Vragen van het lid Van Bommel (SP) aan de minister van Buitenlandse Zaken over de vermissing van een Nederlander in Egypte (ingezonden 16 maart 2011).

Antwoord van minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 19 mei 2011).

Vraag 1 en 2

Bent u bekend met het lot van de Nederlands-Egyptische man Hisham Diab die, ondanks het feit dat hij al op 8 mei 2004 had moeten zijn vrijgelaten, in de Liman Tora gevangenis verblijft?1 Bent u bereid navraag te doen naar hem en opheldering te verkrijgen over zijn verblijf?

Bent u tevens bekend met berichten dat onlangs tientallen gedetineerden zouden zijn doodgeschoten in Egyptische gevangenissen? Kunt u uitsluiten dat de heer Diab dit ook is overkomen?

Antwoord 1 en 2

Ja, ik ben bekend met de zaak van de heer Diab en berichten over geweld tegen gevangenen bij recente uitbraakpogingen. De heer Diab werd onmiddellijk na zijn vrijlating, op 9 mei 2004 opnieuw aangehouden en werd sindsdien vastgehouden op grond van de Egyptische «emergency law».

De Nederlandse ambassade in Kairo heeft sinds de arrestatie van de heer Diab geregeld contact met de Egyptische autoriteiten over deze zaak. Nog onlangs gebeurde dat tijdens een bezoek van de Nederlandse ambassadeur op 17 maart j.l. aan de Egyptische onderminister voor protocol. Ook tijdens een onderhoud met de ambassadeur Mensenrechten van het Egyptische Ministerie van Buitenlandse Zaken, mw. Layla Bahaa Al-Din, is aandacht gevraagd voor de situatie van de heer Diab.

Volgens gegevens van de Nederlandse ambassade in Kairo zat de heer Diab vanaf 2008 vast in de Damanhour-gevangenis. Navraag door de ambassade bij de directie van deze gevangenis leverde op dat de heer Diab tijdens de recente onlusten in Egypte, d.w.z. kort na 25 januari jl. niet is gedood, maar uit de Damanhour gevangenis zou zijn ontsnapt. Onafhankelijk van de informatie van de gevangenisdirecteur heeft mw. Layla Bahaa Al-Din van het Egyptische Ministerie van Buitenlandse Zaken ditzelfde gemeld aan de ambassade.

Op 20 april meldde Amnesty International in een rapport over administratieve detentie in Egypte dat de heer Diab op 6 februari zou zijn vrijgelaten.

Op 2 mei kon de ambassade bevestigen dat de heer Diab inderdaad vrij is.

Vraag 3

Bent u bereid er bij de Egyptische autoriteiten op aan te dringen Diab zo spoedig mogelijk vrij laten? Indien neen, waarom niet? Bent u tevens bereid opheldering te vragen over berichten over het doden van gevangenen door bewakers? Wilt u, indien dit juist blijkt, dit ten strengste afkeuren en de Egyptische regering verzoeken strafrechtelijk op te treden tegen de daders? Indien nee, waarom niet?

Antwoord 3

Sinds de aanhouding van de heer Diab heeft Nederland zich steeds voor hem ingespannen door consulaire bezoeken af te leggen en door aandacht te vragen voor zijn zaak bij de Egyptische autoriteiten. De heer Diab heeft in 2007 echter aangegeven geen prijs meer te stellen op consulaire bijstand, en weigert ambassademedewerkers te spreken. De ambassade is zich desondanks blijven inspannen de heer Diab te bezoeken.

Zoals in het antwoord op de vragen 1 en 2 is gemeld, heeft Nederland zich steeds ingespannen om duidelijkheid te krijgen over het lot van de heer Diab.

Verschillende mensenrechtenorganisaties doen momenteel onderzoek naar de recente gebeurtenissen in Egyptische gevangenissen. Nederland heeft zowel in EU-verband als in bilaterale contacten met de Egyptische autoriteiten gepleit voor berechting van hen die zich schuldig hebben gemaakt aan het gebruik van geweld tijdens recente onlusten in Egypte.


X Noot
1

Informatie van Amnesty International, 8 maart 2011.

Naar boven