Aanhangsel van de Handelingen
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer | Datum ontvangst |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2009-2010 | 1637 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer | Datum ontvangst |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2009-2010 | 1637 |
Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden
1637
Vragen van het lid Karabulut (SP) aan de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de ministers van Justitie en van Financiën over wantoestanden in de schuldhulpverlening. (Ingezonden 21 januari 2010)
1
Wat is uw reactie op de uitzending «Knelpunt» van Omroep Max over wantoestanden in de schuldhulpverlening?1
2
Hoe beoordeelt u de situatie van «Wilfred» die is opgelicht door zijn bewindvoerder Stichting Mozaïek te Helmond? Wat gaat u doen om een einde te maken aan deze oplichterij door deze en andere bewindvoerders? Is Stichting Mozaïek aangesloten bij de branchevereniging bewindvoerders? Zo ja, hoe beoordeelt u de controle door de branchevereniging?2,10
3
Erkent u dat door lange wachtlijsten bij de schuldhulpverlening mensen eerder prooi worden van malafide bureaus, zoals met Wilfred uit de gemeente Helmond is gebeurd? Zo ja, wat gaat u doen om de wachttijd voor schuldhulpverlening in de gemeente Helmond terug te brengen van vijf maanden naar maximaal vier weken en in spoedgevallen, nul weken? Zo nee, waarom niet?3
4
Gaat u alle beschikbare budgetten voor schuldhulpverlening oormerken, zodat gemeenten dit budget daadwerkelijk aanwenden voor schuldhulpverlening en de wachtlijsten weggewerkt kunnen worden? Zo nee, waarom niet?
5
Bent u bekend met de problematiek van WWB-gerechtigden met een koophuis die door de strenge bijstandsregels dieper in de schulden geraken? Zo ja, wat wilt en kunt u hieraan doen?9
6
Wat is uw oordeel over de gemeente Beverwijk die meneer Zijlstra heeft geweigerd omdat het schuldbedrag te laag was? Is dat geoorloofd? Zo ja, waarom? Zo nee, welke stappen gaat u ondernemen tegen de gemeente Beverwijk?4
7
De heer Zijlstra wil graag alsnog hulp van de gemeente Beverwijk bij het oplossen van zijn schulden, gaat u daarvoor zorgen?4
8
Is het waar dat er een beslagverbod geldt voor het kindgebondenbudget? Zo ja, hoe is het mogelijk dat (gemeentelijke) schuldhulpverleningsbureaus beslag leggen op het kindgebondenbudget?5,10
9
Hoeveel schuldhulpverleningsbureaus in Nederland vragen – net als Stichting Mozaïek en de GKB in Assen – geld voor hun diensten als schuldhulpverlener? Kunt u de Kamer hiervan een overzicht verstrekken?
Zo nee, bent u bereid dit te onderzoeken? Deelt u de mening dat deze gang van zaken in strijd is met artikelen 47 en 48 van de Wet op het consumentenkrediet? Zo ja, welke consequenties verbindt u hieraan?
Zo nee, waarom niet?6
10
Hoe garandeert u – zoals u in de uitzending van omroep Max heeft gezegd – dat «malafide bureaus niet worden ingehuurd door gemeenten»? Kunt u dat toelichten?3 11
11
Bent u bereid om – zoals u in de uitzending van omroep Max heeft gezegd – paal en perk te stellen aan malafide schuldhulpverleningsbureaus? Bent u bereid in te grijpen door regels en toezicht in te stellen? Zo ja, hoe en wanneer gaat u dit regelen?
Zo nee, hoe wilt u dan voorkomen dat malafide schuldhulpverleningsbureaus geld verdienen aan andermans ellende?
12
Erkent u dat certificering van de schuldhulpverleningsbureaus door de branche is mislukt? Zo nee, waaruit blijkt dit? Zo ja, gaat u nu zelf certificering of kwaliteitseisen invoeren en hierop toezien?
