Vragen van het lid
Çelik
(PvdA) aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht dat thuisonderwijs een grote vlucht dreigt te
nemen door kledingvoorschriften in het reguliere onderwijs (ingezonden 10 februari 2011).
Antwoord van minister
Van Bijsterveldt-Vliegenthart
(Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 23 maart 2011).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht dat de ouders van bijna 100 leerlingen thuisonderwijs willen in Amsterdam?1
Vraag 2
Klopt het dat volgens artikel 5b van de leerplichtwet de ouders van deze leerlingen hier recht op hebben?
Antwoord 2
Nederland kent geen recht op thuisonderwijs. Met thuisonderwijs kan de leerplicht niet worden vervuld. Wel kan een ouder zich
op basis van artikel 5 van de Leerplichtwet in bepaalde omstandigheden en als voldaan is aan specifieke voorwaarden beroepen
op vrijstelling van de leerplicht, waarna deze desgewenst thuisonderwijs kan aanbieden.
Vraag 3
Hoeveel leerlingen volgen op dit moment in Nederland thuisonderwijs?
Hoe is het aantal verdeeld? Op basis van welke uitzondering en/of argument volgen deze leerlingen thuisonderwijs?
Antwoord 3, 4
In het schooljaar 2009 – 2010 zijn op grond van artikel 5 het volgende aantal vrijstellingen gemeld:
Artikel 5, onder a: 2 964
Artikel 5, onder b: 328
Artikel 5, onder c: 5 884
Het aantal genoemd onder a. betreft vrijstellingen vanwege het op lichamelijke of psychische gronden niet geschikt zijn om
tot een school te worden toegelaten. Het aantal genoemd onder b. betreft overwegende bedenkingen tegen de richting van alle
scholen op redelijke afstand en het aantal genoemd en het aantal genoemd onder c. betreft het ingeschreven staan op en bezoeken
van onderwijs in het buitenland.
Artikel 5, onder b, is aan de orde in het bericht waarnaar verwezen wordt.
Vraag 5
Hoe is de ontwikkeling in de laatste tien jaar? Kunt u een overzicht geven van het aantal leerlingen, verdeeld over de soorten
uitzonderingsgevallen van de afgelopen tien jaar?
Antwoord 5
| | 2004 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009–2010 |
|---|
Onder a | 1978 | 1916 | 1747 | 2098 | 2533 | 2964 |
Onder b | 166 | 170 | 235 | 3821 | 279 | 328 |
Onder c | | | | | | 58842 |
X Noot
1 Bevat ten onrechte opgaven (85 + 60) voor onder c.
X Noot
2 Eerste jaar van registratie.
Vraag 6
Klopt het dat leerplichtambtenaren, noch de inspectie geen recht hebben zich te mengen in thuisonderwijs en dus de kwaliteit
van het onderwijs? Zo ja, bent u bereid artikel 5 aan te passen om de kwaliteit van het onderwijs, óók als het om thuisonderwijs
gaat, te borgen?
Antwoord 6
Thuisonderwijs is geen bij wet geregelde vorm van onderwijs, maar kan aan de orde zijn wanneer er sprake is van vrijstelling
van de leerplicht.
Bij mijn brief van 13 december 2010 (32 500 VIII nr. 123) als beleidsreactie op het aanvullend onderzoek naar thuisonderwijs heeft het kabinet de Tweede Kamer bericht het niet noodzakelijk
en disproportioneel te achten om aan de geldende wettelijke bepalingen inzake vrijstelling van de leerplicht op grond van
richtingsbedenkingen voorwaarden te verbinden op het gebied van de kwaliteit van thuisonderwijs en het toezicht erop. Daarbij
is opgemerkt dat het opnemen van thuisonderwijs als ongewenst neveneffect kan hebben dat thuisonderwijs wordt gezien als een
volwaardig alternatief voor regulier onderwijs. Dit zou een onwenselijke aanzuigende werking kunnen hebben.
Vraag 7
Vindt u het genoemde artikel 5 over de gehele breedte nog steeds van toepassing en gewenst? Kunt u uw antwoord motiveren?
Antwoord 7
Ik acht het van groot belang voor de toekomst van zowel de ouders en het kind zelf, maar ook voor de samenleving als geheel,
dat leerlingen ingeschreven staan op een school en deze ook geregeld bezoeken. Actieve participatie, ook via het volgen van
onderwijs, ontmoeting en contact met andere kinderen en volwassenen, het aanleren van sociale vaardigheden en burgerschap
kunnen, naast natuurlijk goed onderwijs, echt tot hun recht komen in een schoolse situatie. Vrijstelling van de leerplicht
doet het kind tekort en acht ik in principe niet wenselijk, behalve voor situaties van overmacht met name zoals bedoeld in
artikel 5, onder a.
Ik ga mij dan ook beraden op de opportuniteit van deze vrijstellingsgrond en zal u dit najaar over de uitkomst informeren.
Vraag 8
Wat gaat u ondernemen om de leerlingen van het Islamitisch College Amsterdam alsnog op te laten vangen op scholen in de omgeving?
Antwoord 8
De verantwoordelijkheid voor de handhaving van de leerplicht berust bij de gemeente Amsterdam. Ik heb begrepen dat de verantwoordelijke
wethouder met de betrokken ouders in gesprek is en volg de ontwikkelingen.
Vraag 9
Voelt u zich verantwoordelijk voor de ontstane situatie en in welke mate heeft u zich gemengd, of gaat u zich mengen in de
discussie?
Antwoord 9
De ontstane situatie rond de sluiting van het ICA is de resultante van het onder de opheffingsnorm gezakte aantal leerlingen
en artikel 107 WVO inzake het beëindigen van de bekostiging indien een school gedurende drie achtereenvolgende schooljaren
te weinig leerlingen heeft.
Vraag 10
Wat is uw mening over het argument van de ouders dat de scholen in de directe omgeving extreme kledingeisen stellen zoals
het dragen van een rok tot de knieën, een niet toestaan van lange jurken; wat vindt u hiervan?
Antwoord 10
Het is aan de scholen zelf om te bepalen welke regels zij stellen inzake bijvoorbeeld kledingsvoorschriften. Naar ik begrijp
zijn scholen in de omgeving in principe bereid leerlingen van het ICA op te nemen. Voorwaarden gesteld door ouders of leerlingen
inzake een gebedsruimte, gescheiden gymnastiek, niet mee hoeven met gemengde reizen, vrij krijgen om bepaalde uren te bidden
en bezoek aan moskee maken het deze scholen niet gemakkelijk.
Vraag 11
Hoe ver mogen scholen volgens u gaan bij het stellen van kledingvoorschriften?
Antwoord 10
Het staat de scholen vrij kledingvoorschriften te hanteren. De grens wordt bereikt wanneer de naleving en handhaving daarvan
leidt tot ongelijke behandeling. Verregaande eisen zullen bovendien het aantal leerlingen niet ten goede komen.
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van de leden Van Klaveren, Beertema en Wilders (allen PVV), ingezonden
10 februari 2011 (vraagnummer 2011Z02672)
X Noot
1De Telegraaf, «Moslims eisen thuisonderwijs», 5 februari 2011.