Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-20102952

Vragen van het lid Teeven (VVD) aan de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de gang van zaken rond de dood van Marianne Vaatstra (ingezonden 10 juni 2010).

Antwoord van minister Hirsch Ballin (Justitie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen 21 juli 2010). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2009–2010, nr. 2952.

Vraag 1

Is het landelijk Cold Case Team nog actief met het oplossen van de moord op Marianne Vaatstra? Is er een ander rechercheteam nog actief?1

Antwoord 1

De zaak Vaatstra is nog steeds in behandeling bij het Cold Case team van de Noordelijke Recherche Eenheid. Door dit team worden tips inzake de moord op Marianne Vaatstra afgehandeld.

Daarnaast is er vanaf oktober 2007 ook nog een ander team van de Noordelijke Recherche Eenheid actief dat onderzoekt welke onderzoeksmogelijkheden er redelijkerwijs nog zijn om meer duidelijkheid te krijgen inzake dit misdrijf.

Vraag 2 en 7

Is het waar dat op 3 mei 1999 een persoon genaamd F.M. is overgeplaatst vanuit het asielzoekerscentum (AZC) Kollumerland? Zo ja, waarom heeft u die informatie op 27 september 2007 op antwoorden op Kamervragen2 niet aan de Kamer verstrekt?

Wat is de reden dat F.M. uit het AZC Kollumerland is verwijderd in mei 1999? Bent u bekend met zijn huidige verblijfplaats?

Antwoord 2 en 7

In 2007 heeft de politie Fryslân onderzoek verricht naar aanleiding van een anonieme brief waarin werd vermeld dat er op 3 mei 1999 een bewoner van het azc in Kollum heimelijk uit het land zou zijn verwijderd. Het onderzoek heeft uitgewezen dat dit niet het geval was.

De persoon F.M. is op 27 mei 1999 overgeplaatst vanuit het azc in Kollum naar het azc in Drachten. De overplaatsing van F.M. had geen relatie met de moord op Marianne Vaatstra. F.M. werd verdacht van een zedenmisdrijf (zie ook het antwoord op vraag 4).

Gelet op de gespannen situatie rondom het azc in Kollum werd besloten om F.M. over te plaatsen naar het azc te Drachten. Van daaruit is F.M. op 2 juni 1999 overgeplaatst naar het azc Alphen aan den Rijn. Als verblijfsvergunninghouder is hij, in mei 2000, vervolgens regulier gehuisvest.

In antwoord op de schriftelijke vragen (nummer 100, ingezonden 13 juni 2007) van het lid Teeven heeft de toenmalige Staatssecretaris op 27 september 2007 meegedeeld dat er op 3 mei geen asielzoeker is overgeplaatst van azc Kollumerland naar azc Musselkanaal. Overigens werd toen niet specifiek gevraagd naar F.M. Ik verwijs u hieromtrent naar het antwoord op vraag 3 van de genoemde vragen.

Vraag 3

Is het waar dat de toenmalige (plv.) directeur van het AZC Musselkanaal op de hoogte was van de verwijdering van deze F. M.? Is het waar dat deze verwijdering door de directeur is gemeld aan derden?

Antwoord 3

Zoals volgt uit het antwoord op vraag 2 is de persoon genaamd F.M. niet op of omstreeks 3 mei 1999 overgeplaatst c.q. verwijderd.

Vraag 4

Is het waar dat deze F. M. (tezamen met een andere asielzoeker A. H.) Marianne Vaatstra enkele weken voor haar dood zou hebben bedreigd in een horecagelegenheid in Friesland? Is het waar dat F. M. ook verdachte was van een ander strafbaar feit in 1999? Wat was dat voor een feit en wat is er met die zaak gebeurd? Is die (andere) zaak tegen F. M. op 15 juli 1999 geseponeerd?

Antwoord 4

F.M. is enkele maanden voor de dood van Marianne betrokken is geweest bij een ruzie met (vrienden van) Marianne in een horecagelegenheid. F.M. is daarover gehoord en zei dat juist hij en zijn vriend werden bedreigd en niet andersom.

F.M. was toen niet in het bijzijn van A.H. maar van een andere persoon. De identiteit van die persoon is bekend. Deze persoon was ten tijde van de moord op Marianne Vaatstra gedetineerd. Van F.M. is biologisch materiaal afgenomen. Zijn DNA komt niet overeen met het DNA-materiaal dat is aangetroffen bij het lichaam van Marianne.

Er was aangifte gedaan tegen F.M. inzake een zedenmisdrijf gepleegd op 30 april 1999. Daarnaar is onderzoek gedaan door de plaatselijke politie. F.M. is daarvoor ook aangehouden en heeft enkele dagen in verzekering gezeten. Er werd onvoldoende bewijs gevonden om F.M. te vervolgen. De zaak is daarom op 9 augustus 1999 geseponeerd.

Vraag 5

Is de op enig moment in Istanbul aangehouden A. H. dezelfde persoon als de A. H. die F. M. vergezelde kort voor de dood van Marianne Vaatstra? Zo ja, waar baseert u dat op?

Antwoord 5

Er is één getuige die stelt F.M. op 30 april overdag gezien te hebben in het gezelschap van een onbekende andere man. Het signalement van deze man luidde klein en gezet. De getuige herkende vervolgens de onbekende man van een opsporingsfoto als zijnde A.H.. A.H. is echter in het geheel niet klein en gezet.

Er wordt wel gesuggereerd dat F.M. en A.H. op de avond van 30 april in elkaars gezelschap het azc hebben verlaten. Uit de destijds afgelegde verklaringen door de (die avond) dienstdoende bewakers blijkt dat echter niet. Zij stellen dat A.H. het terrein verliet in het bijzijn van anderen, maar het niet is bekend met wie.

Zowel A.H. als F.M. zijn uitgesloten als dader van het misdrijf. Van beiden werd biologisch materiaal afgenomen en dat bleek niet overeen te komen met het DNA-materiaal dat is aangetroffen bij het lichaam van Marianne.

Vraag 6

Indien de antwoorden op de vragen 3 tot en met 6 bevestigend luiden, waarom is die informatie niet reeds eerder ter kennis gebracht van de Kamer?

Antwoord 6

Het antwoord op de vragen 3 t/m 6 luidt niet bevestigend. De reden dat de aldaar weergegeven informatie niet eerder ter kennis is gebracht aan de Kamer is dat daarvoor eerder geen aanleiding bestond.

Er is zijdens de Kamer niet eerder naar gevraagd en actieve openbaarmaking van deze gegevens lag niet in de rede, omdat het geen ander licht werpt op de vraag wie Marianne Vaatstra van het leven beroofde.

Vraag 8

Welke stappen wilt u nemen om er zorg voor te dragen dat er duidelijkheid komt in de zaak van Marianne Vaatstra?

Antwoord 8

Zie het antwoord op vraag 1.


XNoot
1

Publicaties over Willeke Dost en andere Cold Cases, Telegraaf d.d. 8 juni 2010.

XNoot
2

Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2007–2008, nr. 100.