Vragen van de leden Pechtold (D66) en Aasted Madsen-van Stiphout (CDA) aan de minister van Justitie over het falende beschermingsbewind van mevrouw Servaes-Bey (ingezonden 28 januari 2010).

Antwoord van minister Hirsch Ballin (Justitie) (ontvangen 25 maart 2010).

Vraag 1

Heeft u al de gelegenheid gehad het boek «Sterven zonder naam, schokkende onthullingen over het trieste einde van de Zangeres Zonder Naam» van Ben H. Holthuis te lezen?

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2 en 3

Acht u het mogelijk dat mensen onder (psychologische) druk in een positie van bewindvoering gedrukt worden, waarna hun kwetsbaarheid en afhankelijkheid verder worden vergroot?

Acht u het voorts mogelijk dat de bewindvoerder de onder bewind gestelde kan afschermen van de buitenwereld en vervolgens financieel kan kaalplukken?

Antwoord 2 en 3

Mensen die kwetsbaar of afhankelijk van anderen zijn lopen het risico om onder druk geld of bezittingen af te staan. Met de benoeming van een bewindvoerder door de kantonrechter geeft de wet zekere waarborgen tegen misbruik van kwetsbare mensen. Op basis van de aanbevelingen van het Landelijk Overleg van Kantonsectorvoorzitters (LOK) is uitgangspunt dat naast degene die om het bewind verzoekt in alle gevallen ook de betrokkene wordt gehoord, zo nodig bij hem of haar thuis. Dit moet ervoor zorgen dat onderbewindstelling zorgvuldig geschiedt. Een bewindvoerder verricht zijn werkzaamheden onder een zekere controle van de kantonrechter. Zo moet hij jaarlijks en aan het einde van het bewind rekening en verantwoording afleggen aan de betrokkene, welke ter controle aan de kantonrechter wordt toegestuurd. Is de betrokkene niet in staat om dit te beoordelen, dan wordt direct rekening en verantwoording afgelegd aan de kantonrechter.

Niettemin hebben zich gevallen voorgedaan van slecht bewind. Hoezeer zo’n handelwijze ook valt te veroordelen, het is helaas niet uit te sluiten dat kwetsbare mensen in een afhankelijke positie worden gedrukt en vervolgens financieel worden kaalgeplukt. Hierover zijn ook eerder vragen door leden van uw Kamer gesteld. Mede in verband met aan het licht gekomen gevallen zijn de aanbevelingen van het LOK recentelijk aangescherpt. Verder wil ik de wettelijke regels aanscherpen. Sinds 26 januari 2010 ligt een conceptwetsvoorstel ter consultatie (ook via internet) voor. Dat voorstel bevat onder meer aanvullende kwaliteitseisen waaraan bewindvoerders die niet uit de familiekring van de rechthebbende voortkomen voortaan zullen moeten voldoen. Dit zal jaarlijks door een accountant worden gecontroleerd. Ik verwijs voor het conceptwetsvoorstel naar www.internetconsultatie.nl/curatele_bewind_mentorschap.

Vraag 4

Acht u het mogelijk dat er meer gevallen bekend zijn van falend beschermingsbewind? Kunt u inzicht verschaffen in hoeverre deze problematiek voorkomt?

Antwoord 4

Er zijn meer gevallen bekend. Directe aanleiding voor het genoemde conceptwetsvoorstel vormt het eigenmachtige beleid en het daaropvolgende faillissement van een stichting aan wie het beheer van geld en goederen van enkele tientallen rechthebbenden was toevertrouwd.

Vraag 5 en 6

Kunt u aangeven aan welke wettelijke eisen een bewindvoerder moet voldoen? Borgen deze wettelijke eisen in uw ogen voldoende de competentie en integriteit van de mogelijke bewindvoerder?

Is het u bekend dat kantonrechters, bij wie de bewindvoerders verantwoording moeten afleggen, zelf aangeven onmogelijk alle bewindvoerders te kunnen controleren?

