Vragen van de leden Dikkers en Timmermans (beiden PvdA) aan de minister en de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken over het gegeven dat seksueel geweld tegen vrouwen in Congo veel vaker voorkomt dan tot dusver werd aangenomen (ingezonden 16 mei 2011).

Antwoord van minister Rosenthal en staatssecretaris Knapen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 22 juni 2011).

Vraag 1

Bent u bekend met het onderzoek van het American Journal of Public Health waaruit blijkt dat in Congo meer verkrachtingen voorkomen dan waar ook ter wereld?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Wat is uw reactie op het gegeven dat deze cijfers 26 keer zo hoog zijn als de statistieken van de VN over seksueel geweld tegen vrouwen in Congo?

Antwoord 2

Het onderzoek bevestigt opnieuw dat seksueel geweld in de Democratische Republiek van de Congo (DRC) helaas zeer veel voorkomt. Het is in de DRC moeilijk om aan betrouwbare gegevens te komen maar het algemene beeld dat uit het onderzoek naar voren komt, is zorgwekkend.

Vraag 3

Kunt u aangeven welke door Nederland gefinancierde activiteiten/projecten bijdragen aan het tegengaan van seksueel geweld tegen vrouwen in Congo? Zijn er specifieke NGO’s, die Nederland financiert, die bijdragen aan het tegengaan van seksueel geweld in Congo?

Antwoord 3

Nederland draagt op verschillende manieren bij aan de strijd tegen seksueel geweld in de DRC. Zo financiert de Nederlandse ambassade onder andere de volgende projecten op dit gebied:

  • Een project van de NGO’s Heal Africa en de American Bar Association in de provincie Maniema, waarmee de toegang tot rechtspraak voor slachtoffers van onder andere seksueel geweld wordt vergroot (9 miljoen USD 2008–2011).

  • Het project Tomorrow is a new day van de NGO Search for Common Ground, dat training aan militairen op het gebied van mensenrechten en Sexual and Gender Based Violenceverzorgt. Daarbij wordt onder meer gebruik gemaakt van de documentaires over seksueel geweld van de Nederlandse zusters Van Velzen om de bewustwording onder militairen op dit onderwerp te vergroten (4 miljoen USD 2007–2011).

Daarnaast ondersteunt Nederland het zogenaamde Pooled Fund, het gezamenlijke humanitaire noodhulpfonds voor de DRC (2010: euro 3,5 mln.; 2011: 4 mln.). Een belangrijk deel van dit noodhulpfonds wordt besteed aan activiteiten ter bescherming van burgers, waaronder projecten gericht op de opvang van verkrachte vrouwen, hun medische behandeling en sociale en economische re-integratie.

Tenslotte draagt Nederland bij aan de VN-strategie voor de bestrijding van seksueel geweld in de DRC (2,7 mln. USD 2009–2011). Deze strategie beoogt onder andere het bieden van bescherming aan burgers, en in het bijzonder aan vrouwen, en het vervolgen van daders van seksueel geweld. Ook worden het Congolese leger en vredestroepen getraind met als doel seksueel geweld te voorkomen.

Vraag 4

Kunt u aangeven of deze projecten in gevaar komen, gezien uw voornemen om Congo van de landenlijst te halen? Zo ja, wat zijn de precieze gevolgen van uw wijziging in beleid?

Antwoord 4

De DRC gaat van de landenlijst. Dit betekent dat een aantal aan de ambassade te Kinshasa gedelegeerde fondsen niet langer beschikbaar zal zijn voor de DRC. Zoals aangekondigd in de Focusbrief Ontwikkelingssamenwerking van 18 maart jl. blijven centrale middelen beschikbaar, ook als de DRC niet meer op de landenlijst staat. Daarmee zal Nederland humanitaire hulp blijven verlenen en activiteiten blijven ondersteunen gericht op mensenrechten en bestrijding van seksueel geweld, maar ook op wederopbouw en regionale stabiliteit.

Vraag 5

Deelt u de mening dat er maatregelen getroffen moeten worden om deze vorm van terreur en geweld een halt toe te roepen? Zo ja, op welke wijze gaat u, bilateraal dan wel in EU verband, hier gehoor aan geven?

Antwoord 5

Zoals het onderzoek van het American Journal of Public Health bevestigt, gaat het hierbij om een problematiek die wijdverspreid is en niet eenvoudig is op te lossen. Een duurzame oplossing zal onder meer gevonden moeten worden in het stabiliseren van het oosten van de DRC. Dat betekent het herstellen van de rechtsstaat en het gezag van de centrale overheid; het trainen van leger en politie en het vervolgen van daders. De Congolese overheid, de VN, de EU en individuele lidstaten hebben hierbij elk een rol te spelen.

De bredere inzet van Nederland in de DRC is dan ook gericht op het bevorderen van vrede en stabiliteit. Nederland en de EU voeren hierover een intensieve dialoog met de Congolese autoriteiten. Ook heeft Nederland bijgedragen aan het versterken van de Congolese militaire rechtspraak in de strijd tegen straffeloosheid. Zo heeft Nederland eind vorig jaar door het faciliteren van getuigenverhoren de vervolging mogelijk gemaakt van drie hoge officieren uit het Congolese leger voor het begaan van mensenrechtenschendingen, waaronder verkrachtingen. In februari van dit jaar veroordeelde een militaire rechtbank in een vergelijkbare zaak een officier van het Congolese leger tot twintig jaar gevangenisstraf voor het aanzetten tot een massaverkrachting. Met deze eerste veroordeling van een hoge officier voor een dergelijk vergrijp werd de trend van straffeloosheid doorbroken.

Vraag 6

Kunt u aangeven of u bereid bent middelen beschikbaar te stellen om vrouwen in Congo te helpen indien zij slachtoffer worden van seksueel geweld? Indien niet, waarom niet?

Antwoord 6

Uit bovenstaande mag blijken dat Nederland inderdaad middelen beschikbaar stelt om slachtoffers van seksueel geweld te helpen en dat ook in de toekomst zal blijven doen.


X Noot
1

NRC, 11 mei 2011: «48 verkrachtingen per uur».

Naar boven