13
Is het waar dat 35 dossiers van malafide schuldhulpverleners (aangeleverd door de NVVK8) nog niet door de FIOD/ECD zijn afgehandeld? Hebben deze dossiers wel prioriteit? Zo ja, wat is de status van deze dossiers? Zo nee, waarom niet? Bent u bereid deze alsnog met prioriteit af te handelen en de Kamer hierover te informeren?
14
Geeft de FIOD/ECD in zijn algemeenheid voldoende prioriteit aan de aanpak van malafide schuldhulpverleners, gezien het leed dat zij veroorzaken bij mensen die toch al in een moeilijke situatie verkeren? Zo ja, waaruit blijkt dit dan? Zo nee, hoe gaat u ervoor zorgen dat dit wel gebeurt?
15
Bent u bereid om een zwarte lijst van malafide schuldhulpverleners op te stellen? Waarom wel of niet?
16
Wilt u inhoudelijk reageren op alle bijgaande praktijkvoorbeelden en e-mails over wantoestanden in de schuldhulpverlening? Zo nee, waarom niet?
17
Kan de staatssecretaris zich voorstellen dat mensen door wantoestanden in de (gemeentelijke) schulpverlening, in grote nood raken, het vertrouwen in de overheid verliezen en cynisch kunnen worden? Zo ja, wat vindt u daarvan? Zo nee, wat stelt u zich wel voor?7
18
Order verwijzing naar de belofte van de staatssecretaris in het algemeen overleg van 2 april 2009 om naar de achtergrondinformatie van praktijksituaties van Eneco te kijken, waar zich het probleem voordeed van mensen die met nieuwe betalingsachterstanden aanklopten bij energiebedrijf Eneco, maar Eneco een verzoek tot heraansluiting tien jaar weigert, zelfs wanneer deze mensen bereid zijn tot een schuldenregeling (de desbetreffende gegevens zijn reeds verstrekt), kunt u de Kamer informeren over de uitkomsten hiervan?12
Antwoord
Antwoord van staatssecretaris Klijnsma (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), mede namens de ministers van Justitie en van Financiën en de staatssecretaris van Economische Zaken (ontvangen 17 februari 2010)
1
Wij vinden het van belang dat problematische schulden zo veel mogelijk worden voorkomen dan wel opgelost. Gemeenten spelen daarin een belangrijke rol. Het algemene beeld dat er op het terrein van schuldhulpverlening sprake is van wantoestanden herken ik niet. Dat neemt niet weg dat er zich individuele situaties kunnen voordoen waarin de schuldhulpverlening tekort schiet dan wel de betrokkene een niet betrouwbare organisatie of hulpverlener inschakelt. De voorbeelden uit de uitzending maken duidelijk dat mensen daardoor in zeer schrijnende situaties terecht kunnen komen. Het is goed dat aan dit onderwerp aandacht wordt besteed.
2
Ik begrijp uit de door u overlegde informatie dat de betrokken bewindvoerder – die aangesloten is bij de branchevereniging, en waar de speciale aandacht van de branchevereniging naar uit gaat – reeds van de zaak is afgehaald door de kantonrechter. Het is immers aan de kantonrechter (die het hele dossier overziet) om de zaak inhoudelijk te beoordelen.
Het gaat in dit geval niet om een bewindvoerder in de schuldsanering, maar om een combinatie van schuldhulpverlening en beschermingsbewind. Voor bewindvoerders in zaken van beschermingsbewind bereidt de Minister van Justitie een wetsvoorstel voor waarbij de eisen die gelden voor een benoeming tot bewindvoerder worden aangescherpt. Dit laat onverlet dat een bewindvoerder die zich schuldig maakt aan malversaties jegens de onderbewindgestelde aansprakelijk kan worden gesteld ter vergoeding van de schade. Verder is van belang dat de branchevereniging momenteel werkt aan actualisering van de kwaliteitseisen, mede in verband met het op handen zijnde wetsvoorstel.