Antwoord 5 en 6

Niet iedereen kan bewindvoerder worden. De wet sluit uit dat handelingsonbekwamen, zij van wie één of meer goederen onder een beschermingsbewind zijn gesteld, zij die in staat van faillissement verkeren en zij ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is bewindvoerder worden. Daarnaast moet de rechter die het bewind instelt zich een oordeel vormen over de geschiktheid van de beoogde bewindvoerder. Dit gebeurt al in de praktijk, maar staat nu uitdrukkelijk in het genoemde conceptwetsvoorstel.

De kantonrechter houdt toezicht op de bewindvoerder. Hij controleert met name of de bewindvoerder voor iedere rechthebbende een aparte bankrekening heeft geopend en aangehouden en of de uitgaven ten laste van het vermogen van de rechthebbende toelaatbaar zijn. Tenslotte toetst hij de periodieke rekening en verantwoording van de bewindvoerder.

Indien betrokkenen klachten hebben over de bewindvoerder, kan dit aan de kantonrechter worden voorgelegd. De kantonrechter kan zonodig maatregelen nemen en in het uiterste geval de bewindvoerder ontslaan.

De kantonrechter houdt geen toezicht op de bedrijfseconomische gang van zaken bij de bewindvoerder. Het ontbreken van toezicht hierop is een duidelijk manco gebleken. Daarom bevat het genoemde conceptwetsvoorstel kwaliteitseisen voor bewindvoerders. Dit betekent onder meer dat de bedrijfsvoering en de werving, scholing en begeleiding van het personeel worden gecontroleerd. Een accountant moet ieder jaar verklaren dat aan de kwaliteitseisen wordt voldaan. De taak van de kantonrechter bij het toezicht verandert hierdoor niet, maar wordt duidelijker afgebakend.

Vraag 7

Is het waar dat ervan wordt uitgegaan dat degene die onder bewind staat, zelf zijn bewindvoerder controleert?

Antwoord 7

Ja. De bewindvoerder moet jaarlijks en aan het einde van het bewind rekening en verantwoording afleggen aan de rechthebbende, welke ter controle aan de kantonrechter wordt toegestuurd. Is de betrokkene niet in staat om dit te beoordelen, dan wordt direct rekening en verantwoording afgelegd aan de kantonrechter. Als de rechthebbende is overleden wordt eindrekening en verantwoording afgelegd aan de erfgenamen. Deze wordt eveneens ter controle aan de kantonrechter toegestuurd. Het is in het laatste geval aan de erfgenamen om zo nodig te bewerkstelligen dat die rekening en verantwoording wordt afgelegd.

Vraag 8

Borgt dit systeem van verantwoording achteraf in uw ogen voldoende controle op de bewindvoerder?

Antwoord 8

In situaties waarin de rechthebbende of de erfgenamen niet of onvoldoende in staat zijn controle op de bewindvoerder uit te oefenen, bestaat het risico van ontoereikende verantwoording achteraf. Het is van belang dat kan worden vastgesteld dat de bewindvoerder zijn taken adequaat heeft uitgeoefend. Ik zal aan dit aspect aandacht geven bij de verdere werkzaamheden aan het genoemde wetsvoorstel, omdat ik wil voorkomen dat een bewindvoerder zich aan zijn wettelijke plichten kan onttrekken.

Vraag 9 en 10

Bent u bereid onderzoek te doen naar mogelijke misstanden bij bewindvoering?

Bent u bereid aanvullende maatregelen te nemen om het systeem van bewindvoering beter controleerbaar en toetsbaar te maken? Zo ja, aan welke aanvullende maatregelen denkt u?

Antwoord 9 en 10

Maatregelen ter beteugeling van mogelijke misstanden zijn al voorbereid. Zou uit de consultatie blijken dat nog andere maatregelen wenselijk zijn, dan zal ik het wetsvoorstel daarmee aanvullen.

Naar boven