Kamervragen (Aanhangsel)

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-20093282

Aanhangsel van de Handelingen

Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden

3282

Vragen van het lid Karabulut (SP) aan de ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht «Salariskloof begint al bij vakantiebaan». (Ingezonden 22 juni 2009)

1

Wat is uw oordeel over het Vakantiewerkonderzoek van FNV Jong?1en2

2

Deelt u de mening dat vrouwen en mannen gelijk loon voor gelijk werk moeten krijgen? Zo ja, wat is uw oordeel over de door FNV Jong gesignaleerde loonkloof tussen jongens en meiden?

3

Heeft u informatie over hoogte en omvang van de loonkloof tussen jongens en meiden bij vakantiewerk en andere (bij)baantjes? Zo ja, wat zijn de overeenkomsten en/of verschillen met het onderzoek van FNV/Jong? Zo nee, bent u bereid aanvullend onderzoek te doen naar de loonkloof tussen jongens en meiden bij vakantiewerk en andere (bij)banen?

4

Kunt u een beschrijving geven van hoe ongelijke beloning tussen jongens en meiden bij vakantiewerk wordt opgespoord en bestraft? Wat is uw inzet in 2007 en 2008 geweest en welke resultaten zijn geboekt?

5

Deelt u de mening dat de huidige minimumjeugdlonen voor jongeren niet voldoen? Zo nee, vindt u het acceptabel dat een 15-jarige € 2,42 bruto per uur verdient en hiervan belasting en premies nog moeten worden afgetrokken? Zo ja, welke maatregelen gaat u treffen om de minimumjeugdlonen te actualiseren? Kunt u dit toelichten?

6

Wat is uw verklaring voor het groot aantal jongeren (56%) dat niet op de hoogte is van de op hen van toepassing zijnde minimumjeugdlonen?1

Antwoord

Antwoord van staatssecretaris Klijnsma (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), mede namens de ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (ontvangen 17 juli 2009)

1

Ik heb met belangstelling kennisgenomen van het onderzoek. Het lijkt bestaand onderzoek te bevestigen waaruit blijkt dat mannen en vrouwen niet evenredig zijn verdeeld over de verschillende sectoren (E. Berkhout, C. van Klaveren, K. Tijdens en W. Salverda, «Verdiepende analyse van loonverschillen: de loonachterstand van vrouwen verder uitgediept» en Ö. Erdem en J. Hoeben, «De arbeidsmarktpositie van werknemers in 2006 – Verschillen in beloning en mobiliteit»). Zo werken jongens vaker in de landbouw, de bouw en op kantoor, en meisjes vaker in de gezondheidszorg en in de schoonmaak. Zoals weergegeven in de negende voortgangsrapportage gelijke beloning (Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 27 099, nr. 20), zal ik nader bestuderen waarom vrouwen vaker dan mannen terechtkomen in relatief laag betaalde banen of sectoren, en waarom zogenaamde vrouwenberoepen en werk in vrouwensectoren lager worden betaald dan mannenberoepen respectievelijk werk in mannensectoren.

2

Ik deel de mening dat vrouwen en mannen gelijk loon dienen te krijgen voor gelijk werk. Dit is wettelijk vastgelegd. Het verbod om onderscheid te maken op grond van geslacht bij de arbeidsvoorwaarden maakt onderdeel uit van het arbeidsrecht. Het is opgenomen in het Burgerlijk Wetboek (artikel 7:646 en 7:647 BW) en de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen (WGB). Werkgevers en andere betrokkenen dienen deze wetgeving zonder meer na te leven. Het loon van een vrouw wordt geacht gelijk te zijn aan het loon van een man die gelijk werk verricht, indien het is berekend op grondslag van gelijkwaardige maatstaven (bijvoorbeeld ervaring en de mate waarin is voldaan aan functie-eisen).

Er is echter een verschil tussen het begrip «ongelijke beloning», wat wettelijk is verboden, en het begrip «loonkloof». Het begrip «loonkloof» staat voor het ongecorrigeerde beloningsverschil tussen mannen en vrouwen. Dit is geen juridisch begrip. Het is het verschil tussen het gemiddelde vrouwen- en mannenloon, uitgedrukt in percentages van het mannenloon. Het gaat niet om de beloning bij één werkgever maar om het gemiddelde loon van mannen en vrouwen bij meerdere werkgevers. Dit verschil in beloning hangt voor een deel samen met keuzes die mensen maken, bijvoorbeeld de keuze voor een bepaalde functie, de keuze voor weinig of veel uren werken, en de keuze voor een bepaalde sector.

Als het ongecorrigeerde beloningsverschil tussen mannen en vrouwen wordt gecorrigeerd voor achtergrondkenmerken zoals leeftijd, functieniveau en sector, resteert een onverklaard deel, het gecorrigeerde beloningsverschil. Dit kan ongelijke beloning zijn in de zin van de gelijke behandelingswetgeving maar dat is niet per definitie het geval.

Wat betreft de door FNV Jong gesignaleerde loonkloof; dit is een ongecorrigeerd beloningsverschil tussen mannen en vrouwen. Dit rechtvaardigt dus geen conclusies over ongelijke beloning.

