Vragen van het lid
Bosman
(VVD) aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het afkeuren van de begroting van Sint Maarten (ingezonden
8 maart 2011).
Antwoord van minister
Opstelten
(Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties a.i.) (ontvangen 6 april 2011) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2010–2011,
nr. 2054.
Vraag 1
Is het waar dat het College financieel toezicht (CFT) de aangepaste begroting van Sint Maarten heeft afgekeurd?1
Antwoord 1
Ja, in de brief van 3 maart aan de RMR concludeert het Cft dat er naar het oordeel van het Cft geen sprake is van een sluitende
begroting in de zin van de Rijkswet.
Vraag 2
Is het waar dat het CFT de Rijksministerraad heeft verzocht beleidsregels vast te stellen als onderdeel van het pakket aan
maatregelen om de begroting van 2011 op orde te krijgen?
Vraag 3
Kunt u aangeven hoe u invulling gaat geven aan dit verzoek?
Antwoord 3
Vlak voor de besprekingen tussen het Cft en Sint Maarten eind februari heeft Sint Maarten mij een brief gestuurd waarin het
de positie van Sint Maarten in de besprekingen toelichtte. Toen in de tweede week van maart duidelijk werd dat Sint Maarten
de afspraken met het Cft alsnog afwees heb ik Sint Maarten een antwoordbrief gestuurd waarin ik ondermeer concludeerde dat
Sint Maarten nog geen vastgestelde begroting heeft voor 2011 en zich derhalve in een situatie bevindt waar artikel 14 van
de Rijkswet van toepassing is. Aangezien Sint Maarten volgens lid 4 van datzelfde artikel vervolgens twee weken de tijd had
om hierop een reactie te geven heb ik Sint Maarten in die brief gevraagd dat te doen zodat het standpunt van Sint Maarten
meegenomen kon worden tijdens de bespreking van de situatie in de RMR van 1 april.
Vraag 4
Is u ook verzocht om een algemene dan wel een bijzondere aanwijzing te geven? Zo ja, hebt u het voornemen daaraan gehoor te
geven en wat houden deze aanwijzingen in? Zo nee, waarom bent u niet van plan dergelijke aanwijzingen te geven?
Antwoord 4
Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik naar het antwoord op vraag 1 van het lid Van Raak (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar
2010–2011, nr. 2109)
Vraag 5
Op welke wijze zal het pakket aan maatregelen ook een goede voorbereiding en uitvoering voor de begroting van 2012 en verdere
jaren waarborgen?
Antwoord 5
Het gaat er vooralsnog eerst om dat het pakket aan maatregelen wordt ingezet ten dienste van de begroting 2011. Indien gehanteerd
zal dat bijdragen aan de totstandkoming van de begroting 2012.
Vraag 6
Wordt er een speciale commissie ingesteld om te monitoren of de afspraken om de begroting van Sint Maarten op orde te krijgen
na worden gekomen? Zo ja, wat zijn de exacte taken van deze commissie? Zo nee, waarom wordt deze niet ingesteld?
Antwoord 6
Sint Maarten heeft in zijn brief van 11 maart aan het Cft en zijn brief van 30 maart aan mijn adres aangegeven een monitoringscommissie
te willen instellen die de eigen ministerraad zal informeren over de voortgang in het proces om tot een structureel sluitende
begroting te komen.
Vraag 7
Bent u het met het CFT eens dat het opnemen van te hoge inkomsten en het aanspreken van financiële reserves zonder dat er
bekend is hoeveel financiële reserves Sint Maarten eigenlijk heeft, onverantwoord is? Betekent dit dat er in dit geval sprake
is van onbehoorlijk bestuur op Sint Maarten? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Ik ga af op het oordeel van het Cft. Het is van belang uit te gaan van een actuele, prudente en goed-onderbouwde groeiprognose
en financiële reserves kunnen alleen worden ingezet om tijdelijke gaten te vullen als er geen verplichtingen tegenover staan.
Inkomstenramingen dienen altijd gebaseerd te zijn op onder andere de laatst bekend zijnde economische groeiprognose. Daarbij
heeft het Cft bij de berekening de groeiprognose gebruikt zoals die begin dit jaar door de Centrale Bank van Curaçao en Sint
Maarten is gepubliceerd.
Zoals ik in het antwoord op de eerste vraag van het lid van Raak heb aangegeven is het nu zaak dat het Cft voldoende inzicht
krijgt in de vermogenspositie van zowel de overheid van Sint Maarten als ook de aan haar gelieerde overheidsNV’s en –stichtingen,
ten einde te kunnen bepalen in hoeverre er daadwerkelijk sprake is van reserves. De MP van Sint Maarten heeft mij aangegeven
deze informatie aan het Cft te zullen geven. Pas dan kan het Cft een gewogen oordeel geven, waarop ik mij verder zal baseren.
Ik zou dus op dit moment niet willen spreken van onbehoorlijk bestuur.
Vraag 8
Wat is uw opvatting over het feit dat de minister van Financiën van Sint Maarten heeft aangekondigd «oplossingen te zoeken»
om snel het afgesproken bedrag voor de begroting 2011, te weten NAF 416 miljoen, te verhogen naar NAF 461 miljoen?
Antwoord 8
Zie het antwoord op de 1e vraag van het lid van Raak en het antwoord op uw vraag 7.
Vraag 9
Deelt u de constatering van het CFT dat het bedrag van NAF 461 miljoen onverantwoord is omdat het bedrag is gebaseerd op te
ambitieuze groeimodellen van de economie van Sint Maarten? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
Zie het antwoord op de 1e vraag van het lid van Raak en het antwoord op uw vraag 7.
Vraag 10
Deelt u de mening van het CFT dat, ondanks het feit dat Sint Maarten al maanden bezig is met het opstellen van een degelijke
begroting, het op orde brengen van de begroting met het pakket aan maatregelen in maximaal vier weken gaat lukken?
Antwoord 10
Aangezien het kabinet van Sint Maarten niet instemt met het afgesproken pakket maatregelen is deze vraag achterhaald.
Vraag 11
Hoe beoordeelt u de opmerking van de minister van Financiën van Sint Maarten dat hij vindt dat er geen financieel toezicht
hoort te zijn als er geen sprake is van schuldsanering door Nederland? Hoeveel geld is er in het kader van de schuldsanering
specifiek naar Sint Maarten gegaan?
Antwoord 11
Zie het antwoord op de 2e vraag van het lid van Raak.
X Noot
1The Daily Herald, 4 maart 2011.