Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-20112609

Vragen van het lid Dibi (GroenLinks) aan de minister voor Immigratie en Asiel over een homoseksuele Iranese cartoonist die door de IND niet wordt geloofd (ingezonden 6 april 2011).

Antwoord van minister Leers (Immigratie en Asiel) (ontvangen 24 mei 2011) zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2010–2011, nr. 2339.

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht over een homoseksuele Iranese cartoonist die door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) niet wordt geloofd en wordt beschuldigd van plagiaat?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Deelt u de mening dat het mogelijk is dat een cartoonist een vergelijkbare cartoon kan tekenen als een andere columnist zonder dat zij van elkaars tekeningen afweten?

Antwoord 2

Ja, dit is mogelijk.

Vraag 3

Deelt u voorts de mening dat de vrijheid van meningsuiting een groot goed is en Nederland op de bres moet springen indien deze vrijheid onder druk staat in binnen- en buitenland?

Antwoord 3

Ja. In de onlangs aan uw Kamer gestuurde actualisering van de Mensenrechtenstrategie2 is de vrijheid van meningsuiting als één van de prioritaire aandachtsgebieden binnen het mensenrechtenbeleid aangemerkt. Nederland schenkt al jaren bilateraal, in multilaterale fora en via projectsteun veel aandacht aan de bevordering van de vrijheid van meningsuiting wereldwijd.

Vraag 4

Deelt u de mening dat cartoonisten die hun leven niet zeker zijn in het land van herkomst in Nederland moeten kunnen rekenen op bescherming?

Antwoord 4

Ja. De huidige regelgeving biedt mijn inziens voldoende mogelijkheden tot bescherming.

Vraag 5

Op basis van welke informatie komt u tot de conclusie dat er sprake is van plagiaat?

Antwoord 5

Hoewel ik in beginsel niet in de openbaarheid in kan gaan op individuele zaken, wil ik hierover, gelet op de aandacht voor deze zaak in de media en het beeld dat hierdoor is ontstaan, melden dat betrokkene tijdens het nader gehoor verklaringen heeft afgelegd die twijfel opriepen over de authenticiteit van zijn werk.

Vraag 6, 7 en 8

En op basis van welke informatie komt u tot de conclusie dat deze jongeman gelet op zijn geaardheid en politieke opvattingen geen risico’s loopt in het land van herkomst?

Hoe beoordeelt u het besluit van de IND om de asielaanvraag van deze jongeman af te wijzen?

Bent u bereid het besluit van de IND inzake deze zaak in heroverweging te nemen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 6, 7 en 8

De betrokken vreemdeling heeft inmiddels beroep ingediend tegen het besluit waarbij zijn asielaanvraag werd afgewezen. Gelet op het feit dat deze zaak onder de rechter is, acht ik het nu niet wenselijk nadere informatie te verstrekken.


X Noot
1

de Volkskrant, 4 april 2011.

X Noot
2

Kamerstukken II 2010/11, 32 735, nr. 1