Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-20111387

Vragen van de leden Wilders, Bosma, Van Klaveren, en Beertema (allen PVV) aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht «WOII moet weer centrale plek krijgen» (ingezonden 21 januari 2011).

Antwoord van minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 10 februari 2011).

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht «WOII moet weer centrale plek krijgen»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Bent u op de hoogte van de praktijken die in dit bericht worden beschrijven, namelijk dat Holocaust-lessen worden aangepast ten behoeve van moslims?

Antwoord 2

Ik heb er kennis van genomen dat «Holocaustonderwijs» op sommige scholen mét lessen over het Midden-Oosten wordt gegeven.

Vraag 3

In welke mate gebeurt dit?

Antwoord 3

Er is geen landelijk overzicht van de precieze wijze waarop alle leraren hun lessen inrichten. In essentie is dit de professionele verantwoordelijkheid van leraren waar de overheid geen bemoeienis mee heeft. Een vorig jaar in opdracht van Elsevier uitgevoerde enquête onder 339 docenten in vmbo, havo en vwo geeft evenwel een indicatie van de mate waarin leraren kennelijk aanleiding zien hun onderwijs in te richten zoals in het artikel wordt beschreven. Uit deze enquête kwam naar voren dat één op de vijf ondervraagde geschiedenisdocenten in de vier grote steden «weleens heeft meegemaakt» dat hij of zij de Holocaust niet of nauwelijks ter sprake kon brengen, omdat vooral islamitische leerlingen er moeite mee zouden hebben2.

Uit de observatie dat één op de vijf geschiedenisleraren dit «weleens heeft meegemaakt» kan overigens niet geconcludeerd worden dat het structureel en in algemene zin in het Nederlandse onderwijs moeilijk of zelfs onmogelijk is om de Holocaust in het onderwijs te bespreken, laat staan dat geschiedenisdocenten het onderwerp niet behandelen. Voor verreweg de meeste leraren op de meeste scholen is het evident dat de verschrikkingen van de Holocaust in de klas, bijvoorbeeld in het geschiedenisonderwijs, ter sprake worden gebracht. Waar het door onaangepast gedrag van leerlingen wél tot problemen zou leiden, verdienen leraren en scholen alle maatschappelijke en politieke steun om álle leerlingen te onderwijzen over deze zware thematiek.

Vraag 4

Deelt u de mening dat de Shoah, de moord op zes miljoen Joden, volstrekt uniek is in de geschiedenis en dat het onderwijs hierover dus niet dient te worden vermengd met andere gebeurtenissen?

Antwoord 4

De Shoah is volstrekt uniek in de geschiedenis, het is een cruciale zwarte bladzijde in de wereldgeschiedenis. Van leraren geschiedenis mag verwacht worden dat zij zich bewust zijn van deze uniciteit en dat zij hiervan bij de uitwerking van hun lessen ook uitgaan. De manier waarop leraren hun onderwijs inrichten is hun eigen professionele verantwoordelijkheid, de overheid heeft hier geen bemoeienis mee.


X Noot
1

De Pers, «WOII moet weer centrale plek krijgen», 20 januari 2011.

X Noot
2

http://www.elsevier.nl/web/Nieuws/Nederland/264091/Moslimleerlingen-hebben-moeite-met-Holocaustles.htm