Aanhangsel van de Handelingen
Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden
998
Vragen van het lid Griffith (VVD) aan de ministers van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie over een piloot
die moeiteloos door de screening van de AIVD is gekomen. (Ingezonden
25 september 2009)
1
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Moeiteloos door screening
AIVD»?1
2
Hoe is het mogelijk dat de heer Poch 22 jaar lang moeiteloos door de strenge
pilotenscreening van de Algemene Inlichtingenen Veiligheidsdienst (AIVD) is
gekomen zonder dat hierbij zijn verleden als dodenvlieger ten tijde van de
Argentijnse junta bekend is geworden?
3
Deelt u de mening dat het onverantwoord is dat deze piloot met een dergelijk
verleden, werkzaam is als piloot en ongehinderd tienduizenden vakantiegangers
naar zonbestemmingen heeft gevlogen?
4
Kunt u aangeven op welke manier de AIVD het veiligheids- en antecedentenonderzoek
naar vliegers met een zogenaamde vertrouwensfunctie uitvoert? Welke registers
behoren hierbij nagetrokken te worden?
5
Kunt u aangeven onder welke categorie veiligheidsonderzoeken luchtvaartpersoneel
in het algemeen en piloten in het bijzonder vallen?
6
Wat is de periodieke termijn waarbinnen vliegers onderworpen worden aan
een veiligheids- en antecentenonderzoek?
7
Hoe kan het dat informatie van collega’s van deze piloot, die van
zijn verleden hadden gehoord, nooit aan de dienst is gemeld? Was zijn leidinggevende
op de hoogte van zijn verleden als «dodenvlieger»? Zo ja, wat
heeft hij met deze informatie gedaan?
8
Kunt u aangeven hoe vaak de AIVD en in welke concrete gevallen steken
heeft laten vallen bij de screening van luchtvaartpersoneel?
9
Welke maatregelen gaat u nemen om te voorkomen dat de AIVD in de toekomst
dergelijke fouten bij screening van luchtvaartpersoneel nog maakt?
Antwoord
Antwoord van minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties), mede namens de minister van Justitie (ontvangen
17 december 2009)
2
Over individuele zaken kan ik in het openbaar geen mededelingen doen.
In het algemeen kan ik zeggen dat sinds 1996 de AIVD veiligheidsonderzoeken
verricht in de burgerluchtvaartsector. De uitvoering van deze veiligheidsonderzoeken
is gemandateerd aan de KMar. Bij een veiligheidsonderzoek worden gegevens
meegewogen zoals genoemd in artikel 7, tweede lid, van de Wet Veiligheidsonderzoeken
(Wvo). Hiervoor raadpleegt de AIVD onder andere (nationale) politieregisters,
justitiële registers en de bestanden van de AIVD. In beginsel wordt voor
een vertrouwensfunctie in de burgerluchtvaart een beoordelingstermijn (terugkijkperiode)
van acht jaar in ogenschouw genomen. Op basis van de verkregen informatie
bepaalt de AIVD of er voldoende waarborgen aanwezig zijn dat een (kandidaat)
vertrouwensfunctionaris onder alle omstandigheden de uit de vertrouwensfunctie
voortvloeiende verplichtingen getrouwelijk zal volbrengen, conform de beleidsregel
burgerluchtvaart. Indien er geen nadelige gegevens uit het veiligheidsonderzoek
naar voren komen, geeft de AIVD een Verklaring van Geen Bezwaar (VGB) af.
3
Aangezien de opsporingsonderzoeken in Argentinië en Nederland nog
lopen en betrokkene nog niet is berecht, kunnen mijn ambtsgenoot en ik niet
op deze vraag ingaan.
4 en 5
Een groot aantal functionarissen binnen de burgerluchtvaartsector, waaronder
piloten, is vanwege de toegang die zij hebben tot beschermd gebied aangewezen
als B-vertrouwensfunctionaris. Dit houdt in dat er een administratief onderzoek
plaatsvindt, waarbij onder andere (nationale) politieregisters, justitiële
registers en de bestanden van de AIVD worden geraadpleegd. Gesprekken met
een kandidaat-vertrouwensfunctionaris en/of zijn omgeving maken in beginsel
geen deel uit van een B-veiligheidsonderzoek (zie ook antwoord op vraag 2).
6
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is bevoegd,
na het verstrijken van een termijn van vijf jaren of een veelvoud daarvan
sinds het afgeven van de Verklaring van Geen Bezwaar, een hernieuwd veiligheidsonderzoek
uit te laten voeren door de AIVD.
7
Zoals ik reeds bij het antwoord op vraag 2 heb aangegeven, kan ik over
individuele zaken geen mededelingen doen. In het algemeen kan ik stellen dat
de wet het mogelijk maakt om relevante nieuwe feiten en omstandigheden ten
aanzien van vertrouwensfunctionarissen te verstrekken aan de AIVD.
8 en 9
Zie het antwoord op de vraag 2.
XNoot
1 www.telegraaf.nl, 24 september 2009.