Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-20102072

Vragen van het lid Dibi (GroenLinks) aan de minister voor Jeugd en Gezin over Bureau Jeugdzorg dat toch kinderen doorverwijst naar particuliere instellingen zonder toezicht (ingezonden 18 december 2009).

Antwoord van minister Rouvoet (Jeugd en Gezin) (ontvangen 29 maart 2010).

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht waaruit blijkt dat Bureau Jeugdzorg toch kinderen heeft doorverwezen naar particuliere jeugdzorginstellingen, terwijl dit niet mag omdat hier geen toezicht is door de Inspectie Jeugdzorg?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2, 3 en 4

Welke acties heeft u ondernomen nadat u hiervan op de hoogte werd gesteld?

Deelt u de mening dat dit niet strookt met uw antwoorden op mijn eerder gestelde vragen2 waarin u aangaf dat dit niet meer zal gebeuren? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe kunt u dit verklaren?

Hoe gaat u erop toezien dat er vanaf nu echt geen kinderen meer worden doorverwezen van Bureau Jeugdzorg naar particuliere instellingen?

Antwoord 2, 3 en 4

Het IPO heeft eind vorig jaar een uitvraag gedaan onder provincies, waaruit blijkt dat drie provincies en één grootstedelijke regio (hierna: provincies) niet voldoen aan het verzoek van het IPO om geen gebruik meer te maken van particuliere aanbieders die niet voldoen aan de kwaliteitseisen in de Wet op de jeugdzorg en het protocol «Nieuwe zorgaanbieders». De inzet van deze particuliere aanbieders voor kinderen met een jeugdzorgindicatie vind ik onwenselijk. Uit toezichtbezoeken van de Inspectie jeugdzorg is gebleken dat een aantal instellingen niet voldoet aan de voorwaarden en niet beschikt over de juiste deskundigheid die nodig is om jeugdzorg van voldoende kwaliteit te leveren aan de kinderen die er verblijven.

De vier provincies die zich niet houden aan het verzoek van het IPO, heb ik per brief op de hoogte gesteld van mijn standpunt dat kinderen met een jeugdzorgindicatie niet meer geplaatst mogen worden in een particuliere instelling die niet voldoet aan de eisen in de Wet op de jeugdzorg en het protocol «Nieuwe aanbieders». Voor de kinderen die nu in deze particuliere instellingen verblijven, moet een plek in de reguliere jeugdzorg worden gevonden.

Vraag 5

Bent u voorts bereid ervoor te zorgen dat de bevoegdheden van de Inspectie Jeugdzorg worden verruimd, zodat zij ook controle kan uitoefenen in particuliere instellingen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kunt u de Kamer daarover informeren?

Antwoord 5

Uit het antwoord op de vragen 2, 3 en 4 volgt dat er geen kinderen meer worden geplaatst in particuliere instellingen die niet voldoen aan de kwaliteitseisen in de Wet op de jeugdzorg. Verruiming van de bevoegdheden van de Inspectie jeugdzorg is daarom niet nodig.


XNoot
1

de Volkskrant, 17 december 2009.

XNoot
2

Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2008–2009, nr. 3509.