Vragen van het lid Fritsma (PVV) aan de minister van Justitie over de stand van zaken rond de Irakese eermoordenaar die tot 19 oktober 2010 een tijdelijke verblijfsvergunning heeft gekregen (ingezonden 14 september 2010).

Antwoord van minister Hirsch Ballin (Justitie) (ontvangen 13 oktober 2010) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2010–2011, nr. 115.

Vraag 1

Is er ten behoeve van betrokkene een aanvraag ingediend voor verlenging van de verblijfsvergunning? Zo ja, wanneer wordt deze aanvraag afgewezen? Zo nee, bent u bereid om een eventueel te ontvangen verlengingsaanvraag spoedig af te wijzen daar er geen reden (meer) is om aan betrokkene verblijf in Nederland toe te staan?1

Antwoord 1

Nee, betrokkene heeft geen aanvraag tot verlenging van de verblijfsvergunning ingediend. Ik acht het prematuur hierop vooruit te lopen.

Vraag 2

Erkent u dat enkel de meerderjarigheid van de dochter van betrokkene (vanaf 19 oktober 2010) een eventueel beroep op artikel 8 van het Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) niet zal doen slagen en bovendien de omstandigheid dat genoemde dochter vijf weken zonder betrokkene voor vakantie in Irak verbleef ook aantoont dat de dochter van betrokkene niet afhankelijk is van de aanwezigheid van betrokkene? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 2

De vreemdelingenrechtelijke procedure van betrokkene waarbij aan hem een tijdelijke verblijfsvergunning is verleend, is nog niet afgerond. Aangezien deze vreemdelingenrechtelijke procedure niet is afgerond kan ik hierover geen mededelingen doen.

Vraag 3

Welke voorbereidingen zijn getroffen voor een spoedige terugkeer of uitzetting van betrokkene?

Antwoord 3

Eventuele voorbereidingen voor vervolgstappen zijn niet aan de orde zolang de vreemdelingenrechtelijke procedure niet is afgerond.

Vraag 4

Bent u bereid zorg te dragen voor een zeer spoedig schrappen van de verjaringstermijn van dit soort misdrijven, zodat de door betrokkene gepleegde misdaad verlening van een verblijfsvergunning altijd in de weg zal staan, hetgeen natuurlijk ook geldt voor vergelijkbare gevallen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 4

Het desbetreffende beleid is reeds aangepast. De Tweede Kamer is hierover geïnformeerd bij brief van de Staatssecretaris van Justitie van 26 januari 20102. Zo geldt er voor levensdelicten conform de huidige regeling voor recidive in het geheel geen termijn meer.

Vraag 5

Bent u bereid om blijvend informatie te verstrekken over de stand van zaken met betrekking tot deze zaak? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 5

Indien zich in deze zaak nieuwe ontwikkelingen voordoen zal ik de Kamer daarover informeren.


XNoot
1

Zie ook Kamerstuk, vergaderjaar 2009–2010, 19 637, nr. 1330 en achterliggende schriftelijke vragen van 24-1-2008, 17-7-2008, 7-1-2009, 3-6-2009 en 19-10-2009.

XNoot
2

Kamerstukken II, 2009/10, 19 637 nr. 1319.

Naar boven