Vragen van de leden Boelhouwer en Heijnen (beiden PvdA) aan de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer over het advies «Risicoberekening volgens voorschrift: een ritueel voor vergunningverlening» van de Adviesraad Gevaarlijke Stoffen (ingezonden 28 april 2010).

Antwoord van minister Huizinga-Heringa (Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer) (ontvangen 10 juni 2010).

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het advies van de Adviesraad Gevaarlijke Stoffen «Risicoberekening volgens voorschrift: een ritueel voor vergunningverlening» d.d. 21 april 2010?

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Deelt u de mening van de Adviesraad dat bij het berekenen van risico’s die mensen lopen, waarbij wordt uitgegaan van een voorgeschreven rekenmodel, uitgangspunten en aannames worden gehanteerd die een verkeerd beeld geven van de werkelijke risico’s die mensen lopen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 2

Zodra ik het rapport van de Adviesraad zorgvuldig heb bestudeerd en een oordeel daarover van het Centrum Externe Veiligheid van het RIVM heb ontvangen, zal ik mijn conclusies trekken. Die conclusies verwerk ik in het standpunt dat u binnen drie maanden zult ontvangen.

Vraag 3

Wat zijn de gevolgen nu blijkt dat in het model geen rekening wordt gehouden met de specifieke omstandigheden ter plaatse? Lopen mensen daardoor in werkelijkheid mogelijke grotere risico’s dan tot nu toe werd aangenomen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 3

Mijn indruk is dat omwonenden van risicovolle objecten niet meer risico lopen dan tot nu toe werd aangenomen. De Nederlandse rekenmethodiek is over het algemeen realistisch, waarbij op sommige punten conservatieve aannames worden gedaan. Daardoor geven de berekende risico’s doorgaans een conservatieve schatting van de te verwachten risico’s.

Vraag 4

Kan een mogelijk gevolg van het te rigide toepassen van het model zijn dat mensen bij bosbranden (preventie, repressie en evacuatie) met name in kwetsbare gebieden, zoals op de Veluwe, een groter risico lopen dan tot nu toe werd aangenomen?

Antwoord 4

Nee, de Nederlands rekenmethodiek is niet geschikt en wordt niet toegepast om risico’s bij bosbranden te berekenen.

Vraag 5

Bent u voornemens de opleidingseisen aan te passen, aangezien de adviesraad constateert dat de opleiding van de gebruikers van het model onvoldoende is om het benodigde inzicht voor een goed veiligheidsbeleid te verkrijgen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 5

Het rapport vormt voor mij geen aanleiding om vooruitlopend op mijn standpunt acties te ondernemen. Het accepteren van een risicoberekening en afgeven van een vergunning is een zaak van het bevoegd gezag. Er is veel aandacht voor het verhogen van het kennisniveau van het bevoegd gezag.

Vraag 6

Bent u van plan de aanbevelingen van de adviesraad ter verbetering van het veiligheidsbeleid op te volgen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 6

Het rapport vormt voor mij geen aanleiding om vooruitlopend op mijn standpunt acties te ondernemen.

Naar boven