een dialoog met de oppositie gestart. De Armeense regering heeft aangegeven het onderzoek naar de gebeurtenissen
van 1 maart 2008 definitief te willen afsluiten en het onderzoeksrapport binnenkort openbaar te maken om daarmee de democratische
ontwikkelingen in het land meer ruimte te bieden. De Armeense regering volgt hiermee de aanbevelingen van de Commissaris voor
de Mensenrechten van de Raad van Europa, de heer Thomas Hammarberg, die begin dit jaar Armenië heeft bezocht.
X Noot
1http://transparency.am/news.php?id=338&inside=1
X Noot
2Democracy on Rocky Ground: Armenia's Disputed 2008 Presidential Election, Post-Election Violence, and the One-Sided Pursuit
of Accountability, Human Rights Watch.