3
Op dit moment wordt een onderzoek uitgevoerd naar de wachttijden voor de gemeentelijke schuldhulpverlening. De resultaten van deze quick scan zullen voor 1 april 2010 aan de Kamer worden gestuurd. Het is voor de motivatie van de schuldenaar – en daarmee voor de effectiviteit van de schuldhulpverlening – van belang dat de periode tussen het moment van de eerste hulpvraag en het moment waarop de gemeente aan een oplossing gaat werken zo kort mogelijk is. Dat is ook de reden dat in het wetsvoorstel gemeentelijke schuldhulpverlening, zoals dat op 21 januari 2010 bij de Tweede Kamer is ingediend de wachttijd is gemaximeerd op 4 weken, of ingeval van bedreigende schulden zelfs op 3 werkdagen. Een belangrijk deel van de extra middelen die in vervolg op het aanvullende beleidsakkoord voor schuldhulpverlening beschikbaar is gekomen, is mede bedoeld om deze beperking van de wacht- en doorlooptijden mogelijk te maken.
4
In het bestuursakkoord tussen rijk en gemeenten «Samen aan de slag» is onder meer vastgelegd dat door gemeenten meer beleidsruimte te geven, bevoegdheden te decentraliseren en het aantal specifieke uitkeringen te verminderen, gemeenten de instrumenten gegeven worden die nodig zijn om een duurzame samenleving te bouwen. In lijn met deze afspraken zullen de middelen voor schuldhulpverlening niet worden geoormerkt, met uitzondering van de extra middelen die in vervolg op «Werken aan toekomst», het aanvullende beleidsakkoord van het kabinet bij «samen werken, samen leven», voor schuldhulpverlening beschikbaar zijn gekomen.
5
De bijstand is het laatste vangnet van de sociale zekerheid, waarvoor een persoon alleen in aanmerking kan komen als geen beroep op andere (voorliggende) voorzieningen mogelijk is. Daarom staat in de WWB de eigen verantwoordelijkheid centraal om alles te doen wat nodig en mogelijk is om in het eigen bestaan te voorzien. Dit complementaire karakter van de wet brengt mee dat een ruime definitie van het begrip «middelen» wordt gehanteerd, waarvan ook het in de eigen woning gebonden vermogen deel uitmaakt. Een bescheiden vermogen staat niet in de weg aan de verlening van een bijstandsuitkering. Daarnaast geldt, onafhankelijk van de vrijlatingen van het bescheiden vermogen, een afzonderlijke vrijlating van maximaal € 46.200 voor het vermogen dat is gebonden in de eigen bewoonde woning met bijbehorend erf. Een bijstandsuitkering in de vorm van een lening is door die vrijstellingen alleen aan de orde voor bijstandsgerechtigden die een eigen woning bezitten die een aanzienlijke overwaarde vertegenwoordigt.
In de e-mail die bij deze vraag is gevoegd, is vermeld dat de gemeente en het Hoogheemraadschap de belastingen niet kwijtschelden. In de situatie dat een bijstandsgerechtigde een eigen woning bezit die overwaarde vertegenwoordigt, zal hij in het algemeen niet in aanmerking komen voor kwijtschelding van lokale belastingen. Wel kan de belanghebbende mogelijk een beroep doen op bijzondere bijstand voor woonkosten verbonden aan de eigen woning.
Ik ben niet voornemens om de wet op dit punt aan te passen.
6 en 7
De gemeentelijke schuldhulpverlening is op dit moment gebaseerd op de algemene in de Gemeentewet opgenomen zorgplicht van gemeenten voor hun inwoners. Dit leidt ertoe dat er geen duidelijke wettelijk normen zijn waaraan de gemeentelijke schuldhulpverlening moet voldoen. Dit heeft ertoe geleid dat de wijze waarop gemeenten de schuldhulpverlening vorm en inhoud geven zeer verschillend is.
Het is thans voor gemeenten mogelijk om mensen niet in aanmerking te laten komen voor schuldhulpverlening bijvoorbeeld omdat de schulden te laag zijn, of omdat het inkomen te hoog is. Ik kan niet treden in de verantwoordelijkheid van gemeenten en wil dan ook geen oordeel geven over individuele gevallen.
