Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de staatssecretarissen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en van Infrastructuur en Milieu, en de minister van Defensie over het afschieten van reeën op vliegvelden (ingezonden 8 maart 2011).

Antwoord van staatssecretaris Bleker (Economische Zaken, Landbouw en Innovatie), mede namens de minister van Defensie en de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu (ontvangen 21 april 2011).

Vraag 1

Kent u het bericht «Luchtmacht schiet roedel reeën af»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Klopt het dat een aantal reeën op vliegveld Eindhoven wordt afgeschoten? Is hiervoor al een ontheffing aangevraagd dan wel verleend?

Antwoord 2

Een aantal reeën op de vliegbasis Eindhoven vormde een gevaar voor de vliegveiligheid. Het ministerie van Defensie heeft ervoor gekozen deze dieren af te laten schieten. Daarvoor heeft de provincie Brabant een ontheffing verleend.

Vraag 3, 4, 5 en 6

Op basis van welke overwegingen wordt voor afschot als oplossing gekozen? Zijn er ook diervriendelijke alternatieven overwogen, zoals bijvoorbeeld die bij de Hortus in Haren hebben gewerkt?

Is het vliegveld al op een deugdelijke wijze afgerasterd om de toegang voor wilde dieren te verhinderen? Zo ja, hoe is het dan mogelijk dat er een groep van twaalf reeën op het terrein van het vliegveld voorkomt? Zo nee, achten de luchtvaartautoriteiten deugdelijke wering van grote zoogdieren niet noodzakelijk?

Speelt het gesignaleerde probleem ook op andere bases of vliegvelden? Zo ja, hoe wordt daar met dit gegeven omgegaan? Zo nee, is in die gevallen wel sprake van een deugdelijke afrastering?

Deelt u de mening dat het uitrasteren van een vliegveld een wenselijker oplossing is dan het afschieten van dieren? Zo ja, bent u bereid om bij vliegvelden deugdelijke afrasteringen verplicht te stellen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 3, 4, 5 en 6

Luchthavens van nationale betekenis dienen te voldoen aan strenge internationale wet- en regelgeving op het gebied van luchthavenontwerp en luchthaveninrichting. Zo dient het luchthaventerrein deugdelijk van de omgeving te zijn afgescheiden door hekwerk of een natuurlijke barrière (bijvoorbeeld een breed water). Daarnaast gelden voor de afrastering van militaire vliegvelden om beveiligingsredenen nog specifieke eisen. De vliegbasis Eindhoven is voorzien van een deugdelijke afrastering van 2,3 meter hoog. Herten en reeën kunnen in principe niet over dit hekwerk heen. De dieren op de vliegbasis Eindhoven zijn in het verleden op het terrein gekomen toen het hekwerk nog niet op de huidige hoogte was.

Onlangs heeft zich op de vliegbasis Eindhoven een botsing van een vliegtuig met een ree voorgedaan. Dit maakt ingrijpen noodzakelijk. Biologen van het Commando luchtstrijdkrachten (CLSK) hebben meerdere mogelijkheden onderzocht. Zij hebben daarbij ook de oplossing bestudeerd die is gebruikt voor de Harense Hortus. Het is echter niet mogelijk, zoals in Haren is gebeurd, om op een operationeel militair vliegveld gaten in het hekwerk te maken en de dieren in een periode van rust naar buiten te drijven. Op grond van de afweging tussen diervriendelijkheid, uitvoerbaarheid en vliegveiligheid is daarom gekozen voor afschot.

Als gevolg van regelgeving ten aanzien van obstakels in vliegpaden is op enkele vliegbases van het CLSK de afrastering niet overal hoog genoeg om uit te sluiten dat reeën het terrein betreden. Het gevaar dat deze dieren voor de vliegveiligheid vormen is afhankelijk van het soort vliegverkeer op de desbetreffende basis en de intensiteit daarvan, de grootte van het terrein en de hoeveelheid bossages. Door faunabeheer kunnen Gedeputeerde Staten dit risico tot een minimum beperken.


X Noot
1

Ed.nl, «Luchtmacht schiet roedel reeën af», 3 maart 2011.

Naar boven