Aanhangsel van de Handelingen
Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden
210
Vragen van de leden Timmer en Van der Veen
(beiden PvdA) aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de verstrekking van medicinale zuurstof. (Ingezonden 7 september
2009)
1
Bent u ervan op de hoogte dat medicinale zuurstof onder de Geneesmiddelenwet
niet langer wordt aangemerkt als medisch hulpmiddel, maar wordt gerekend tot
medicijn, waardoor medicinale zuurstof alleen nog onder het regime van een
apotheekhoudende mag worden uitgegeven?
2
Bent u ervan op de hoogte dat tot voor kort, met uw goedvinden, een uitzondering
werd gemaakt voor de distributie van medicinale zuurstof, zodat (spoed-)leveringen,
op aanvraag van een arts, direct door de aanbieders van medicinale zuurstof
werden uitgevoerd?
3
Wat waren de gronden voor deze uitzondering?
4
Wat zijn de redenen om nu van deze uitzondering af te zien?
5
Deelt u de mening dat het toevoegen van de apotheker als extra schakel
in het verstrekkingproces van deze middelen mogelijk onnodige vertraging en
extra kosten met zich mee brengt?
6
Onderschrijft u het belang van 24 uur’s support en spoedleveringen,
7 dagen per week, 365 dagen per jaar?
7
Deelt u de opvatting van het FHI (branchevereniging medische technologie)
dat Nederland nu beschikt over een goed werkend, landelijk dekkend netwerk
voor de levering van medicinale zuurstof, waarbinnen alle randvoorwaarden
met betrekking tot veiligheid goed geborgd zijn?
Antwoord
Antwoord van minister Klink (Volksgezondheid, Welzijn
en Sport) (ontvangen 2 oktober 2009)
1
Medicinale zuurstof is sinds 31 januari 2006 op Europees niveau aangemerkt
als geneesmiddel. En aangezien geneesmiddelen op grond van de Geneesmiddelenwet
via de apotheek verstrekt moeten worden geldt dat ook voor medicinale zuurstof.
Zuurstofconcentratoren vallen hier niet onder. Dit zijn medische apparaten
die zuurstof uit de omgevingslucht halen waarmee de patiënt vervolgens,
middels een slangetje, van zuurstof wordt voorzien. Deze blijven onder het
regime van de medische hulpmiddelen vallen.
2, 3 en 4
Naar mijn mening zijn er nimmer uitzonderingen gecreëerd wat betreft
de distributie van medicinale zuurstof.
Vóór 31 januari 2006 werd medicinale zuurstof niet beschouwd
als geneesmiddel waardoor de branche samen met de zorgverzekeraar zelf kon
bepalen hoe de distributie van medicinale zuurstof werd geregeld. Na 31 januari
2006 zijn er veelvuldig besprekingen met de Inspectie voor de Gezondheidszorg
en de brancheorganisaties gevoerd om tot een goede oplossing te komen voor
de distributie van medicinale zuurstof. Gedurende die periode heeft de Inspectie
voor de gezondheidszorg de toenmalige wijze van distributie toegestaan. Mede
op verzoek van de brancheorganisaties heeft mijn ministerie gekeken hoe de
verantwoordelijkheid voor het afleveren van medicinale zuurstof, die nu bij
de apotheker is komen te liggen, juridisch verankerd moest worden. Hierbij
is geconcludeerd dat de aflevering van dit geneesmiddel goed plaats kan vinden
door middel van de zogeheten verlengde arm constructie.
Deze constructie houdt in dat de apotheker niet fysiek de zuurstofflessen
in zijn apotheek hoeft op te slaan, maar dat hij afspraken kan maken met een
leverancier of zorgverzekeraar die zorg draagt voor het afleveren van de medicinale
zuurstof bij de patiënt, zodra de apotheker daar een verzoek toe doet.
In deze constructie kan de fysieke aflevering door de leverancier dus behouden
blijven. De apotheker kan van de verlengde arm constructie gebruik maken,
maar hoeft dit overigens niet te doen. Een apotheker kan ook besluiten medicinale
zuurstof zelf aan een patiënt ter hand te stellen, net zoals ieder ander
geneesmiddel.
Er is geen goede reden om een uitzondering te maken op de juridische aflevering
door de apotheker. Een apotheekhoudende heeft op grond van de wet een zorgplicht.
Dit betekent dat hij ten opzichte van een patiënt zorgverplichtingen
heeft en verantwoordelijk is voor een kwalitatief goede aflevering van een
geneesmiddel. Deze zorgplicht heeft een fabrikant of groothandelaar niet.
Ook kunnen er interacties ontstaan door het gebruik van medicinale zuurstof.
Een apotheker is bij uitstek opgeleid en geëquipeerd om de kans op interacties
te signaleren, medicatiebewaking uit te voeren, voorlichting te geven etc.
Indien een apotheekhoudende een derde betrekt bij de aflevering van een geneesmiddel
zal hij de verantwoordelijkheid houden. Hij zal zich daarbij moeten verzekeren
van het inhuren van kwalitatief goede diensten.
5
Het in de afleverketen komen van de apotheek is inherent aan het feit
dat medicinale zuurstof sinds 31 januari 2006 als een geneesmiddel wordt beschouwd.
De Geneesmiddelenwet vereist dat geneesmiddelen afgeleverd worden via apotheekhoudenden.
Ik ben van mening dat door het in de keten komen van de apotheek er niet meer
tijd gaat zitten in het afleveren van de medicinale zuurstof aan de patiënt.
Apotheekhoudenden maken ook bij andere geneesmiddelen in voorkomende gevallen
gebruik van de verlengde arm constructie en ook daar treedt geen onnodige
vertraging op.
6 en 7
Voor deze medicatie is het zeker van belang dat deze zo nodig met spoed
afgeleverd kan worden. De fysieke aflevering kan blijven plaatsvinden zoals
voorheen, maar dan onder verantwoordelijkheid van de apotheker. Daarmee hoeven
mijns inziens de 24 uurs support en de spoedleveringen niet in gevaar te komen.
Apotheekhoudenden moeten ook nu al bij de aflevering van geneesmiddelen in
voorkomende gevallen 24 uurs support en spoedleveringen waarmaken. Met de
huidige distributieregeling heb ik de intentie gehad om de aflevering en bekostiging
van medicinale zuurstof op de minst belastende manier te regelen en toch binnen
de wettelijke kaders te blijven.
XNoot
1 FHI Medische technologie http://medischetechnologie.fhi.nl