Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-20111406

Vragen van de leden Wilders, Bosma en Beertema (allen PVV) aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over een partijpolitieke email van een schooldirecteur (ingezonden 17 januari 2011).

Antwoord van minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 11 februari 2011).

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van bijgevoegde interne email van de directeur van basisschool Hazesprong in Nijmegen?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Is het de taak van een schooldirecteur zijn afkeer van een politieke partij te ventileren tegenover het gehele onderwijzend personeel?

Antwoord 2

De taak van de directeur van een school is omschreven in artikel 29, eerste lid van de Wet op het primair onderwijs (WPO): «Bij de directeur van een school berust, onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag, de onderwijskundige, organisatorische en huishoudelijke leiding van een school.» Op grond van de artikelen 30a en 31 van de WPO kan het bevoegd gezag hem bij wet opgedragen taken en bevoegdheden delegeren of mandateren aan (onder andere) de directeur.

Tot de bovengenoemde, al dan niet gedelegeerde of gemandateerde, taken van de directeur behoort uiteraard niet het uiten van een mening over een politieke partij. Dat neemt niet weg dat het de directeur in beginsel vrijstaat zijn mening te uiten over zaken die niet met die taken in verband staan. Zoals bekend is het uiten van een mening immers vrij, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. Het betreft hier een grondrecht dat is vastgelegd in artikel 7 van de Grondwet.

De Hazesprong is een bijzondere school, ressorterend onder de Stichting Sint Josephusscholen in en om Nijmegen. Binnen het bijzonder onderwijs is het Burgerlijk Wetboek van toepassing op de arbeidsverhoudingen. De eis van goed werknemerschap uit hoofde van artikel 7:611 van het Burgerlijk Wetboek kan meebrengen dat een werknemer zich van bepaalde uitlatingen dient te onthouden omdat die indruisen tegen belangen van de werkgever. Of dat hier het geval is, is ter beoordeling van het bevoegd gezag van de school van de betrokken directeur.

Overigens stelt artikel 10 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) strenge eisen aan de beperking van de vrijheid van meningsuiting van (onder andere) werknemers.

Vraag 3

Deelt u de mening dat met deze politieke actie bovengenoemde directeur heeft aangetoond niet geschikt te zijn voor het onderwijs en per onmiddellijk dient te vertrekken? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 3

Zoals in het antwoord op vraag 2 is toegelicht, betreft het hier een aangelegenheid tussen de directeur en zijn werkgever. Of aan de zijde van de werkgever belangen zijn geschaad is ter beoordeling van die werkgever. Ook het eventuele besluit de betrokken directeur op basis hiervan te ontslaan, is exclusief voorbehouden aan de werkgever. Ik verwijs in dit verband naar artikel 33a van de WPO. Gelet hierop en mede in aanmerking genomen dat de benoeming en het ontslag van onderwijspersoneel onder de grondwettelijk gewaarborgde vrijheid van onderwijs valt, onthoud ik mij hier van een mening.

Vraag 4

Bent u bereid uw invloed aan het wenden ten einde het schoolbestuur ervan te overtuigen deze directeur voor ontslag voor te dragen?

Antwoord 4

Nee, zie het antwoord op vraag 3.


X Noot
1

Bijlage aan bewindspersoon toegezonden.