Aanhangsel van de Handelingen
Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden
3272
Vragen van het lid Thieme (PvdD) aan de minister van
Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de bescherming van weidevogels
in het broedseizoen. (Ingezonden 24 juni 2009)
1
Kent u het artikel «Massaal «in overtreding»: voor maaien
is eigenlijk ontheffing nodig»?1
2
Deelt u de zorg over de slechte situatie van de weidevogelstand? Zo ja,
kunt u uiteenzetten welke plannen u heeft om de weidevogelstand beter te beschermen
en substantieel te verbeteren? Zo nee, waarom niet en vindt u het acceptabel
dat veel jonge weidevogels het vroege maaien niet overleven?
3
Deelt u de mening dat op grond van de verboden die zijn gesteld in artikel
10 (dat regelt dat weidevogels en andere beschermde dieren niet opzettelijk
mogen worden gestoord) en 11 (dat regelt dat ook hun nesten niet mogen worden
verstoord of weggenomen) van de Flora- en faunawet een ontheffing is vereist
voordat er gemaaid mag worden op percelen waar vogels nestelen? Zo ja, kunt
u uiteenzetten wanneer u handhavend gaat optreden tegen het niet aanvragen
door boeren van deze ontheffingen? Zo nee, waarom niet?
4
Wanneer verwacht u dat de gedragscode voor maaiwerkzaamheden van de LTO
afgerond is? Vindt u het acceptabel dat de LTO het opstellen van deze gedragscode
keer op keer uitstelt, en nu zegt te wachten op de evaluatie van de natuurwetgeving?
Zo ja, waarom? Zo nee, wat gaat u hieraan doen?
5
Kunt u uiteenzetten hoe u waarborgt dat deze gedragscode een goede bescherming
biedt aan de weidevogels in het broedseizoen, en handhaafbaar en uitvoerbaar
is? Kunt u ook uiteenzetten welke maatregelen u gaat nemen voorafgaand aan
de inwerkingtreding van een gedragscode?
6
Kunt u uiteenzetten op welke wijze u erop toeziet dat boeren die subsidies
ontvangen in het kader van agrarisch natuurbeheer zich houden aan de regels,
op zodanige wijze dat jonge vogels niet levend vermalen worden door de maaimachines?
7
Kunt u uiteenzetten hoe de Gedragscode Flora- en faunawet van de Unie
van Waterschappen voor beheerswerkzaamheden functioneert? Biedt deze een goede
bescherming aan de vogels, en kunt u uiteenzetten in hoeverre de gedragsregels,
zoals maaien na 15 juli, worden nageleefd?
Antwoord
Antwoord van minister Verburg (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) (ontvangen 16 juli 2009)
2
Het is bekend dat de weidevogelstand achteruit gaat en dat dit komt door
verschillende factoren. Ik werk er samen met andere partijen aan om dit tegen
te gaan. De afgelopen jaren is door het weidevogelverbond intensief aandacht
besteed aan het verbeteren van de stand van weidevogels. Hierdoor is de kennis
rond het beheer van weidevogellandschappen sterk toegenomen. Sleutel tot successen
ligt in een gebiedsgerichte aanpak, gericht op de weidevogels en in nauwe
samenwerking tussen de beheerders en grondgebruikers in het betreffende gebied.
In 2009 is het voortouw in de regie op het weidevogelbeleid overgegaan van
Rijk naar provincies. De verworven inzichten in het beheer van weidevogellandschappen
worden door de provincies verwerkt in het nieuwe Subsidiestelsel Natuur en
Landschap, ter vervanging van het huidige Programma Beheer.
3
Ook bij het maaien van gras op percelen waar vogels nestelen moet de Flora-
en faunawet in acht worden genomen. Dit betekent dat de maaiwerkzaamheden
zo moeten worden uitgevoerd dat de verbodsbepalingen van de Flora- en faunawet
niet worden overtreden. Daartoe zijn volop mogelijkheden, bijvoorbeeld door
de maaiwerkzaamheden uit te voeren buiten het broedseizoen, of voorafgaand
aan het maaien zich te vergewissen van de aanwezigheid van vogels, hun nesten,
eieren of jongen en daarmee rekening te houden. Er is in dat geval geen ontheffing
nodig.
De mogelijkheden om in dit soort gevallen voor vogels ontheffing te verlenen
van deze verbodsbepalingen zijn overigens zeer beperkt.
Indien er bij het maaien sprake is van het overtreden van de verbodsbepalingen
van de Flora- en faunawet kan in voorkomend geval handhavend worden opgetreden.
4 en 5
Zowel het opstellen van een gedragscode als het werken daarmee gebeurt
op basis van vrijwilligheid.
Ik heb LTO gestimuleerd om een concept-gedragscode op te stellen èn
om aan de hand van een praktijktoets met de concept-gedragscode na te gaan
of deze werkbaar is voor de sector.
Zo lang er geen zicht is op een concrete gedragscode waarvoor ook draagvlak
bestaat, kan ik geen uitlatingen doen over de effectiviteit, uitvoerbaarheid
en handhaafbaarheid ervan.
6
De voorwaarden zoals opgenomen in de Flora- en faunawet gelden te allen
tijde, onafhankelijk of deze zijn opgenomen in de subsidievoorwaarden voor
agrarisch natuurbeheer. Bij overtreding van deze verbodsbepalingen kan handhavend
worden opgetreden (zie ook mijn antwoord op vraag 3).
7
De Gedragscode Flora- en faunawet van de Unie van Waterschappen hanteert
wat betreft maaiwerkzaamheden de stelregel dat op plaatsen waar onder andere
vogels verwacht worden, het waterschap maaidatum en maaimethode afstemt op
de instandhouding van deze soorten. Daartoe worden maaiwerkzaamheden bij voorkeur
uitgevoerd na 15 juli en voor 15 maart. In afwijking van deze data kunnen
maaiwerkzaamheden vanaf 1 juni worden uitgevoerd, mits tijdens de werkgang
goed wordt gelet op broedende vogels, hun nesten, eieren en jongen.
Ik heb de Gedragscode Flora- en faunawet van de Unie van Waterschappen
goedgekeurd omdat bovenomschreven maatregelen wat betreft het maaien van kruidachtige
vegetaties op bermen, dijken en schouwpaden naar mijn mening voldoende bescherming
aan broedende vogels en hun nog niet vliegvlugge jongen biedt.
In 2008 heeft de Algemene Inspectiedienst controles uitgevoerd bij 26
van de 27 waterschappen. Daarbij is geconstateerd dat de Gedragscode Flora-
en faunawet van de Unie van Waterschappen bij alle waterschappen zeer serieus
genomen en breed gedragen wordt.
XNoot
1 Boerderij: weekblad gewijd aan de land- en tuinbouw, veeteelt, pluimveehouderij,
2009: «Massaal «in overtreding»: voor maaien is eigenlijk
ontheffing nodig» http://library.wur.nl/WebQuery/gkn/lang/1906603