Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-20102284

Vragen van het lid Jasper van Dijk (SP) aan de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over problemen met studieschulden (ingezonden 1 april 2010).

Antwoord van staatssecretaris Van Bijsterveldt-Vliegenthart (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 20 april 2010).

Vraag 1

Wat is uw oordeel over het artikel «Niks lening kwijtschelden, vier misverstanden over lenen bij Dienst Uitvoering Onderwijs»?1

Antwoord 1

Het artikel is gebaseerd op het onderzoek «Leengedrag van studenten» van het Nibud van januari 2010. In het artikel worden de belangrijkste bevindingen van het onderzoek samengevat. De auteurs noemen vier misverstanden die veel zouden voorkomen, maar die op grond van het Nibud-rapport wel genuanceerd moeten worden.

  • Misverstand 1 volgens het artikel: «over een studielening betaal ik geen rente». Volgens het Nibud-onderzoek gaat het om 7% van de respondenten.

  • Misverstand 2 volgens het artikel: «de rente is altijd gelijk en relatief laag». De rente is inderdaad laag en gebaseerd op de rente die de overheid zelf moet betalen. Dat studenten zouden denken dat de rente altijd gelijk zou zijn, valt niet uit het rapport op te maken. Wel is het zo dat 71% van de respondenten niet weet dat de rente in de terugbetalingsperiode steeds voor vijf jaar vaststaat. Dit is een punt van aandacht.

  • Misverstand 3 volgens het artikel: »basis- en aanvullende beurs krijg je van de overheid». Dat is geen misverstand: wie op tijd zijn diploma behaalt, krijgt de basis- en aanvullende beurs als gift. Gegeven alle voorlichting die de DUO over de prestatiebeurs geeft is het moeilijk voor te stellen dat studenten dit niet zouden weten.

  • Misverstand 4 volgens het artikel: «een studielening wordt na vijftien jaar kwijtgescholden» Dit wordt een fabeltje genoemd, terwijl het wel degelijk de hoofdregel is.

Voorts wordt ten onrechte als belangrijkste verandering gemeld dat studenten die geen studiefinanciering meer hebben, maar wel een opleiding volgen, hun aflossing niet meer mogen opschorten. Dat is echter niet het geval: wie een voltijdse studie volgt kan de aflossing van eerdere studieleningen opschorten.

Vraag 2

Deelt u de mening van het Nibud dat de gebrekkige kennis van studenten over studieleningen zorgelijk is? Hoe komt het dat de brief over bewust lenen, die de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in maart 2009 naar studenten stuurde, blijkbaar weinig effect heeft gehad?2

Antwoord 2

Evenals mijn ambtsvoorganger hecht ik er aan dat de student bewust leent en weet onder welke voorwaarden hij of zij leent. Voorkomen moet worden dat een student zonder bewust ervoor te kiezen een grote studieschuld opbouwt. Juist om deze reden is de voorlichting over het lenen de afgelopen jaren geïntensiveerd. Zo ontvangt iedere student die voor het eerst studiefinanciering aanvraagt een bijsluiter speciaal gericht op de consequenties van het lenen. Ook staat op de internetsite het rekenprogramma «hoe duur is lenen» waarmee de student op elk moment kan berekenen hoe hoog zijn studieschuld kan worden. Of en in hoeverre de brief veel of weinig effect heeft gehad kan op basis van het Nibud-rapport niet worden beantwoord. Mogelijk heeft een deel van de onderzochte respondenten geen behoefte aan extra kennis over studieleningen omdat ze geen studielening naast de prestatiebeurs hebben (54%).

Een volgens het Nibud belangrijke conclusie die niet in het eerder genoemde artikel stond, wil ik hierbij ook memoreren: «Respondenten die gemakkelijker zijn te verleiden, zijn niet degenen met een studielening, maar de respondenten die lenen van anderen, rood staan, een creditcard hebben en kopen op afbetaling. Ook zijn het juist de thuiswonende respondenten die waarde hechten aan luxe en status ... De kans is groot dat zij in de problemen komen wanneer zij wel financieel zelfstandig worden (p. 44)». Dus juist de groep die een studielening heeft, gaat bewuster met zijn geld om.

