Vragen van de leden Hennis-Plasschaert en Teeven (beiden VVD) aan de minister van Justitie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het buiten functie stellen van een commissaris bij Europol (ingezonden 5 juli 2010).

Antwoord van minister Hirsch Ballin (Justitie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties) (ontvangen 28 juli 2010).

Vraag 1

Bent u bekend met de situatie die is ontstaan rondom het functioneren van de adjunct-directeur Europol? Acht u dit een interne gelegenheid van Europol of is ook het aanzien van de Nederlandse politie in het geding?1

Antwoord 1

Ja. Ik beschouw de aangelegenheid als een interne zaak van Europol.

Vraag 2

Is het waar dat er interne informatie van Europol is «gelekt» aan medewerkers van de Dienst Nationale Recherche van het Korps Landelijke Politiediensten?

Antwoord 2

Ik verwijs naar mijn antwoord op vraag 1.

Vraag 3

Heeft de huidige leiding van de Dienst Nationale Recherche wetenschap van deze «uitwisseling van informatie»? Zo ja, wat is uw oordeel over een dergelijk handelen van de betreffende adjunct-directeur?

Antwoord 3

De korpschef van het Korps landelijke politiediensten (KLPD) heeft mij gemeld dat het de leiding van de Dienst Nationale Recherche bekend is dat er vragen gerezen zijn over het vermeende uitwisselen van informatie betreffende de sollicitatieprocedure bij Europol.

Zoals gemeld in het antwoord op vraag 1 acht ik deze aangelegenheid een interne zaak van Europol.

Vraag 4

Is er sprake van een detachering bij Europol van de betreffende persoon? Zo ja, overweegt u die detachering te beëindigen?

Antwoord 4

Nee, de betreffende persoon is niet bij Europol gedetacheerd. Ten behoeve van zijn functie bij Europol heb ik hem als beheerder van het KLPD buitengewoon verlof verleend. Ik heb op dit moment geen aanleiding iets te wijzigen in de arbeidsrelatie.


XNoot
1

De Telegraaf, 1 juli 2010 «Gezagscrisis rond topman Europol».

Naar boven