Overigens wordt met het wetsvoorstel gemeentelijke schuldhulpverlening de taak van gemeenten op het terrein van de schuldhulpverlening specifieker vastgelegd. Op deze manier wordt een bodem in de kwaliteit van de schuldhulpverlening gelegd, waardoor bijvoorbeeld geen groepen op voorhand van schuldhulpverlening kunnen worden uitgesloten. Onder schuldhulpverlening wordt in dit verband verstaan «het ondersteunen bij het vinden van een adequate oplossing gericht op de aflossing van schulden indien redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen».
8
Het beslagverbod van artikel 45 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) is inderdaad van toepassing op het kindgebonden budget, waarbij het kindgebonden budget nog als extra uitzonderingscategorie is opgenomen bij lid 1 sub a. Mogelijkerwijs is sprake van begripsverwarring. Gemeentelijk schuldhulpverlening kenmerkt zich in toenemende mate door plaatsing in een stabilisatietraject waarbij eveneens sprake is van budgetbeheer. Onderdeel van het budgetbeheer is dat alle inkomsten (waaronder uitkering, loon, kinderbijslag, toeslagen) onder het beheer van de budgetbeheerder vallen. Budgetbeheer heeft een vrijwillig karakter.
9
Op grond van de Wet op het Consumentenkrediet (WCK) is het aanbieden van schuldbemiddeling tegen een vergoeding verboden. Van dit verbod zijn uitgezonderd gemeentelijke kredietbanken en bepaalde gereguleerde beroepen als advocaten en notarissen. Het verbod van de artikelen 47 en 48 van de WCK is niet van toepassing op budgetbeheer of bewindvoering. Dat betekent dat in beginsel voor die dienstverlening wél een vergoeding gevraagd mag worden.
Overigens kunnen mensen met een minimuminkomen onder voorwaarden in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor kosten van budgetbeheer of bewindvoering.
Het kabinet heeft (II, 2007–2008, 24 515, nr. 119) het voornemen kenbaar gemaakt om het mogelijk te maken dat partijen onder voorwaarden schuldbemiddeling tegen een gemaximeerde vergoeding aanbieden. Randvoorwaarden hiervoor zijn een verplichting om schuldbemiddeling alleen aan te bieden in combinatie met budgetbeheer (om de slagingskans van de schuldhulp te vergroten), de eis dat de vergoeding niet ten laste mag komen van het leefgeld van de schuldenaar, en dat geen vergoeding mag worden gevraagd of geaccepteerd indien geen schuldregeling tot stand is gekomen. De verwachting is dat nog dit jaar een AMvB inwerking kan treden waarin dit wordt geregeld.
10
Gemeenten kunnen ervoor kiezen om de gemeentelijke schuldhulpverlening zelf uit te voeren of om de uitvoering geheel of gedeeltelijk uit te besteden aan bijvoorbeeld een kredietbank, maatschappelijk werk of andere instanties.
Het is de verantwoordelijkheid van de gemeenten om zorgvuldig om te gaan met de keuze van partijen die zij inschakelen bij de uitvoering van de gemeentelijke schuldhulpverlening.
11 en 15
De Belastingdienst is mede belast met het toezicht op het verbod op schuldbemiddeling van artikel 47 WCK en brengt zaken die zich daarvoor lenen aan bij het OM ter beoordeling van strafrechtelijke vervolging (zie ook vragen 13 en 14). Naar verwachting zullen door de AMvB waarnaar in het antwoord op vraag 9 is verwezen de toezichtinspanningen, sterker dan momenteel het geval is, kunnen worden geconcentreerd op de activiteiten van malafide bureaus. Zowel schuldbemiddeling als budgetbeheer mogen slechts worden aangeboden tegen maximumtarieven, hetgeen het toezicht op de naleving vergemakkelijkt ten opzichte van de huidige situatie, waarin partijen geen vergoeding mogen vragen voor schuldbemiddeling waar dat voor budgetbeheer niet geregeld is. Met effectief toezicht en een verdere versterking van de certificering en zelfregulering van de sector, kunnen private bureaus een waardevolle bijdrage leveren aan het tegemoetkomen aan de vraag naar schuldbemiddeling.
