Vragen van het lid De Roon (PVV) aan de ministers van Justitie, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Buitenlandse Zaken over het bericht dat de politie en de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) niet reageren op dreigementen van Iraniërs aan het adres van een Nederlandse ondernemer (ingezonden 4 juni 2010).

Antwoord van minister Hirsch Ballin (Justitie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties), mede namens de minister van Economische Zaken (ontvangen 16 augustus 2010) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2009–2010, nr. 2733.

Vraag 1

Kent u het bericht «Nederlandse ondernemer in tang Iraanse zakenmensen»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Zijn Nederlandse zakenlieden wel vaker benaderd en gechanteerd of bedreigd door Iraniërs om dodelijke chemische stoffen te leveren? Hoe vaak is dit de afgelopen vijf jaren bekend geworden? Hebben dergelijke leveranties ook plaatsgevonden? Welke stoffen betrof het?

Antwoord 2

Mij zijn geen gevallen uit het verleden bekend van het chanteren en/of bedreigen van Nederlandse ondernemers door Iraniërs in verband met het leveren van chemische stoffen.

Vraag 3 en 4

Is het waar dat een Nederlandse ondernemer die weigert gevaarlijke chemicaliën aan een Iraniër te leveren en daarom bedreigd wordt, zowel bij de politie als de AIVD bot ving toen hij zijn ervaringen bij deze instanties aankaartte?

Hebben de politie en de AIVD geweigerd om hier iets mee te doen? Zo ja, waarom? Zo nee, wordt dan onderzocht of er sprake is van een beoogde levering van gevaarlijke chemicaliën aan Iran of een andere schurkenstaat dan wel aan een terroristische organisatie?

Antwoord 3 en 4

Ik vind het van belang dat adequaat gereageerd wordt als een ondernemer zijn ervaringen bij overheidsinstanties aankaart.

In het kader van de uitvoering van zijn wettelijke veiligheidstaak levert de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) een bijdrage aan de naleving van de exportregelingen zoals die op dual-use goederen van toepassing zijn. In dit kader heeft de AIVD de melding van de Nederlandse ondernemer onderzocht. De melding gaf echter geen aanleiding tot nader onderzoek door de AIVD, hetgeen de AIVD aan de Nederlandse ondernemer heeft medegedeeld. De AIVD heeft na uitvoering van het onderzoek de Nederlandse ondernemer aangeraden zich voor wat betreft de bedreiging te wenden tot de politie.

Betrokkene heeft zich bij de politie gemeld. De politie heeft aan de hand van de melding bezien of sprake was van een vermoeden van een gepleegd strafbaar feit. Betrokkene is toen evenwel niet meteen uitgenodigd om aangifte te doen. Daartoe is hij inmiddels wel uitgenodigd. Betrokkene is nog niet overgegaan tot het doen van aangifte

Verder onderzoekt de douane in haar hoedanigheid van toezichthouder op het gebied van exportcontrole op strategische goederen naar aanleiding van de berichten of er sprake was van (een voornemen tot) ongeoorloofde export.

Meerdere diensten hebben zodoende de melding van betrokkene beoordeeld of zijn daar nog mee bezig.

Vraag 5

Op welke wijze waarschuwt u Nederlandse ondernemers voor de mogelijkheid dat zij onder druk worden gezet om gevaarlijke stoffen te leveren aan mogelijk terroristische organisaties/landen?

Antwoord 5

De regering stimuleert het veiligheidsbewustzijn van bedrijven en instellingen die werkzaam zijn in vitale onderdelen van de samenleving. Dit betreft zowel de bedrijven die aangesloten zijn bij het Alerteringssysteem Terrorismebestrijding (ATb), waaronder bedrijven in de chemiesector, als instellingen die werken met chemische, biologische, radiologische of nucleaire (CBRN) middelen. De NCTb biedt deze bedrijven en instellingen de helpende hand om alertheid onder de eigen medewerkers te stimuleren. De nadruk ligt hierbij op het menselijke gedrag als aanvulling op (fysieke) beveiligingsmaatregelen. Dit betreft handreikingen aan publieke instellingen en bedrijven. Het bedrijf of de instelling zelf blijft verantwoordelijk voor de eigen veiligheid en beveiliging.

Indien daar aanleiding toe bestaat binnen het kader van hun wettelijke veiligheidstaken, informeren ook de AIVD en de MIVD bedrijven en instanties over de risico’s van kennisoverdracht en de overdracht van goederen waarop exportregelingen van kracht zijn naar landen van zorg.

Vraag 6

Is er in deze zaak aanleiding om met de desbetreffende ondernemer te bespreken of en zo ja, welke maatregelen getroffen kunnen worden voor de beveiliging van hem en zijn gezin?

Antwoord 6

Uit veiligheidsoverwegingen doe ik in het openbaar geen uitspraken over eventuele dreiging en beveiligingsmaatregelen in individuele gevallen.


XNoot
1

De Telegraaf, 3 juni 2010 http://www.telegraaf.nl/binnenland/6850504/__Chemicalin_of_je_leven__.html?sn=binnenland,buitenland

Naar boven