Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Vergaderjaar 2009-2010
Aanhangselnummer 1370

Gepubliceerd op 11 februari 2010



Aanhangsel van de Handelingen

Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden

1370

Vragen van het lid Thieme (PvdD) aan de ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie over Q-koorts en bioterrorisme. (Ingezonden 29 december 2009)

1

Kent u het bericht «Waarom de geit niet wordt gespaard»?1

2

Is het waar dat de coxiella burnetii bacterie is opgenomen in de lijst van bioterreurwapens van de Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention (CDC) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)?

3

Is het waar dat Nederland The Biological and Toxin Weapon Convention getekend heeft in 1972?

4

Is het waar dat de bacterie die Q-koorts veroorzaakt (Coxiella Burnetii) en in Nederland is aangetroffen de meest agressieve variant is die ooit is waargenomen? Zo nee, welke agressievere variant is dan waargenomen en wanneer? Zo ja, is er een verklaring voor het feit dat de cocciella burnetii bacterie in Nederland agressiever is dan elders waargenomen varianten?

5

Hoe beoordeelt u de uitspraak van een microbioloog die spreekt van «een biologische Q-koortsbom, bioterreur verspreid door onze landgenoten de boeren»?2

6

Is het waar dat de Q-koortsbacterie bij de inzet in geval van bioterrorisme van soortgelijk gevaar is als een gelijke hoeveelheid anthrax?

7

Is het waar dat Q-koorts als mogelijk bacteriologisch wapen door CDC gecategoriseerd is in dezelfde klasse als E-coli en cholera?3

8

Is het waar dat Q-koorts al sinds 2001 door Nederlandse wetenschappers wordt aangemerkt als één van de zes gevaarlijkste potentiële biologische wapens en dat het beheersingsniveau bij de bewerking van laboratoriumkweken van Q-koorts hoger ligt dan dat van bijvoorbeeld anthrax en pest?4

9

Is het waar dat bij een abortus van een geit miljarden coxiella’s kunnen vrijkomen en dat één coxiella voldoende kan zijn om besmet te raken? Zo nee, hoe groot is dan het besmettingsgevaar en de uitscheiding van de coxiella burnetii bacterie in geval van abortus bij een geit?

10

Bent u op de hoogte van het feit dat het Nederlands Tijdschrift Geneeskunde al in 20005 en in 20076, en de «field manual treatment of biological warfare agent casualties van de Amerikaanse strijdkrachten,7 in 2000 al publiceerden over de dreiging van acute en chronische Q-koorts in relatie tot hoefen huisdieren en als mogelijk bioterreurwapen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe kan het dan dat de minister van LNV in 2009 van «wijsheid achteraf» spreekt?

11

Is de bestrijding van Q-koorts getoetst aan de gedragscode voor biosecurity van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) uit augustus 2007? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze?

12

Is het waar dat in 1995 de coxiella burnetii bacterie in laboratoria van de militante Aum Shinrikyo sekte is gevonden die in datzelfde jaar een aanslag met Sarin pleegde in de metro van Tokyo? Zo ja, hoe kan het dan dat u niet op de hoogte was van de besmettingsgevaren van Q-koorts?

13

Kunt u uiteenzetten welke organisaties en hoeveel personen in Nederland belast zijn met het toezicht op de naleving van de Biological and Toxin Weapons Convention (BTWC) uit 1972?

14

Kunt u concreet uiteenzetten op welke wijze voorkomen wordt dat de in de geitenhouderij ruim en in agressieve vorm aanwezige coxiella burnetii bacterie in handen zou kunnen vallen van organisaties die haar zouden kunnen aanwenden als bacteriologisch wapen? Zo nee, waarom niet?

15

Kunt u uiteenzetten welk verschil in besmettingsgevaar er is tussen inzet van de coxiella burnetii bacterie als bacteriologisch wapen en het aanwezig zijn van de coxiella burnetii bacterie in open potstallen op het Nederlandse platteland en bij het uitrijden van besmette mest op Nederlandse landerijen? Zo nee, waarom niet?

16

Kunt u uiteenzetten hoe groot het gevaar is dat de in de geitenhouderij aanwezige coxielle burnetii bacterie zou kunnen overslaan naar de 3,3 miljoen Nederlandse huiskatten en welk gevaar daarmee voor de Nederlandse bevolking zou kunnen ontstaan? Zo nee, waarom niet?

