Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-20112020

Vragen van het lid Van der Staaij (SGP) aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over doorverwijzing naar het buitenland voor geslachtsselectie (ingezonden 1 februari 2011).

Antwoord van minister Schippers (Volksgezondheid, Welzijn en Sport), mede namens de minister van Veiligheid en Justitie (ontvangen 30 maart 2011) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2010–2011, nr. 1572.

Vraag 1

Wat is uw oordeel over de uitzending Uitgesproken EO over de betrokkenheid van een Nederlander bij geslachtsselectie door gebruik te maken van een kliniek in België?1

Antwoord 1

Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik naar het antwoord op de vragen 1 en 2 van Van Gerven (SP) over genderselectie (2011Z01883).

Vraag 2

Is het waar dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) bezig is met een onderzoek naar de mogelijkheden om hiertegen op te treden? Kan de Kamer op de hoogte worden gesteld van de resultaten van het onderzoek?

Antwoord 2

De Belgische inspectie is bezig met een onderzoek. De Nederlandse IGZ heeft contact met hen opgenomen en haar medewerking – indien nodig – toegezegd.

Vraag 3

Is het in België toegestaan om op enigerlei wijze betrokken te zijn bij geslachtsselectie, anders dan om medische redenen? Hoe is dit geregeld in andere Europese landen?

Antwoord 3

In veel landen, waaronder België, geldt een verbod op geslachtsselectie om niet-medische redenen.

In België is in de Wet betreffende het onderzoek op embryo's in vitro van 11 mei 2003 en de Wet betreffende de medisch begeleide voortplanting en de bestemming van de overtallige embryo’s en gameten van 6 juli 2007 bepaald dat het verboden is onderzoek of behandelingen uit te voeren die gericht zijn op geslachtsselectie, met uitzondering van de selectie ter voorkoming van geslachtsgebonden ziekten (artikel 5) respectievelijk dat het verboden is embryo’s of gameten te doneren dan wel pre-implantatie genetische diagnostiek te verrichten met het oog op geslachtsselectie (artikelen 23, 52 en 67).

Vraag 4

Is het op basis van de huidige Nederlandse wetgeving toegestaan om in Nederland voorlichting te verschaffen over geslachtsselectie anders dan om medische redenen, ertoe uit te nodigen, ertoe aan te zetten of eraan mee te werken?

Antwoord 4

Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik naar de beantwoording van vraag 3 van Van Gerven (SP) over genderselectie (2011Z01883).

Vraag 5

Is het mogelijk om strafrechtelijk of tuchtrechtelijk op te treden tegen een persoon of organisatie die over de mogelijkheden voor geslachtsselectie in het buitenland anders dan om medische redenen voorlichting verschaft, dan wel ertoe uitnodigt, ertoe aanzet, doorverwijst of op een andere manier eraan meewerkt? Maakt het hierbij uit of deze betrokkenheid bij geslachtsselectie plaats vindt in een land waar dit ook verboden is?

Antwoord 5

Voor de mogelijkheden tot strafrechtelijke vervolging verwijs ik naar de beantwoording van vraag 3, 5 en 6 van het Kamerlid Van Gerven (SP) over genderselectie (2011Z01883).

Vraag 6

Bent u bereid om, voor zover er geen wettelijk verbod is om via voorlichting of op andere wijze betrokken te zijn bij geslachtsselectie in Nederland of in het buitenland, hiervoor de noodzakelijke maatregelen te treffen om dit alsnog te bewerkstelligen?

Antwoord 6

De reikwijdte van het verbod in de Embryowet vind ik passend, verbreding van het verbod naar het geven van informatie of voorlichting over mogelijkheden van geslachtskeuze elders in de wereld acht ik niet nodig. Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 3 van Van Gerven (SP) over genderselectie (2011Z01883) zijn er mogelijkheden om zonodig in te grijpen op grond van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg of het Wetboek van Strafrecht.


X Noot
1

Uitgesproken EO, 27 januari 2011.