Kamervragen (Aanhangsel)

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-20099

Aanhangsel van de Handelingen

Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden

9

Vragen van het lid Van Velzen (SP) aan de ministers van Buitenlandse Zaken en van Justitie over de overdracht van Nederlandse gedetineerden in Peru naar Nederland. (Ingezonden 22 juli 2008)

1

Kunt u aangeven op welke termijn de 108 Nederlandse gedetineerden die momenteel in Peru verblijven overgedragen zullen worden aan Nederland?1

2

Gaat het hier alleen om mensen die gedetineerd zitten of ook om de Nederlanders die in het kader van de semi-libertad in de Peruaanse maatschappij moeten resocialiseren maar het land niet mogen verlaten? Indien het niet over de «semi-libertad mensen» gaat, deelt u dan de mening dat ook voor hen een regeling getroffen dient te worden?

3

Kunt u aangeven welke afspraken u gemaakt heeft over de strafmaat? Moeten de Nederlanders bij terugkeer hun Peruaanse straf uitzitten of zal de straf omgezet worden naar Nederlandse strafmaat?

Antwoord

Antwoord van minister Hirsch Ballin (Justitie) en minister Verhagen (Buitenlandse Zaken). (Ontvangen 16 september 2008)

1

In het overleg van 14 juli jl. van de minister van Buitenlandse Zaken met zijn ambtgenoot van Peru heeft de Peruaanse minister aangegeven dat Peru sinds begin juli 2008 nationale wetgeving heeft die overbrenging van gevonniste personen naar landen met een lagere strafmaat mogelijk maakt. Nederland heeft daar met instemming kennis van genomen. De Peruaanse wet stelt aan samenwerking met andere landen de voorwaarde, dat er een verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen wordt gesloten. Hieruit volgt dat een overbrenging niet zonder meer mogelijk is. Nederland kent dezelfde wettelijke voorwaarde.

Om een overbrenging van Nederlandse gedetineerden te realiseren zal dus eerst een verdragsrelatie tussen Nederland en Peru tot stand moeten komen. Zoals bekend wordt er naar aanleiding van het beleidskader overdracht tenuitvoerlegging buitenlandse strafvonnissen (Kamerstukken 2007–2008, 31 200 VI, nr. 30) waarover door de Minister van Justitie met de Tweede Kamer overleg is gevoerd, geïnventariseerd hoe met alle landen waar Nederlanders zijn gedetineerd, en dus ook Peru, Wots-relaties tot stand kunnen worden gebracht. Daartoe heeft Nederland, via de Nederlandse ambassades ter plaatse, al deze landen benaderd. Aangezien uit ervaring is gebleken dat toetreding tot het verdrag van de Raad van Europa aanzienlijk sneller verloopt dan het sluiten en in werking treden van een bilateraal verdrag, heeft de eerste mogelijkheid de voorkeur.

Hoewel dit onderzoek onder meer dan veertig landen nog niet is afgerond, bestaat inmiddels een globaal overzicht. De komende maanden zal gewerkt worden aan afronding van dit onderzoek. Het is inmiddels wel duidelijk dat voor een regeling met Peru een bilateraal verdrag de meest opportune weg is aangezien Peru herhaaldelijk heeft aangegeven grondwettelijke bezwaren te hebben tegen een regeling via het verdrag van de Raad van Europa. Met het oog op de problematiek van de Nederlandse gedetineerden in Peru zal daarom binnenkort gestart worden met de onderhandelingen over het sluiten van een bilateraal verdrag tot overbrenging van gedetineerden. Ervaring leert dat dergelijke onderhandelingen gecompliceerd zijn en veelal minstens een jaar vergen. Het verdrag zal daarna nog geratificeerd moeten worden door de parlementen van beide landen.

2

Veel gedetineerden in Peru kunnen op hun verzoek gebruikmaken van de semi-libertad regeling waarbij zij na een derde van hun straf uitgezeten te hebben, het resterende twee derde deel buiten de gevangenis onder toezicht van de Peruaanse Justitie kunnen doorbrengen. Na inwerkingtreding van een verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen met Nederland, zullen de daarvoor in aanmerking komende Nederlandse gedetineerden, indien zij dat willen, en de Peruaanse autoriteiten ook hun toestemming geven, gebruik kunnen maken van de mogelijkheid tot overbrenging naar Nederland. Wij verwijzen in dit verband naar de brief van de minister van Justitie van 5 november 2007 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer inzake het Beleidskader inzake de overdracht van de tenuitvoerlegging van buitenlandse strafvonnissen aan Nederland (Kamerstukken II 2007–2008, 31 200 VI, nr. 30). Aangezien gedetineerden die met semi-libertad zijn nog steeds de status van gedetineerden hebben, wordt vooralsnog aangenomen dat ook deze groep gebruik kan maken van overbrenging indien zij aan de Nederlandse voorwaarden voldoet. De vraag hoe een eventuele regeling tot overbrenging met Peru zich verhoudt tot gedetineerden die gebruik kunnen maken van de «semi-libertad» regeling, en of in die gevallen sprake is van een voor tenuitvoerlegging vatbare buitenlandse rechterlijke beslissing, zal bij de onderhandelingen worden bezien.

3

Gelet op bovenstaande beantwoording van de eerste twee vragen is deze aangelegenheid thans niet aan de orde. Dergelijke vraagstukken zullen nader bezien moeten worden tijdens de onderhandelingen.


XNoot
1

http://www.nos.nl/nos/artikelen/2008/07/art000001C8E799FCC65285.html