Het is de verantwoordelijkheid van gemeenten om betrouwbare, kwalitatief goede schuldhulpverleners in te schakelen.
12
De belanghebbende partijen binnen de sector hebben zelf de normen opgesteld en de Commissie van Deskundigen (voorheen de NEN-normcommissie) staat nog steeds achter deze normen. Op dit moment vindt overleg plaats om tot wijziging te komen van twee normen. Het betreft de maximale lengte van de schuldregeling en het apart mogelijk maken van de certificering van de organisatie en de certificering van de bij die organisatie werkzame personen.
Gezien het vorenstaande zie ik geen reden om zelf tot invoering van kwaliteitseisen te komen, anders dan in het wetsvoorstel gemeentelijke schuldhulpverlening dat ik onlangs bij uw Kamer heb ingediend. Kwaliteitseisen die in het wetsvoorstel zijn opgenomen zijn o.m. de maximale wachttijd, de brede toegankelijkheid, maatwerk en de integraliteit van de schuldhulpverlening.
13
Er is geen sprake van achterstand in de behandeling van dossiers bij de FIOD-ECD. In de afgelopen jaren (met een nadruk op de periode 2003–2007) heeft de FIOD-ECD tientallen signalen en aangiften ontvangen, waaronder ook een aantal van de NVVK, over mogelijk malafide handelende schuldhulpverleners. Deze signalen en aangiften zijn en worden beoordeeld op mogelijkheden tot strafrechtelijke vervolging. In een aantal gevallen heeft dit ertoe geleid dat, onder leiding van het Openbaar Ministerie, een strafrechtelijk onderzoek is gestart. In het belang van de opsporing kunnen geen mededelingen gedaan over de stand van zaken of uitkomst van deze (lopende) onderzoeken. Signalen die niet voor verdere behandeling door de FIOD-ECD in aanmerking komen worden waar mogelijk overgedragen aan bijvoorbeeld de politie of de Belastingdienst.
14
De FIOD-ECD stelt jaarlijks zijn prioriteiten vast in overleg met al zijn opdrachtgevers en het Openbaar Ministerie. Die afspraken worden vastgelegd in het zogenoemde Handhavingsarrangement. De aanpak van fraude met schuldhulpverlening is daarbinnen niet aangemerkt als prioritair thema. Dit laat onverlet dat, zoals reeds hierboven bij het antwoord op vraag 13 is uiteengezet, ingeval een melding of aangifte bij de FIOD-ECD binnenkomt deze altijd wordt beoordeeld op aanknopingspunten voor een mogelijke handhavingsactie.
16
Hoewel ik het belangrijk vind om kennis te nemen van signalen uit de praktijk, is het voor mij niet doenlijk om inhoudelijk te reageren op ieder individueel geval. Bovendien kan en wil ik niet in de verantwoordelijkheid van gemeenten treden. Wel zal ik de mij nu aangereikte praktijkvoorbeelden, voor zover daarin duidelijk is om welke gemeente het gaat, onder de aandacht van de betreffende gemeenten brengen.
17
Indien de gemeentelijke schuldhulpverlening in een individueel geval te kort schiet kan ik mij goed voorstellen dat dit bij de direct betrokkene(n) leidt tot verlies van vertrouwen in de overheid en eventueel cynisme. Het door het kabinet en gemeenten in gang gezette beleid op het terrein van de schuldhulpverlening is er op gericht dat adequate schuldhulpverlening wordt geboden.
18
Namens mij is hierover reeds een reactie aan de SP gestuurd. Na bestudering van het overlegde materiaal is vastgesteld dat ik zelf niets kan doen aan deze individuele gevallen die geanonimiseerd zijn beschreven. Ik heb de beschreven gevallen wel ter kennis van Eneco gebracht. In de verzonden e-mail wordt uiteengezet welke procedurele mogelijkheden betrokkenen hebben om zich over de gang van zaken bij Eneco te beklagen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20092010-1637.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.