Vragen van het lid Joldersma (CDA) aan de minister van Justitie over het uitdelen van gratis joints (ingezonden 21 april 2010).

Antwoord van minister Hirsch Ballin (Justitie) (ontvangen 24 juni 2010). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2009–2010, nr. 2466.

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het bericht «Gratis joint op verkiezingsdag»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Deelt u de opvatting dat het uitdelen van gratis joints onverantwoord is?

Antwoord 2

Ik acht het gratis uitdelen van joints aan vaste klanten van coffeeshops om hen over te halen te gaan stemmen een ongewenste zaak.

Vraag 3

In hoeverre druist het gratis uitdelen van joints in tegen de zogenaamde AHOJG-gedoogcriteria voor coffeeshops? Is het op basis daarvan mogelijk coffeeshops te sluiten die gratis joints uitdelen of ziet u andere mogelijkheden om op te treden?

Antwoord 3

Het kenbaar maken van het voornemen tot het uitdelen van gratis joints is aan te merken als een openbaarmaking die gericht is op de bevordering van de verkoop, aflevering of verstrekking van softdrugs. Daarmee is het in strijd met het verbod op affichering zoals dit in de aanwijzing Opiumwet van het Openbaar Ministerie is opgenomen en zoals dit is vertaald is naar de AHOJG-criteria in de APV van de gemeente Maastricht. Ten aanzien van het onderdeel Affichering wordt, zoals bepaald in het lokale coffeeshopbeleid, bij de eerste overtreding een waarschuwing gegeven. Deze waarschuwing is inmiddels namens de burgermeester van Maastricht gegeven. Bij volgende overtredingen zal worden opgetreden door het opleggen van een last onder dwangsom.

Vraag 4

Deelt u de opvatting dat het wenselijk is dat coffeeshopshouders eindelijk hun maatschappelijke verantwoordelijkheid gaan nemen door geen gratis joints te verstrekken en door verslaafde blowers niet toe te laten in de coffeeshop?

Antwoord 4

Ik verwijs naar mijn antwoord op vraag 2.


XNoot
1

De Telegraaf.nl, 20 april 2010.

Naar boven