Vragen van het lid Anker (ChristenUnie) aan de minister van Justitie over de legalisering van de bevoorrading van softdrugs in Utrecht (ingezonden 21 april 2010).

Antwoord van minister Hirsch Ballin (Justitie) (ontvangen 23 juni 2010). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2009–2010, nr. 2463

Vraag 1

Bent u bekend met het voorgenomen coalitieakkoord in Utrecht waarin de partijen een legale bevoorrading van coffeeshops met een experiment willen opstarten?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Past dit experiment binnen de landelijke en Europese wetgeving en de door Nederland gesloten verdragen over de handel in softdrugs? Zo nee, op welke gronden is dit experiment niet passend?

Antwoord 2

Nee, artikel 3 van de Opiumwet verbiedt onder andere het verkopen, leveren, verstrekken of vervoeren van de op lijst II genoemde drugs. Het valt niet in te zien hoe een experiment zoals door het College van B&W van Utrecht wordt voorgestaan mogelijk is zonder een of meer van deze handelingen te verrichten. Bovendien valt een dergelijk experiment buiten de in de Aanwijzing Opiumwet van het Openbaar Ministerie vastgelegde criteria.

De Opiumwet is in overeenstemming met de bepalingen van de drie VN-drugsverdragen van 1961, 1971 en 1998. Alle EU-lidstaten hebben zich gebonden aan de VN-drugsverdragen.

Vraag 3

Welke andere gemeenten zijn nog van plan aan bevoorrading van coffeeshops mee te werken door deze plaatselijk te reguleren? Loopt dit niet vooruit op de hoofdlijnenbrief die controversieel is verklaard?

Antwoord 3

Er zijn verschillende gemeenten geweest die naar aanleiding van de hoofdlijnenbrief Drugsbeleid van 29 september 2009 (Kamerstukken II, vergaderjaar 2009–2010, 24077, nr. 239) hebben aangegeven dat zij een experiment met de bevoorrading van coffeeshops zouden willen uitvoeren. Door mijn departement is in het onderlinge contact, onder verwijzing naar de betreffende passage in de hoofdlijnenbrief, steeds aangegeven dat enigerlei experiment met gereguleerde teelt, al dan niet ten behoeve van de bevoorrading van coffeeshops, niet in deze kabinetsperiode plaats zal vinden.

Vraag 4

Hoe beoordeelt u het voorgestelde experiment van de Gemeente Utrecht in het licht van het arrest inzake coffeeshop Checkpoint te Terneuzen?

Antwoord 4

Beide kwesties moeten mijns inzien los van elkaar bezien en beoordeeld worden. Bij het arrest inzake coffeeshop Checkpoint te Terneuzen was sprake van georganiseerde criminaliteit. Aan het voorgestelde experiment te Utrecht ligt een meer principiële juridische vraag ten grondslag met betrekking tot de bevoegdheden van de gemeente.

Vraag 5

Hoe beoordeelt u de stelling van de coalitie in Utrecht dat het voorgenomen experiment met de bevoorrading van coffeeshops een positief effect heeft op criminalisering en overlast?2

Antwoord 5

Mij zijn geen gegevens bekend die deze bewering onderbouwen.

Vraag 6

Bent u bereid hier op te treden en de Nederlandse wetgeving en de internationale afspraken te handhaven?

Antwoord 6

Het Openbaar Ministerie te Utrecht heeft aangegeven niet in het voornemen van het nieuwe Utrechtse college gekend te zijn, en conform het huidige beleid te zullen blijven handhaven. Zodra de gelegenheid zich voordoet zal ik het College van B&W aangeven dat het onwenselijk is dat het voornemen uit het Utrechtse coalitieakkoord in deze kabinetsperiode tot uitvoering wordt gebracht.


XNoot
1

http://www.utrecht.nl/images/Secretarie/Communicatie/benw//Collegeprogramma_2010–2014.pdf

XNoot
2

Idem, p.24

Naar boven