17

Deelt u de mening dat de bescherming van de volksgezondheid niet toelaat dat er nog enig risico genomen wordt met verspreiding van de coxiella burnetii bacterie via de veehouderij? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze wilt u de risico’s tot een absoluut minimum beperken?

18

Deelt u de mening dat burgers die wonen of recreëren in de nabijheid van een veehouderijbedrijf dat gevaarlijke bacteriën uitscheidt vergelijkbaar met bacteriologische wapens, in alle gevallen onverwijld op de hoogte gesteld zouden moeten worden van het aanwezige besmettingsgevaar? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom is het waarschuwen van burgers in Nederland sinds 2007 omtrent de Q-koorts epidemie dan achterwege gelaten?

19

Is het waar dat reizigers die vanuit Brazilië8 en de VS9 naar Nederland reizen al geruime tijd waarschuwingen uitgereikt krijgen van de lokale gezondheidsautoriteiten met betrekking tot het besmettingsgevaar in Nederland, en dat Nederlanders tot voor kort niet gewaarschuwd werden tegen het gevaar van recreëren of wonen in de nabijheid van met Q-koorts besmette bedrijven? Zo ja, acht u dit een nalatige handelwijze van de Nederlandse overheid? Zo nee, op welke vergelijkbare wijze werd de Nederlandse bevolking dan voorgelicht?

20

Bent u bereid een plan van aanpak op te stellen over de preventie van verspreiding van zoönosen als bacteriële wapens voor terreurdoeleinden en een voorlichtingsprotocol voor het informeren van burgers in geval van calamiteiten op het gebied van zoönosen, zoals in geval van de Q-koortsepidemie en dat met de Kamer te delen?

21

Bent u bereid een protocol tot schadevergoeding op te stellen voor burgers die getroffen worden door uitbraken van zoönosen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze?

Antwoord

Antwoord van minister Verburg (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit), mede namens de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (ontvangen 26 januari 2010)

1

Ja.

2

Het klopt dat de veroorzaker van Q-koorts, Coxiella burnetii, is opgenomen in de lijst van agentia van de CDC die gebruikt zouden kunnen worden bij bioterrorisme. Voor Nederland geldt dat, gezien de potentieel (zeer) ernstige gevolgen van een aanslag met CBRN-middelen, door een breed samengesteld samenwerkingsverband onder regie van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding al een gecoördineerde inspanning op nationaal niveau is ingezet, gericht op het minimaliseren van de kans op CBRN-terrorisme.

3

Ja.

4

Er zijn nog geen gegevens bekend met betrekking tot de agressiviteit van de in Nederland voorkomende stam van Coxiella burnetii. Er wordt momenteel onderzoek gedaan door zowel humaan als veterinair deskundigen naar de eigenschappen van de bacterie die momenteel in Nederland de ziekte-uitbraken bij mensen veroorzaakt.

5

Ik deel de onderbouwing van deze uitspraak niet. Bioterrorisme is het uit ideologische motieven dreigen met, voorbereiden of opzettelijk verspreiden van biologische agentia naar mens, dier of gewas met als doel maatschappelijke ontwrichting te bewerkstelligen, de bevolking ernstige vrees aan te jagen of politieke besluitvorming te beïnvloeden. In die zin is de huidige situatie daarmee niet te vergelijken, omdat er geen aanwijzingen zijn voor het opzettelijk verspreiden van het biologische agens.

6

Nee. Bij de inzet in geval van bioterrorisme, waarbij beide bacteriën via de lucht verspreid zouden worden, is een respiratoire infectie door de Q-koortsbacterie in veel minder gevallen fataal dan een respiratoire infectie door anthrax. Dit verschil in gevaar is ook zichtbaar in de categorisering van anthrax in de lijst van bioterreurwapens van de CDC ten opzichte van de categorisering van Q-koorts in deze lijst. Anthrax is een categorie A ofwel «High-priority agent» terwijl Q-koorts een categorie B ofwel «Second highest priority» agent is.

7

Ja.

8

Nee. In de laboratoriumpraktijk wordt met Coxiella burnetii gewerkt op het zgn. biologische veiligheidsniveau 2 of 3 al naar gelang de werkzaamheden. Antrax en pest vallen onder hetzelfde biosafety regime.

