Vragen van het lid Neppérus (VVD) aan de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer over dubieuze afkoop van vervuiling (ingezonden 11 augustus 2010).

Antwoord van minister Huizinga-Heringa (Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer) (ontvangen 13 september 2010).

Vraag 1

Hebt u kennis genomen van de artikelen «Dubieuze afkoop van vervuiling bedrijven» en «Massale klimaatfraude met onze subsidies»?1,2 Deelt u de zorg die in beide artikelen wordt geuit?

Antwoord 1

Ik heb kennis genomen van beide artikelen. Hoewel ik in beginsel de zorg deel die in beide artikelen wordt geuit, dient naar mijn oordeel eerst het nader onderzoek van de CDM Executive Board te worden afgewacht om te bepalen of deze zorg terecht is.

Vraag 2

Hebt u kennis genomen van het besluit van de vergadering van de CDM-Executive Board van de Verenigde Naties van eind juli van dit jaar om de zorgen, die over geknoei met het broeikasgas HFC-23 waren geuit, verder te laten bestuderen en te bespreken in een volgende vergadering? Vindt u dat niet wat vaag en vrijblijvend?

Antwoord 2

Ik heb kennis genomen van dit besluit. In dit verband wil ik wijzen op annex 19 bij het verslag van de 55e vergadering van de CDM Executive Board (zie https://cdm.unfccc.int/UserManagement/FileStorage/3TUHR8XDFPGYI62CJ5MQK14LSW7EBO), waarin gedetailleerd is omschreven hoe en door wie het nader onderzoek moet worden aangepakt.

Vraag 3

Wat betekent dit alles voor het bestaande systeem van emissiehandel? Kan dit bestaande systeem wat u betreft zo worden voortgezet?

Antwoord 3

In het Europese Emissiehandelssysteem worden CDM-rechten in beperkte mate toegelaten. Zo mogen de Nederlandse bedrijven CDM-rechten inleveren tot een maximum van 10% van hun toewijzing. Dat betekent dus in totaal 10% van de Nederlandse toewijzing. Hiermee wordt de invloed van CDM-rechten op de markt ingeperkt. In 2009 dekten de ETS- bedrijven gezamenlijk in Nederland slechts 0,9% van hun emissies in 2009 af met CDM-rechten. Een deel van de CDM-rechten is afkomstig uit HFC-projecten. Voor de periode van 2013 kunnen nog additionele kwaliteitseisen worden gesteld aan CDM-rechten. De vaststelling van deze eisen zal waarschijnlijk in 2011 in Europees verband gaan spelen. Hierbij zal de opgedane ervaring met HFC zeker worden meegenomen.

Vraag 4

Bent u bereid uit te zoeken bijvoorbeeld door onderzoek door accountants, welke Nederlandse bedrijven hierbij zijn betrokken en in hoeverre ze echt op de hoogte waren?

Antwoord 4

Als de resultaten van het vervolgonderzoek er aanleiding toe geven, zal ik bezien of en hoe een onderzoek naar de Nederlandse situatie vorm gegeven kan worden.

Vraag 5

Is er al internationaal onderzoek beschikbaar naar de mate waarin bedrijven en wellicht ook overheden, in China en India, hier aan hebben verdiend? Zo ja, om hoeveel geld gaat het? Zo nee, bent u bereid stappen hiertoe te nemen?

Antwoord 5

Naast de onderzoeksvragen die de CDM Executive Board heeft voorgelegd aan de Methodology Panel, heeft deze Board aan het UNFCCC klimaatsecretariaat gevraagd nadere informatie te verschaffen over de kosten en baten rond deze projecten. Die informatie zal gelijk met de resultaten van het nadere onderzoek beschikbaar zijn.


XNoot
1

de Volkskrant, 7 augustus 2010.

XNoot
2

Elsevier.nl, 4 augustus 2010.

Naar boven