Vragen van de leden
Hamer
en
Çelik
(beiden PvdA) aan de ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de gebrekkige
aansluiting tussen MBO-opleidingen en het werken in de haven (ingezonden 11 februari 2011).
Antwoord van minister
Kamp
(Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 10 maart 2011).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Havenondernemers: ROC’s onder de maat»?1
Vraag 2
In welke opzichten schieten de ROC’s tekort? Is ook een deel van de mismatch de ondernemers aan te rekenen?2
Antwoord 2
Wanneer er sprake is van een mismatch op de arbeidsmarkt kan doorgaans niet worden gesproken van een tekortschieten van mbo-instellingen
of werkgevers. Jongeren zijn vrij in hun keuze voor een beroep en beroepsopleiding. Door de vergrijzing is er de komende jaren
op de arbeidsmarkt al sprake van een iets grotere uitstroom van ouderen dan instroom van nieuwe schoolverlaters3. Daardoor kan zich schaarste aan vakbekwaam personeel voordoen. Dat zal per branche verschillen. Werkgevers zijn zelf primair
verantwoordelijk voor hun personeelsvoorziening. Zij kunnen hierin voorzien door bijvoorbeeld de instroom van schoolverlaters
te bevorderen, maar ook door het eigen personeel verder op te leiden of langer te laten doorwerken of door het werven van
werkzoekenden of van werkenden uit andere branches.
Als werkgevers van mening zijn dat de toestroom van jongeren onvoldoende is, ligt het in de rede dat zij samenwerken met mbo-instellingen
en nadere afspraken maken. Zij kunnen samenwerken om meer jongeren voor het vakgebied te interesseren door bijvoorbeeld interessante
stages te organiseren, een baangarantie te geven en open dagen te verzorgen. Overigens worden de meeste opleidingen voor functies
in de Rotterdamse haven niet aangeboden door de Rotterdams roc’s, maar door het Scheepvaart en Transport College (STC) in
Rotterdam.
Ter illustratie wordt de situatie in Rotterdam geschetst. In die stad zijn de roc’s Albeda en Zadkine, samen met het Scheepvaart
en Transport College, Kennisinfrastructuur Mainport Rotterdam en Deltalinqs sinds een half jaar in gesprek om tot oplossingen
te komen. Zo is kennisinfrastructuur Mainport met roc’s en met de deelnemers in gesprek om te bezien of er een groep ambassadeurs
van deelnemers kan worden gevormd die vanuit de belevingswereld van jongeren meedenkt over de wijze waarop vacatures in haven
en industrie beter kunnen worden vervuld en hoe de opleidingen aantrekkelijker kunnen worden gemaakt.
Sinds 2008 bestaat er overigens een wettelijke zorgplicht arbeidsmarktperspectief, die inhoudt dat mbo-instellingen bij de
start, continuering en beëindiging van opleidingen rekening moeten houden met het arbeidsmarktperspectief.
Vraag 3
Wat is uw opvatting over het feit dat een hele sector om goede mensen verlegen zit terwijl de werkloosheid in Nederland nog
relatief hoog is?
Antwoord 3
Op het eerste gezicht lijkt het misschien paradoxaal dat er op het zelfde moment werkgevers zijn die onvoldoende geschikt
personeel kunnen vinden en werklozen die geen werk kunnen vinden. Toch is dit wel te begrijpen. Waar een sector om verlegen
zit hoeft immers niet hetzelfde te zijn als wat werklozen aanbieden. Het kan bijvoorbeeld goed zijn dat de havenondernemers
op zoek zijn naar personeel met bepaalde diploma’s of vaardigheden en dat de mensen die op dat moment werkloos zijn die specifieke
vaardigheden niet bezitten. Kortom, werkloosheid en schaarste van een specifieke groep kunnen tegelijkertijd bestaan.
Algemeen geldt dat werkgevers zich in zullen moeten spannen om voldoende personeel te aan te trekken. Eveneens geldt dat werklozen
zich in zullen moeten spannen om werk te vinden. Dat kost doorgaans tijd en daar kan bij- of omscholing voor nodig zijn.
Vraag 4
Bent u bereid samen met de ROC’s en de havenondernemers om de tafel te gaan zitten om snel met een gezamenlijke oplossing
voor dit probleem te komen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Neen, gelet op wettelijke verantwoordelijkheden is dit een zaak van roc’s en havenondernemers zelf. Zij werken ook al samen.
Zie voorts het antwoord op vraag 2.
Vraag 5
Bent u bereid een overzicht op te stellen van alle sectoren waar een vergelijkbare problematische kloof is tussen (middelbare
beroeps-)opleidingen en de werkvloer? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Neen, werkgevers kunnen zelf het beste inschatten wat hun (toekomstige) personeelsbehoefte is en daarop anticiperen. Zoals
in het antwoord op vraag 2 aangegeven zijn er diverse oorzaken en oplossingsrichtingen voor personeelstekorten in branches.
Werkgevers kunnen daarbij gebruik maken van verschillende informatiebronnen die reeds digitaal beschikbaar zijn. Zo heeft
het UWV een set van regionale arbeidsmarktinformatie ontwikkeld en (digitaal) beschikbaar gesteld op www.werk.nl. Het UWV
werkt hierbij nauw samen met partijen als Colo, Dienst Uitvoering Onderwijs en het CBS. Ook de Stichting van de Arbeid werkt
samen met de Raad voor Werk en Inkomen eraan om de ontwikkelingen binnen sectoren en de regionale arbeidsmarkt in beeld te
brengen.
De afgelopen jaren is tevens vanuit het middelbaar beroepsonderwijs gewerkt aan het transparant maken van vraag en aanbod
aan stageplaatsen (www.stagemarkt.nl) en de kans op werk die een opleiding biedt (www.kansopwerk.nl). Dit per branche, regio en niveau. In opdracht van de gemeente Rotterdam heeft Colo voor examenleerlingen
in het voortgezet onderwijs een «arbeidsmarktbijsluiter» ontwikkeld die de kans op werk met specifieke vervolgopleidingen
en het bijbehorende salaris inzichtelijk maakt. Dit levert een bijdrage aan een gerichte loopbaanoriëntatie en beroepskeuze
(lob) door jongeren.
X Noot
1http://www.metronieuws.nl/algemeen/havenondernemers-roc-s-onder-de-maat/SrZkbh!G11ETbpMybAiE/
X Noot
2ROC’s: Regionale opleidingscentra.
X Noot
3«De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2014», ROA, Maastricht, 2009.