9

Het abortusmateriaal van een geïnfecteerd dier kan miljoenen tot miljarden Coxiella burnetii-bacteriën bevatten. Om geïnfecteerd te raken is een bepaalde hoeveelheid micro-organismen nodig, voor Coxiella burnetii is dat waarschijnlijk laag. Echter, de gegevens hierover zijn nog niet conclusief. De exacte hoeveelheid bacteriën die iemand ziek kan maken, wordt mede bepaald door en is ook afhankelijk van de persoon die geïnfecteerd wordt (gastheerfactoren). Verder raakt niet iedereen die besmet is ook geïnfecteerd en wordt niet iedereen die geïnfecteerd is ook ziek. De kans dat iemand besmet wordt bij abortus van een geit is groot, maar hieruit is niet af te leiden hoe groot de kans op daadwerkelijke ziekte bij die persoon is.

10

Het was bekend dat Q-koorts gerelateerd kan worden aan hoef- en huisdieren, maar in de mate waarin het nu speelt in Nederland, is het niet eerder voorgekomen. Sinds het midden van de vorige eeuw komt de bacterie en Q-koorts al endemisch voor bij landbouwhuisdieren en mensen.

Dit heeft tot 2005/2007 niet geleid tot problemen. De inzet van Coxiella burnetii als bioterroristisch wapen via de huisdieren lijkt minder opportuun.

In scenario’s wordt over het algemeen uitgegaan van (zeer) grote volumes organismen die doelbewust door de lucht verspreid worden in dichtbevolkte gebieden.

Dit is dus een andere situatie dan overdracht via besmette dieren in de omgeving van mensen.

11

De gedragscode voor biosecurity van de KNAW heeft vooral betrekking op de wetenschappelijke gemeenschap. Bij de introductie van de gedragscode is deze gemeenschap nadrukkelijk opgeroepen zelf, vanwege de diverse soorten organisaties en de niveaus daarbinnen, de gedragscode op zichzelf af te stemmen. Wetenschappers en andere beroepsbeoefenaren op het terrein van biologisch, biomedisch, biotechnologisch en ander levenswetenschappelijk onderzoek zijn daarnaast gebonden aan de ethische codes van hun beroepsgroepen en aan hun verantwoordelijkheden als wetenschapsbeoefenaar. Daarnaast wordt hun handelen bepaald door wet- en regelgeving en door tal van praktijkvoorschriften. Veel van deze regelingen voorkomen al in grote mate dat levenswetenschappelijke kennis wordt misbruikt.

De bestrijding van Q-koorts, met de daarbij noodzakelijk uit te voeren onderzoeken, is vanuit haar aard een openbaar en transparant proces waarbij maatschappelijke en politieke verantwoording voorop staat. De informatiebehoefte van de maatschappij en de Kamer enerzijds en de gedragscode anderzijds worden zorgvuldig afgewogen.

12

Coxiella burnetii is weliswaar in verband gebracht met de Aum Shinrikyo-sekte, maar de kennis met betrekking tot de besmettelijkheid van Coxiella burnetii is hiervan niet afhankelijk. Hoewel er weinig details bekend zijn over de exacte manier waarop mensen normaal Q-koorts oplopen, is de bacterie als zodanig al langer bekend. Ten aanzien van het mogelijke besmettingsgevaar verwijs ik u naar mijn antwoord op vraag 9.

13

Rekening houdend met het oogmerk van het verdrag is in de Uitvoeringswet verdrag biologische wapens voorzien in de aanwijzing door de ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van toezichthoudende ambtenaren.

Door de minister van LNV zijn de ambtenaren van de AID, PD en RVV (thans VWA) als toezichthouder aangewezen. Voor de minister van VWS heeft de IGZ het toezicht op naleving van de BTWC opgenomen in het standaardtoezicht.

