Vragen van het lid De Roon (PVV) aan de minister van Buitenlandse Zaken over uitbuiting van onder andere Saoedi-Arabische diplomatenpersoneel in Nederland (ingezonden 29 maart 2011).

Antwoord van minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 18 april 2011).

Vraag 1

Kent u de berichten over uitbuiting en vrijheidsberoving van personeel door diplomaten in Nederland?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2, 3

Klopt het dat in het bijzonder personeel van Saoedische diplomaten in ons land wordt uitgebuit en van de vrijheid beroofd?

Kunt u een overzicht geven van alle gevallen waarin sinds 2005 bekend is geworden dat personeel van diplomaten in ons land heeft geklaagd over uitbuiting, onderdrukking of vrijheidsberoving door hun werkgevers (uitgesplitst naar de landen)? Zo niet, bent u bereid om vanaf nu een registratie van dergelijke gevallen te gaan voeren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 2, 3

Nederlandse inspectie- en opsporingsdiensten hebben geen wettelijke bevoegdheid om onderzoek te doen bij ambassades, consulaten en individuele diplomaten van andere landen. Dit volgt uit het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer.

Sinds 2005 hebben vier particuliere bedienden aandacht gevraagd voor hun arbeidssituatie. In drie gevallen is na bemiddeling van mijn ministerie het te weinig uitbetaalde salaris alsnog verstrekt. In een geval, waarin de particuliere bediende na afloop van het contract naar het land van herkomst is teruggekeerd, loopt nog een civiele procedure in hoger beroep.

In geen van de gevallen die mij bekend zijn was sprake van vrijheidsberoving. In verband met de privacy van de betrokkenen is het mij wettelijk niet toegestaan informatie te geven over de nationaliteit van werkgever of werknemer. Ik kan alleen melden dat de werkgevers in de vier genoemde gevallen afkomstig zijn uit vier verschillende werelddelen.

Voor de positie van lokaal aangenomen werknemers van buitenlandse ambassades verwijs ik ook naar de antwoorden op de vragen die de leden Timmermans en Vermeij over dat onderwerp hebben gesteld.

Vraag 4

Zijn er mogelijkheden om te verbieden dat diplomaten in ons land de identiteitsbewijzen van hun personeel innemen? Zulks op straffe van uitwijzing? Zo ja, wilt u dit invoeren? Indien u dat niet wilt: waarom niet?

Antwoord 4

De buitenlandse ambassades in ons land zijn geïnformeerd dat de contracten met particuliere bedienden moeten voldoen aan de wettelijke eisen van het Nederlandse arbeidsrecht. Daarbij zijn zij er op gewezen dat het inhouden van het paspoort nooit is toegestaan. Verder is benadrukt dat diplomaten hun huispersoneel moeten behandelen volgens Nederlandse normen en waarden.

Als ik aanwijzingen krijg dat het paspoort van een particuliere bediende is ingehouden, wordt de betreffende ambassade daarop aangesproken.

Vraag 5

Wilt u een systeem invoeren van periodieke controle op de leef- en werkomstandigheden van buitenlands personeel van diplomaten in ons land? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 5

Dat systeem bestaat reeds. Sinds 1 januari van dit jaar moeten alle particuliere bedienden die in Nederland voor buitenlandse diplomaten of voor medewerkers van internationale organisaties werken hun Nederlandse identiteitskaart in persoon op het Ministerie afhalen, zowel bij eerste afgifte als bij verlenging. Zij krijgen dan een brochure waarin hun rechten tijdens hun verblijf in Nederland zijn beschreven, zo veel mogelijk in hun eigen taal. Daarbij wordt steeds uitdrukkelijk gevraagd naar de werk- en leefomstandigheden. Als het gesprek daartoe aanleiding geeft wordt contact opgenomen met de betreffende vertegenwoordiging, op voorwaarde dat de particuliere bediende daartoe toestemming heeft gegeven.


X Noot
1

Trouw 26 maart 2011.

Naar boven