Vragen van het lid Kooiman (SP) aan de ministers van Veiligheid en Justitie en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de Verklaring Omtrent het Gedrag voor het individueel begeleiden van minderjarigen vanuit een persoonsgebonden budget (ingezonden 21 december 2010).

Antwoord van staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten-Hyllner (Volksgezondheid, Welzijn en Sport), mede namens de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie (ontvangen 16 februari 2011).

Vraag 1

Welke eisen worden momenteel gesteld aan bureau's die vanuit een persoonsgebonden budget (pgb) begeleiding bieden?

Antwoord 1

Geen. De budgethouders kiezen zelf hun zorgleverancier en zij zijn verantwoordelijk voor hun keuze.

Vraag 2

Is het waar dat het voor het individueel begeleiden van minderjarigen (bijvoorbeeld huiswerkbegeleiding) vanuit een pgb niet vereist is dat de begeleider over een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) beschikt?

Antwoord 2

Ja. Overigens is huiswerkbegeleiding niet mogelijk vanuit een pgb, omdat dit soort begeleiding geen AWBZ-zorg is.

Vraag 3

Bent u bereid zich te verdiepen in bijgevoegde melding die ik per email ontving?1 Hoe beoordeelt u het feit dat een voor een zedendelict veroordeeld persoon, over wie de reclassering expliciet heeft geadviseerd om deze persoon te verbieden nog met kinderen te werken, inmiddels vanuit een pgb individueel huiswerkbegeleiding geeft aan (vaak verstandelijk gehandicapte) minderjarigen?

Vraag 4

Deelt u de mening dat het onwenselijk is dat iemand die voor een zedendelict is veroordeeld één op één begeleiding biedt aan minderjarigen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid eisen te gaan stellen aan pgb-bureaus, bijvoorbeeld door het bezit van een VOG verplicht te stellen? Zo nee, welke andere maatregelen gaat u nemen om te voorkomen dat zedendelinquenten ongecontroleerd met een pgb-buerau aan de slag kunnen?

Antwoord 3 en 4

Ik acht het zeer ongewenst dat een persoon die voor een zedendelict is veroordeeld, één op één begeleiding biedt aan minderjarigen. Om dit te voorkomen is het overleggen van een VOG een middel. Het is echter primair de verantwoordelijkheid van de ouders van de minderjarige pgb-houder, om alvorens een begeleider of een pgb-bureau in te huren aan wie zij hun kinderen toevertrouwen, het overleggen van een VOG te eisen.

Een budgethouder die zelf zijn zorg en begeleiding inkoopt, wordt namelijk werkgever respectievelijk opdrachtgever van de ingehuurde zorgverlener. Als deze zorg door een zelfstandige zorgverlener wordt geboden zou de budgethouder om een keurmerk Zelfstandig Ondernemend Zorgverlener van het STIZOZ kunnen vragen, dat naast allerlei andere kwaliteitsgegevens ook de aanwezigheid van een recente VOG omvat.

Vraag 5

Vindt u het eveneens onwenselijk dat betrokkene ook op andere plaatsen in de samenleving, zoals bij een sportclub, actief is met minderjarigen? Welke mogelijkheden zijn er om dit te voorkomen?

Antwoord 5

Ja, dat vind ik onwenselijk.

De ministeries van Veiligheid en Justitie en VWS financieren de uitwerking van een samenhangend pakket aan maatregelen om seksueel misbruik te voorkomen van vrijwilligers die met jongeren werken. Deze aanpak, met de titel «In veilige handen», omvat onder andere gedragsregels, een omgangscode, een meldprotocol, een stappenplan voor organisaties en een risicoprofiel voor functies waarvoor een vrijwilligersorganisatie een VOG zou kunnen verlangen van vrijwilligers. Meer informatie over deze aanpak is te vinden op www.inveiligehanden.nl.

Vraag 6

Zou het zinnig zijn de Inspectie jeugdzorg bevoegdheden toe te kennen om actie te ondernemen op meldingen als hiervoor omschreven? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 6

De Inspectie voor de Gezondheidszorg voert een actief beleid met betrekking tot het melden van seksueel misbruik voor alle zorg zoals omschreven in de AWBZ en de Zvw. Alle incidenten op het gebied van zorg moeten bij die Inspectie gemeld worden. Deze Inspectie volgt alle meldingen op dit gebied.


X Noot
1

Melding onderhands aan bewindspersonen gezonden.

Naar boven