Aanhangsel van de Handelingen

Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden

3370

Vragen van het lid Teeven (VVD) aan de minister van Justitie over het verrichten van onderzoek door het OM en politie naar vermissingen. (Ingezonden 19 mei 2009)

1

Hebt u kennisgenomen van de ontwikkelingen rond de «vermissing van Willeke Dost»? Deelt u de mening dat het volstrekt onaanvaardbaar is dat bij het vermoeden van een ernstig misdrijf dergelijke zaken worden afgedaan als een «vermissing»?1

2

Is het niet noodzakelijk dat er bij oude «vermissingszaken» zo snel mogelijk een landelijke scan komt waarin het politieonderzoek wordt herbeoordeeld en er (onafhankelijk) wordt bezien of er een opsporingsonderzoek moet worden opgestart?

3

Is het OM voornemens met betrekking tot deze zaak zo snel mogelijk een opsporingsonderzoek op te starten, gezien de nieuw gerezen verdenkingen? Zo nee, waarom niet? Wordt er in de zaak van Willeke Dost alles aan gedaan om het wegmaken van sporen en bewijsmiddelen per omgaande te voorkomen?

4

Deelt u de mening dat de know-how en de ervaring van de aanpak van onderzoeken in vermissingszaken landelijk moet worden geborgd en dat om die reden dergelijke onderzoeken moeten worden ondergebracht bij bijvoorbeeld het zogenaamde Cold Caseteam of het team van het Korps Landelijke Politiediensten, wat zich bezig houdt met de opsporing van voortvluchtige criminelen? Zo nee, ziet u andere mogelijkheden om de borging van vakkennis en effectiviteit te garanderen?

5

Kunt u deze vragen zo spoedig mogelijk beantwoorden?

Antwoord

Antwoord van minister Hirsch Ballin (Justitie) (ontvangen 30 juli 2009) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2008–2009, nr. 2790

1

Ja. Indien er naar aanleiding van een vermissing een redelijk vermoeden bestaat dat sprake is van een strafbaar feit, is het van belang dat er een strafrechtelijk onderzoek wordt gestart.

2

Van december 2000 tot juli 2004 was er een Landelijk Team Kindermoorden dat is opgericht voor het doen van onderzoek naar 13 destijds niet opgehelderde kindermoorden. Dit team is opgeheven nadat deze onderzoeken zijn verricht. De zaak van Willeke Dost was een van de dertien onderzochte zaken.

Voor nieuwe zaken bestaat er inmiddels een DNA-databank voor vermiste personen met DNA-profielen van vermiste personen of hun eerstegraads familieleden en DNA-profielen van stoffelijke resten. Op aanvraag van o.a. het Landelijke bureau vermiste personen van het KLPD vergelijkt het NFI deze profielen met elkaar.

3

Naar aanleiding van de resultaten van het in het antwoord op vraag twee genoemde onderzoek heeft eind 2008 de Regionale Stuurcommissie (RSC)1 van Drenthe opdracht gegeven aan de regiopolitie Drenthe om het dossier Willeke Dost nader te analyseren, scenario’s uit te werken en een voorstel te doen voor besluitvorming over de start van een nieuw operationeel onderzoek, omdat men een levensdelict vermoedde.

Op dit moment wordt onderzoek verricht of de beschikbare informatie, met de ogen van nu bekeken en met de huidige kennis, bruikbaar is voor nader opsporingsonderzoek. Mede aan de hand van de resultaten daarvan, zal worden bezie of voldoende grond bestaat voor het opstarten van een nieuw opsporingsonderzoek. Besluitvorming zal eind dit jaar plaatsvinden.

4

Door het inmiddels opgeheven Landelijk Team Kindermoorden (zie antwoord 2) is een systematiek ontwikkeld voor de aanpak van cold cases. Deze systematiek, die niet alleen bruikbaar is in «cold cases» maar ook in nieuwe vermissingszaken, is in de vorm van een stappenplan gedeeld met de politieregio’s. Dit stappenplan is begin dit jaar geactualiseerd en is toegankelijk voor alle korpsen. Met de opgezette systematiek wordt beoogd de in de vraag bedoelde know-how op dit gebied verder te ontwikkelen en te borgen.

5

Ja. Het vergaren van de voor de beantwoording benodigde informatie heeft evenwel enige tijd gevergd.


XNoot
1

 De Telegraaf van 3, 10 en 16 mei 2009.

XNoot
1

 In de Regionale Stuurcommissie (RSC (voorheen de RRAC)) hebben zitting de recherche-officier van justitie, de plv. korpschef, de drie plv. districtschefs, de recherchechefs, het hoofd van het regionaal informatieknooppunt en de chef van de Noordelijke Recherche Eenheid.

Naar boven