Aanhangsel van de Handelingen
Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden
607
Vragen van het lid Bouwmeester (PvdA) aan de ministers
voor Jeugd en Gezin en van Justitie over moeders in detentie. (Ingezonden 25 september 2008)
1
Bent u bekend met de cijfers van het Centraal Plan Bureau1
waaruit blijkt dat 32% van de kinderen van een verdachte moeder later
zelf ook van een misdrijf wordt verdacht ?
2
Wanneer verwacht u beleid rondom de «kindcheck» gereed te
hebben?
3
Bent u bereid de «kindcheck» uit te breiden tot een controle
of kinderen op een goede en veilige manier worden opgevangen? Zo neen, waarom
niet?
4
Deelt u de mening dat kinderen van gedetineerde ouders extra kwetsbaar
zijn, met name als de enige verzorgende ouder in detentie verblijft?
5
Herinnert u zich de beantwoording op eerder gestelde Kamervragen2 waarin het Kabinet uitspreekt zich in te willen zetten voor kinderen
van gedetineerde moeders?3 Kunt u concrete maatregelen noemen
waaruit blijkt dat moeder en kind, indien nodig, op een actieve manier worden
begeleid tijdens en na detentie? Heeft u inzicht of deze hulp toegankelijk
is?
6
Waaruit bestaat de begeleiding voor de moeders? Is deze begeleiding en
ondersteuning tijdens de gehele detentiefase voor alle moeders beschikbaar,
wie neemt de begeleiding na detentie over en wat zijn hiervan tot nog toe
de resultaten?
7
Waaruit bestaat de begeleiding van de kinderen? Is deze begeleiding tijdens
de gehele detentieperiode en daarna beschikbaar?
8
Bent u bereid onderzoek te doen naar de behoefte van moeders en kinderen
aan zorg en ondersteuning tijdens en na de detentie periode, zodat het aanbod
op de vraag kan worden afgestemd?
9
Bent u bereid het WODC-onderzoek naar terugdringen recidive bij gedetineerde
vrouwen uit te breiden met een onderzoek naar het voorkomen en beperken van
schade voor kinderen (het gezin) indien de moeder gedetineerd is? Op welke
manier kunnen de ministeries van Justitie en voor Jeugd en Gezin hierin samenwerken?
Antwoord
Antwoord van minister Rouvoet (Jeugd en Gezin), mede
namens de staatssecretaris van Justitie. (Ontvangen 11 november 2008) Zie ook: Aanhangsel Handelingen nr. 325, vergaderjaar 2008–2009
2
Het is belangrijk dat er rondom de «kindcheck» zorgvuldig
beleid wordt geformuleerd dat ook op een goede manier kan worden uitgevoerd.
Met u ben ik van mening dat voorkomen moet worden dat kinderen alleen thuis
achterblijven wanneer (een van) de ouders word(t)en gedetineerd. Samen met
betrokken instanties als Reclassering, Politie, Bureaus Jeugdzorg, Centra
voor Jeugd en Gezin en de vrouwengevangenissen wordt op dit moment gezocht
naar een oplossing. Om een beter inzicht te verkrijgen in de aard en omvang
van het probleem zijn alle betrokken organisaties uitgenodigd deel te nemen
aan een door mijn programmaministerie georganiseerde expertmeeting. Ik verwacht
uw Kamer begin maart 2009 over een oplossing voor dit probleem te kunnen informeren.
3
Tijdens deze expertmeeting zal ook aandacht worden besteed aan de vraag
of en zo ja hoe de betrokken organisaties zicht hebben c.q. kunnen krijgen
op de wijze waarop de kinderen worden opgevangen. Afhankelijk van de informatie
die wordt verkregen zal worden bepaald of nader onderzoek noodzakelijk is.
5 en 6
De begeleiding ten behoeve van moeders in deze penitentiaire inrichtingen
is te onderscheiden in specifieke activiteiten voor moeders en de algemene
activiteiten die ontplooid worden voor alle gedetineerden. Gedetineerde moeders
komen net als andere gedetineerden in aanmerking voor activiteiten in het
kader van het programma Terugdringen Recidive (mits zij een straf of strafrestant
van meer dan 4 maanden hebben). Op basis van het diagnose-instrument RISc
worden aan hen gerichte gedragsinterventies aangeboden. Daarnaast vinden in
detentie specifieke activiteiten voor moeders plaats. In de penitentiaire
inrichtingen voor vrouwen loopt het door de universiteit van Utrecht in 2007
gestarte project «Betere Start». Zie ook het antwoord op vraag
8. Ook zijn er verschillende vrijwilligersorganisaties actief, zoals Humanitas
die zich richt op de relatie moeder en kind door o.a. voorlichtingsbijeenkomsten
en bezoek aan moeders tijdens de detentie en met ondersteuning na detentie.
De IK-JIJ-WIJ training van Humanitas is, zoals ik eerder heb bericht,
ter goedkeuring ingediend bij de Erkenningscommissie Gedragsinterventies Justitie.
De training is niet goedgekeurd door de Erkenningscommissie Gedragsinterventies
van Justitie. Een dergelijke erkenning is een voorwaarde om deze interventie
in het kader van het programma terugdringen recidive in detentie aan te bieden.
De Erkenningscommissie heeft geconcludeerd dat de training geheel niet voldoet
aan de vastgestelde criteria. Daarom heeft Justitie besloten om volgend jaar
deze training niet meer in te kopen.
Na detentie valt de begeleiding van vrouwen onder de verantwoordelijkheid
van de gemeente1. Om kennis en ervaring op het gebied van begeleiding
van vrouwen uit te wisselen hebben de vrouweninrichtingen in november 2007
een samenwerkingsconvenant gesloten met een aantal gemeenten en sociale partners.
Over de afwijzing door de Erkenningscommissie zal de Staatssecretaris van
Justitie in overleg treden met Humanitas.
7 en 8
De universiteit van Utrecht is in 2007 in samenwerking met de vrouwengevangenissen
begonnen met het project «Betere Start». In dit project krijgen
moeders in de laatste maanden van hun detentie en/of in de eerste maanden
erna opvoedingsondersteuning aangeboden. Ongeveer eens per half jaar start
een nieuwe groep. De Universiteit van Utrecht onderzoekt de effectiviteit
van de interventie waarbij gekeken wordt of de interventie op termijn zorgt
voor minder risicofactoren voor de kinderen van de (ex) gedetineerde moeders.
Omdat de effecten pas op de middellange termijn zichtbaar zijn, heeft het
onderzoek een looptijd tot 2012. Pas daarna kan een uitspraak gedaan worden
over de effectiviteit van dit programma en of dit op structurele basis wordt
ingevoerd.
9
Zoals in het antwoord op vraag 7 en 8 aangegeven richt het project «Betere
Start» zich op deze onderzoeksvraag. In het WODC onderzoek, dat zich
onder andere richt op de aanpak van het programma van terugdringen recidive
bij vrouwen, wordt daarom deze vraag niet meegenomen.
XNoot
1 CPB, bevolkingstrends, 2e kwartaal 2008, «Jong geleerd, fout
gedaan?».
XNoot
2 Aanhangsel Handelingen nr. 5, vergaderjaar 2008–2009.
XNoot
3 Waar hier gesproken wordt over gedetineerde moeders, worden uiteraard
ook vaders bedoelt. Het gaat hier echter vaak om moeders, daarom gebruiken
wij deze term.
XNoot
1 Kamerstukken 2007–2008, 24 587, nr. 299.