3

Ik heb geen specifieke informatie over de lonen van jongens en meisjes bij vakantiewerk en andere (bij)baantjes. Ik laat elke twee jaar de Arbeidsinspectie onderzoek verrichten naar verschillen in beloning en mobiliteit. In dit onderzoek wordt onderscheid gemaakt naar leeftijdscategorie.

Zo wordt de categorie tot 23 jaar onderscheiden van de categorieën 23-35 jaar, 35-45 jaar en 45 jaar en ouder. In de categorie tot 23 jaar worden bijbanen meegenomen.

Het meest recente onderzoek van de Arbeidsinspectie betreft het jaar 2006. De Arbeidsinspectie vond in 2006 een ongecorrigeerd beloningsverschil tussen mannen en vrouwen in de categorie tot 23 jaar van 5% ten nadele van vrouwen, en een gecorrigeerd beloningsverschil van 2% ten nadele van vrouwen (Ö. Erdem en J. Hoeben, De Arbeidsmarktpositie van werknemers in 2006, p. 212). De Arbeidsinspectie stelde ook vast dat vrouwen in deze leeftijdscategorie soms in het voordeel zijn ten opzichte van mannen in deze leeftijdscategorie: vrouwen met grote deeltijdbanen, vrouwen met een opleiding op het midden-niveau en vrouwen met een flexcontract voor bepaalde tijd verdienden in 2006 meer dan mannen (het ongecorrigeerde beloningsverschil bedroeg 8%, 12% respectievelijk 7% in het voordeel van vrouwen, zie Ö. Erdem en J. Hoeben, De Arbeidsmarktpositie van werknemers in 2006, p. 21).

Aanvullend onderzoek acht ik niet nodig aangezien deze leeftijdscategorie wordt meegenomen in het reguliere onderzoek.

4

Zoals hierboven toegelicht, gaat het onderzoek niet over ongelijke beloning. Het gaat om de gemiddelde beloning van jongens en meisjes in diverse functies en sectoren. De cijfers uit het onderzoek van de Arbeidsinspectie geven geen aanleiding om te veronderstellen dat er op grote schaal sprake is van ongelijke beloning. Degenen die menen dat zij ongelijk worden beloond op grond van hun geslacht, kunnen een procedure starten bij de Commissie Gelijke Behandeling of bij de rechter, en een loonvordering indienen bij hun werkgever.

5

Ik deel niet de mening dat de minimumjeugdlonen niet zouden voldoen. Zoals bekend wordt het minimumloon tweemaal per jaar aangepast aan de contractlonen in het bedrijfsleven en bij de overheid, waarbij ook de minimumjeugdlonen worden aangepast.

Een algemene verhoging van de minimumjeugdlonen is niet aan de orde. Een verhoging van de minimumjeugdlonen zal de jeugdwerkloosheid in Nederland nog sterker doen oplopen dan door de crisis al zal gebeuren. Het kabinet wil de door de crisis oplopende jeugdwerkloosheid juist krachtig bestrijden. Het kabinet vindt het belangrijk dat jongeren al op jonge leeftijd ervaring kunnen opdoen met betaalde arbeid, mede met het oog op duurzame deelname aan het arbeidsproces op latere leeftijd. Vanwege de veiligheid en gezondheid is ook de aard van de werkzaamheden die jongeren van 15 jaar mogen verrichten beperkter dan voor volwassenen. Het minimumjeugdloon houdt daar rekening mee.

6

Ik constateer dat er op het gebied van voorlichting over het minimumjeugdloon het nodige wordt gedaan.

Vanuit het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt structureel voorlichtingsinformatie verstrekt over de rechten en plichten die voor jongeren bij de arbeid gelden, inclusief de van toepassing zijnde minimumjeugdloonbedragen. Er staat op www.szw.nl (onder arbeidsvoorwaarden, arbeid door jongeren, vraag en antwoord, vakantiewerk en bijbanen) informatie over het minimumloon per 1 juli 2009. Voorts is op www.arboportaal.nl/ een special over jongeren opgenomen met relevante links.

Ook staan op de SZW-site onder de rubriek «loon en (pre) pensioen» alle minimumjeugdloonbedragen vermeld, met daaraan toegevoegd een overzicht van de berekende bruto-uurlonen op minimumloonniveau indien de normale arbeidsduur van een fulltimedienstverband resp 36, 38 en 40 uren per week bedraagt.

Daarnaast geeft het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid twee brochures uit die zijn te vinden op www.szw.nl in dezelfde rubriek:

– Arbeid door jongeren, informatie voor werkgevers.

– Vakantiewerk (met minimumloonbedragen). Deze laatste wordt ieder jaar vernieuwd.

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft voorts subsidie verstrekt aan CNV voor het project Vakantiewerk en bijbanen 2009. CNV ontwikkelt een internetpagina over vakantiewerk, met veel informatie waaronder de minimumjeugdlonen. Tevens zal CNV een krant uitgeven.


XNoot
1

 Vakantiewerkonderzoek – FNV Jong.

XNoot
2

 Spits, 18 juni 2009: «Salariskloof begint al bij vakantiebaan».