Vraag 3

Is het waar dat de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) niets heeft gedaan om studenten beter voor te lichten over de voorwaarden rondom lenen en studieschulden, sinds het Nibud hiertoe heeft opgeroepen? Zo ja, waarom niet? Zo nee, wat heeft DUO extra aan voorlichting gedaan sinds het advies van Nibud?

Antwoord 3

De DUO licht studenten actief voor over de leenvoorwaarden en blijft onderzoeken hoe hij deze voorlichting kan verbeteren. In dat kader heeft de DUO bijvoorbeeld ook aan het Nibud-onderzoek meegewerkt: verreweg de grootste groep respondenten heeft het Nibud via de DUO-website gevonden (44%). Naar aanleiding van de onderzoeksresultaten hebben de DUO en het Nibud contact met elkaar gehad om gezamenlijk de voorlichting te verbeteren en de studenten te doordringen van de betekenis van een studielening. Via de internetsite van de DUO kunnen studenten nu ook doorlinken naar de «studieleenwijzer» van het Nibud.

Vraag 4

Wat is uw oordeel over de bevinding van het Nibud, dat meer dan de helft van de studenten «geen flauw benul» heeft van de leenvoorwaarden? Hoe komt het dat 7% van de studenten denkt dat een lening bij DUO rentevrij is?3 Hoeveel studenten weten niet dat de basisbeurs aanvankelijk een lening is in plaats van een gift?

Antwoord 4

Een dergelijk signaal toont aan dat het belangrijk is en blijft dat de DUO investeert in een goede voorlichting en dienstverlening aan studenten. Ondanks alle inspanningen van de DUO om de voorlichting te verbeteren, blijkt het bijzonder lastig om alle jongvolwassenen bewust te maken van de langetermijneffecten van het lenen van geld. Dit staat ook in het rapport. Traditionele voorlichtingsmethoden zijn wellicht een minder effectieve benaderingswijze voor deze doelgroep. Zo weten we uit onderzoek dat studenten die geen studielening naast de prestatiebeurs hebben, minder geïnteresseerd zijn in de informatie over studieleningen. Daarentegen blijken studenten met een studielening zich wel actiever op de hoogte te stellen van de leenvoorwaarden.

Vraag 5

Hoe vaak wordt een lening bij DUO na 15 jaar kwijtgescholden? Hoe vaak is dat niet het geval? Wat zijn de redenen voor het niet kwijtschelden van een restschuld bij DUO?

Antwoord 5

In 2008 werd bij 3000 debiteuren en in 2009 bij 4300 de resterende studieschuld wegens het verstrijken van de garantietermijn van 15 jaar kwijtgescholden (aantallen afgerond). Als de student bij de draagkrachtmeting ervoor heeft gekozen het inkomen van zijn of haar partner niet te laten meetellen dan wordt de termijn van 15 jaar verlengd. Ook zijn er afgestudeerden die de terugbetaling van hun studieschuld tijdelijk opschorten omdat ze een andere studie zijn gaan doen. Ten slotte vallen eventuele achterstallige betalingen buiten de garantietermijn.

Vraag 6

Deelt u de mening dat lenen niet te makkelijk moet worden gemaakt, omdat de verleiding anders groot is om hoge schulden aan te gaan?

Antwoord 6

Ik ben het ermee eens dat studenten een bewuste keuze moeten maken over het al dan niet aangaan van een studielening. De student moet, zoals ik eerder aangaf, zich bewust zijn van het feit dat hij leent, dat de schuld te zijner tijd met rente moet worden terugbetaald en dat, wie bewust met de studielening omgaat hiermee een relatief veilige én eenvoudige financieringsbron heeft voor een goede investering in zijn opleiding en daarmee in zijn toekomst. Vervolgens moeten we het aanvragen en wijzigen van een studielening ook weer niet moeilijker maken dan nodig is.