Om naleving van de verdragsbepalingen te bevorderen, hebben de verdragspartijen in 1986 besloten elkaar jaarlijks te informeren over activiteiten en instellingen die relevant kunnen zijn voor de naleving en handhaving van het Verdrag. In het kader van deze zogenaamde Confidence Building Measures (CBM’s) wordt onder meer informatie uitgewisseld over (ir)reguliere ziekteuitbraken, laboratoria waar onderzoek wordt verricht aan agentia waarvoor een bio-safetyniveau BL-3 of BL-4 vereist is, onderzoeksprogramma’s voor defensieve doeleinden, vaccinproducenten, relevante wetenschappelijke publicaties en recent aangenomen wet- of regelgeving. In het kader van deze CBM’s wordt door het ministerie van Buitenlandse Zaken jaarlijks informatie ingewonnen bij verschillende betrokken ministeries (LNV, SZW, VWS, VROM, Defensie) maar ook bij relevante wetenschappelijke instituten en de vaccinproducerende industrie.

14

Voor het antwoord op deze vraag wil ik u, ten aanzien van de geitenhouderij, verwijzen naar mijn Regeling tijdelijke maatregelen dierziekten waarin maatregelen ten aanzien van mest en bedrijfstoegang zijn vastgelegd. Op besmet verklaarde bedrijven gelden diverse mestmaatregelen en een bezoekersverbod. De instituten waar de bacterie wordt gekweekt, zijn zeer gespecialiseerd en beveiligd.

Deze maatregelen beogen onder andere te voorkomen dat de bacterie in handen valt van personen met kwade bedoelingen. Ten aanzien van de vermeende agressiviteit van Coxiella burnetii verwijs ik u naar mijn antwoord bij vraag 4.

15

Bij gebruik als bacteriologisch wapen worden heel veel bacteriën onder optimale omstandigheden gericht toegepast. Dit is niet te vergelijken met de situatie op het Nederlandse platteland. Bij het uitrijden van besmette mest gaat het om veel minder bacteriën en om niet-optimale omstandigheden. Zie hiervoor ook mijn antwoord op vraag 18.

16

De bacterie Coxiella burnetii is bij vele dieren aangetoond. Het is zeer onwaarschijnlijk dat al deze dieren besmet raken. Voor de huidige geobserveerde Q-koortsepidemie geldt dat er geen epidemiologische aanwijzingen zijn dat andere dieren dan geiten en schapen een belangrijke rol spelen.

17

Eliminatie van het risico om besmet te worden met Coxiella burnetii is onmogelijk. Alle maatregelen die nu genomen zijn, hebben tot doel om te voorkomen dat mensen ziek worden. Sporadische infecties met Q-koorts zullen echter blijven voorkomen, ook wanneer de huidige maatregelen het effect hebben dat ervan verwacht wordt. Ook vóór 2007 kwam Q-koorts in Nederland voor. In de jaren voor 2007 werden jaarlijks gemiddeld 20 humane gevallen gemeld. Vanwege de toenmalige onbekendheid met de ziekte is dat een onderschatting geweest van het werkelijk aantal zieken.

18

Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen het gebruik van Coxiella burnetii als agens voor biologische oorlogsvoering of bioterrorisme en incidentele besmetting door tussenkomst van geitenhouderijen. Besmetting door doelbewust als wapen bewerkte bacteriën of virussen die efficiënt verspreid zijn, heeft andere effecten dan «natuurlijke» besmetting. Bacteriën en virussen die normaal in het milieu voorkomen en normaal gesproken mensen niet of nauwelijks ziek maken, kunnen – wanneer gewenst – tot biologisch wapen worden gemaakt dat bij doelgerichte inzet grote aantallen slachtoffers kan maken. Daarbij worden speciaal geprepareerde bacteriepreparaten verspreid in hoeveelheden die velen malen groter zijn dan de hoeveelheden die normaal gesproken voorkomen. De op de lijst voorkomende micro-organismen komen normaal in het milieu voor.

Ten aanzien van de informatie aan de Nederlandse bevolking het volgende. Pas sinds het najaar van 2009 is er een test beschikbaar waarmee snel onderscheid gemaakt kan worden tussen besmette en niet-besmette bedrijven.

Deze zogenaamde tankmelktest overtreft de daarvoor gehanteerde methode van besmet verklaren (> 5% abortussen) vele malen in gevoeligheid. Pas op het moment dat aangegeven kan worden welke bedrijven besmet zijn en welke bewoners daadwerkelijk risico lopen, kan informatie aan omwonenden gegeven worden. Dit laatste is onlangs gebeurd: circa 700.000 gezinnen hebben een brief ontvangen met betrekking tot een besmet bedrijf in hun omgeving.

