Vragen van het lid Van Bommel (SP) aan de minister van Buitenlandse Zaken over persvrijheid in Turkije (ingezonden 17 maart 2011).

Antwoord van minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 11 april 2011).

Vraag 1

Deelt u de mening dat de arrestatie van een aantal journalisten, zoals Ahmet Sik en Nedim Sener, in Turkije in strijd is met de vrijheid van meningsuiting?1 Is het waar dat 68 journalisten in arrest zijn vanwege hun werk? Zo ja, deelt u de mening dat het noodzakelijk is journalisten onmiddellijk vrij te laten? Indien neen, waarom niet?2

Antwoord 1

Genoemde journalisten en schrijvers zijn aangehouden in het kader van een breder justitieel onderzoek naar de zogenaamde «Ergenekon»-zaak; een vermeende samenzwering van onder meer Turkse generaals, journalisten, schrijvers en academici gericht op destabilisering van democratische instituties, waaronder de regering-Erdoğan. Het Kabinet gaat niet in op individuele tenlasteleggingen. Het precieze aantal verdachten is daarbij moeillijk vast te stellen. Wel volgt Nederland, samen met de Europese Commissie en overige EU-lidstaten, deze ontwikkelingen op de voet. Het uitgangspunt daarbij is dat alle verdachten in Turkije op een eerlijke en onafhankelijke rechtsgang moeten kunnen rekenen.

Vraag 2

Bent u bekend met de conclusies van Sener, naar aanleiding van zijn onderzoek naar de moord op Hrant Dink, dat politie en veiligheidsdiensten geen hand uitstaken om de moord op Dink te voorkomen? Is het waar dat dezelfde agenten in de zaak Dink nu het onderzoek leiden naar mensen die de regering niet gunstig gezind zijn?

Antwoord 2

Ik ben bekend met de conclusies van journalist Nedim Sener. De EU zal de Turkse regering blijven aanspreken op het waarborgen van een eerlijke procesgang in Turkije.

Vraag 3 en 4

Acht u de arrestaties in Turkije overeenkomstig de status van een kandidaat lidstaat van de EU? Zo ja, kunt u dat toelichten? Indien nee, bent u bereid de Turkse regering te manen haast te maken met de democratisering?

Bent u bereid in de onderhandelingen van de Europese Unie met Turkije opheldering te vragen over de rol van Fethullah Gülen in de huidige politieke constellatie in Turkije? Indien neen, waarom niet?

Antwoord 3 en 4

In Turkije hebben zich de afgelopen jaren positieve en negatieve ontwikkelingen voorgedaan. Zo hebben er aanzienlijk minder vervolgingen op basis van artikel 301 van het Turkse strafrecht plaatsgevonden. Op basis van andere wetsartikelen (met name artikel 2853 en 2884 van het Wetboek van Strafrecht) is echter sprake van een toenemend aantal vervolgingen. Dit baart het Kabinet zorgen. In aanvulling hierop, staan de media in Turkije onder druk doordat websites worden verboden en er sprake is van zelfcensuur onder journalisten.

Het Kabinet spreekt de Turkse regering, zowel bilateraal als via de EU, voortdurend aan op de noodzaak implementatie van de Kopenhagen-criteria, waaronder de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid te waarborgen. Dit heb ik nog gedaan tijdens mijn bezoek aan Ankara op 2 februari jl.

Het Kabinet heeft, tot slot, geen bevestiging van de precieze rol van Fethullah Gülen bij genoemde arrestaties.


X Noot
1

«Journalist Şener: They Would Have Taken Me in Anyways», bianet.org, 9 maart 2011, zie http://bianet.org/english/english/128445-journalist-sener-they-would-have-taken-me-in-anyways. Zie ook «Turks modelrol is «farce»», NRC Handelsblad, 8 maart 2011 en «A dangerous place to for a journalist», The Economist, 10 maart 2011, zie

http://www.economist.com/node/18333123.

X Noot
2

Getal van 68 gesteld door Ercan İpekçi, voorzitter van het platform voor vrijheid voor journalisten, zie «Thousands of People Demonstrate for «Freedom for Journalists», Bianet.org, 14 maart 2011, zie http://bianet.org/english/freedom-of-expression/128553-thousands-of-people-demonstrate-for-freedom-for-journalists. Daarnaast gaat het 45 journalisten tegen wie proces loopt dat zij in vrijheid mogen afwachten en meer dan 2000 processen die hangen en meer dan 4 000 gerechtelijke onderzoeken.

X Noot
3

Schending van geheimhouding van onderzoek

X Noot
4

Poging tot beïnvloeding van een juridisch proces

Naar boven