Vraag 7

Bent u bereid studenten, bij aanvang van hun studie, intensiever voor te lichten over een studielening en daarbij het rentepercentage, de aflostermijn, het aflosbedrag en de voorwaarden rondom kwijtschelding te betrekken?

Antwoord 7

Iedere student krijgt bij de start van de studie een brief van de DUO over de effecten van het lenen. Daarnaast wordt via de website en folders uitgebreide voorlichting gegeven. In 2009 is onderzocht of het mogelijk is om de student bij de start van de studie gericht voor te lichten over de individuele consequenties van het lenen. Dit heeft weliswaar geresulteerd in een aantal producten, zoals hierboven genoemd, maar het blijkt uitermate lastig te zijn om vooruit te lopen op de individuele situatie van studenten. Immers, iedere student maakt zelf een afweging omtrent het al dan niet opnemen van een lening. Ook de bedragen, studiekeuze, studieduur enzovoorts zijn alle individueel bepaald en ook nog eens aan verandering onderhevig. Daarom is ervoor gekozen dat de student zelf op basis van zijn eigen omstandigheden de uiteindelijke omvang van zijn studielening en de terugbetalingstermijnen daarvan kan berekenen met behulp van het rekenprogramma op de website van de DUO.

Vraag 8

Bent u bereid studenten bewust te maken van de gevolgen van leningen door hen bijvoorbeeld te vragen een handtekening te zetten alvorens zij hun lening kunnen ophogen?

Antwoord 8

Op dit moment moet de student, die een lening aanvraagt of een bestaande lening wil verhogen, dit schriftelijk of via de beveiligde portal van de DUO doen. De student geeft daarmee al op juridisch bindende wijze aan dat hij wil lenen. De vraag om een extra handtekening te zetten is hoogstens een extra administratieve handeling zonder duidelijke toegevoegde waarde.

Vraag 9

Bent u bereid DUO periodiek (bijvoorbeeld ieder kwartaal) per email een overzicht te laten sturen naar studenten met een lening, waarin staat wat hun schuld is en hoe hoog de schuld is wanneer zij tot het eind van hun studie blijven lenen?

Antwoord 9

Op dit moment ontvangt de student tenminste één keer per jaar een beschikking van de DUO waarin duidelijk wordt aangegeven wat de actuele studieschuld is, inclusief de daarover berekende rente. Bovendien ontvangt de student bij iedere wijziging van zijn rechten een nieuwe beschikking van de DUO, waarop voornoemde gegevens omtrent het geleende bedrag ook zijn te vinden. Daarnaast kan de student op elk gewenst moment inloggen op de website van de DUO en daarop zijn actuele schuldstand bekijken, een mogelijkheid die beetje te vergelijken is met internetbankieren. Het verzenden van een periodiek overzicht per e-mail zou een kostbare aangelegenheid zijn en is, gelet op het bovenstaande, waarschijnlijk niet effectiever.

Vraag 10

Met hoeveel zal de gemiddelde studieschuld van circa 15.000 euro stijgen indien de basisbeurs wordt afgeschaft? Wat betekent een dergelijke maatregel voor de toegankelijkheid van het onderwijs?

Antwoord 10

Deze vraag is behandeld in het rapport «Studeren is Investeren» dat door de brede heroverwegingswerkgroep voor het hoger onderwijs is opgesteld en op 1 april aan de Tweede Kamer is aangeboden. Kortheidshalve verwijs ik hierbij naar dat rapport.


XNoot
1

NRC Next, 30 maart 2010.

XNoot
2

NRC Handelsblad, Plasterk roept studenten op «Bewust» te lenen, 6 maart 2009.

XNoot
3

http://www.nibud.nl/over-het-nibud/actueel/nieuws/nieuws/artikel/nibud-maakt-zich-zorgen-om-oplopende-studieschuld.html