19

Voor het antwoord op deze vraag wil ik u verwijzen naar mijn antwoorden op de vragen 2, 3 en 4 van 18 augustus 2009 (Aanhangsel der Handelingen 2008–2009, nr. 3481) en de antwoorden op de vragen 3, 4 en 5 van 2 september 2009 (Aanhangsel der Handelingen 2008–2009, nr. 3655) en mijn antwoorden op vraag 7 van 12 oktober 2009 (Aanhangsel der Handelingen 2009–2010, nr. 311). Ook verwijs ik naar het Algemeen Overleg over Q-koorts van 1 oktober 2009.

20

Voor Nederland geldt dat, gezien de potentieel (zeer) ernstige gevolgen van een aanslag met CBRN-middelen, door een breed samengesteld samenwerkingsverband onder regie van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding al een gecoördineerde inspanning op nationaal niveau is ingezet, gericht op het minimaliseren van de kans op CBRN-terrorisme. Eén van deze projecten is als prioriteit in de beleidsagenda van dit kabinet opgenomen binnen de pijler Veiligheid. Dit project is gericht op het verhogen van de weerstand bij risicovolle CBRN-onderzoeksinstellingen.

Voor biologische agentia kan nog gemeld worden dat een interdepartementale inspanning gericht op versterking van de security van biologische agentia plaatsvindt.

Dit betreft een samenwerking van de ministeries van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding, waarbij een voorziening wordt ingericht waarin gegevens worden samengebracht en waar maatregelen worden uitgedacht.

Er bestaat niet zo iets als een algemeen voorlichtingsprotocol voor nieuwe zoönosen. Daarvoor verschillen zoönosen onderling teveel. Wel heb ik de Kamer reeds geïnformeerd over het verbeteren ten algemene van de aanpak van zoönosen (Aanhangsel der Handelingen 2009–2010, nr. 825).

Draaiboeken voor nieuwe zoönosen bevatten een communicatieprotocol waarbij o.a. aandacht is voor voorlichting aan burgers. Zo wordt er op dit moment gewerkt aan een draaiboek voor Rift Valley Fever.

21

Voor het antwoord op deze vraag wil ik u verwijzen naar de antwoorden op de vragen 7 en 8 van 7 juli 2008 (Aanhangsel der Handelingen 2007–2008, nr. 2852) en de antwoorden op de vragen 8, 9 en 10 van 10 september 2008 (Aanhangsel der Handelingen 2007–2008, nr. 3538).


XNoot
1

http://nos.nl/artikel/124276-qkoorts-waarom-de-geit-niet-wordt-gespaard.html

XNoot
2

http://nos.nl/artikel/90927-coxiella-burnetii-de-biologische-qkoortsbom.html

XNoot
3

http://www2a.cdc.gov/PHLP/docs/cdc.horton.web.pdf

XNoot
4

http://www.nvmm.nl/open/documents/bioterrorisme141201.pdf

XNoot
5

Nederlands Tijdschrift Geneeskunde, 144:1303-6.

XNoot
6

Nederlands Tijdschrift Geneeskunde, 151:1998-2003.

XNoot
7

17 juli 2000; http://www.chem-bio.com/resource/2000/fm8_284.pdf

XNoot
8

http://consultaviajanteufp.blogspot.com/2009/06/febre-q-na-holanda.html

XNoot
9

http://wwwnc.cdc.gov/travel/content/in-the-news/q-fever-netherlands.aspx


SnelzoekenInfo

Snelzoeken
U kunt dit veld gebruiken om te zoeken op
–een vrije zoekterm voor het zoeken op tekst (bijvoorbeeld "milieu")
–een betekenisvolle zoekterm voor het zoeken naar specifieke publicaties (bijvoorbeeld dossiernummer '32123' of 'trb 2009 16').
U kunt termen combineren door EN te zetten tussen de termen (blg 32123 EN milieu).
U kunt zoeken op letterlijke tekst door '' om de term te zetten. ('appellabele toezeggingen').

Voor meer mogelijkheden en uitleg verwijzen wij u naar de help-pagina's van Officiële bekendmakingen op overheid.nl