Aanhangsel van de Handelingen
Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden
1356
Vragen van het lid Verdonk (Verdonk) aan de minister
van Justitie over de handelwijze van de politie, in het bijzonder politie
Brabant-Noord, met betrekking tot aangifte van strafbare feiten. (Ingezonden 30 november 2009)
1
Deelt u de mening dat de regeling ter zake van het doen van aangiften
en klachten, zoals neergelegd in het Tweede Boek, Titel I, Vierde afdeeling
van het Wetboek van Strafvordering (W.Sv.) (artikelen 160 t/m 166a) dient
voor een goede en juiste rechtshandhaving in het algemeen en voor de rechtshandhaving
ten behoeve van slachtoffers van geweldsmisdrijven in het bijzonder?
2
Deelt u de mening dat de regeling als bedoeld, maar dan specifiek als
voorzien in artikel 161 W.Sv. (bevoegdheid tot aangifte aan eenieder die kennis
draagt van een gepleegd misdrijf) en in artikel 163 W.Sv. (de wijze van het
doen van aangifte), aan de lokale gezagsdragers geen ruimte laat om te beoordelen
of zij een aangifte van een begaan misdrijf wel of niet zullen opnemen?
3
Deelt u de mening dat artikel 161 W.Sv. de mogelijkheid biedt dat een
ieder die kennis draagt van een gepleegd misdrijf aangifte daarvan kan doen
en dat dit recht niet beperkt is tot het slachtoffer zelf?
4
Deelt u de mening dat de wet expliciet de mogelijkheid laat dat er door
anderen dan de aangever aangifte gedaan kan worden van een misdrijf, mits
die ander beschikt over een schriftelijke machtiging van de aangever (artikel
163 lid 1 W.Sv.) en dat deze mogelijkheid de rechtshandhaving dient althans
kan dienen?
5
Bent u er mee bekend dat uw ministerie zelfs een stap verder gaat en burgers
op de mogelijkheid attendeert om op anonieme basis aangifte te doen en aldus
aanspoort tot een ruime interpretatie van artikel 161 W.Sv. (zie achtergrondinformatie)?
6
Deelt u de mening dat er een discretionaire bevoegdheid ter zake van het
afzien van verdere vervolging bestaat, op welk besluit de belanghebbende een
recht van beroep heeft als is voorzien in artikel 12 W.Sv. waarmee deze procedure
van voldoende waarborgen is voorzien?
7
Deelt u de mening dat een lokaal politiekorps slechts de plicht heeft
om een aangifte als bedoeld in vraag 1 t/m 4 op te nemen en daar geen discretionaire
bevoegdheid heeft om te bepalen of zij wel of niet de aangifte zal opnemen
en dat dit slechts in het geval van een anonieme aangifte mogelijk anders
ligt?
8
Heeft u kennisgenomen van het bijgevoegde geval?2
9
Bent u op grond van het voorgaande bereid om het Regiokorps Politie Brabant-Noord
over deze kwestie aan te spreken en hen te instrueren de aangifte alsnog op
te nemen? Bent u bereid interne regels op te doen stellen die voorkomen dat
in de toekomst bij dit korps en bij andere korpsen zich een dergelijke situatie
wederom kan voordoen?
Antwoord
Antwoord van minister Hirsch Ballin (Justitie) (ontvangen 26 januari 2010) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar
2009–2010, nr. 1147
1
Ja, deze regeling dient een juiste en tijdige rechtshandhaving. Artikel
160 Wetboek van Strafvordering (Sv) ziet daarbij onder andere op misdrijven
waardoor levensgevaar of de dood is veroorzaakt.
2
Ja, artikel 163, vijfde lid, Sv maakt duidelijk dat de daarin genoemde
ambtenaren verplicht zijn de aangiften als bedoeld in de artikelen 160 tot
en met 162 Sv te ontvangen.
5
Bij de mede door mij gesubsidieerde Stichting Meld Misdaad Anoniem (MMA)
kunnen burgers anoniem melding doen van strafbare feiten. MMA toetst deze
meldingen en geeft ze door aan onder andere de politie. Dergelijke meldingen
leveren geen aangifte of getuigenverklaring op, maar kunnen wel als sturingsinformatie
door de politie worden gebruikt. De stichting maakt op haar website (www.meldmisdaadanoniem)
duidelijk dat bij MMA geen aangifte kan worden gedaan.
7
Ja, met dien verstande dat voor het opnemen van een (deels) anonieme verklaring
of aangifte moet worden gehandeld volgens de gelijknamige handleiding van
het College van procureurs-generaal, die u wordt toegezonden als bijlage bij
de brief inzake de toezeggingen gedaan over anonimiteit in het strafproces.
9
Daartoe bestaat geen noodzaak. De aangifte van het slachtoffer is ter
plaatse opgenomen op de dag van het plegen van het feit, te weten 2 juni 2009.
De definitieve aangifte is vervolgens aan aangeefster toegezonden op 7 juli
2009. Mede op basis van deze aangifte is een verdachte aangehouden. Betrokkene
is vervolgd en heeft op 8 januari jongstleden terechtgestaan voor de meervoudige
strafkamer van de rechtbank te Den Bosch.
XNoot
1 Meld Misdaad Anoniem: «Klappen in plaats van bloemen»
http://www.meldmisdaadanoniem.nl/StankVoorDank.aspx?id=275
XNoot
2 Tekst van de e-mail van een burger in den lande (geanonimiseerd,
maar in het origineel in te zien), onderhands aan bewindspersoon verstrekt.