Kamervragen (Aanhangsel)

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-20093096

Aanhangsel van de Handelingen

Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden

3096

Vragen van het lid Sterk (CDA) aan de minister voor Jeugd en Gezin over financiële educatie voor kinderen en jongeren. (Ingezonden 13 mei 2009)

1

Bent u bekend met het artikel «Kinderen leren dat geld niet zomaar uit de muur rolt»?1 Zo ja, deelt u de mening dat er meer financiële educatie nodig is voor kinderen en jongeren?

2

Welke initiatieven heeft u al ontplooid in lijn met de door u gedane toezeggingen tijdens de begrotingsbehandeling Jeugd en Gezin 2009?2

3

Bent u ervan op de hoogte dat in opdracht van Centiq een onderzoek is gedaan naar geldzaken3, en dat dit onderzoek heeft geleid tot een «Basisvisie Financiële Educatie»? Hoe verhoudt dit initiatief zich tot uw toezegging dat u in overleg zou treden met banken over het invoeren van een landelijke spaarweek?

4

Wanneer kunnen uw bevindingen tegemoet worden gezien naar aanleiding van uw overleg met het bankwezen over het invoeren van een landelijke spaarweek in samenwerking met onderwijsorganisaties en scholen?

Antwoord

Antwoord van minister Rouvoet (Jeugd en Gezin), mede namens de minister van Financiën (ontvangen 26 juni 2009)

1

Ja. Uit onderzoek van het platform CentiQ, opgericht op initiatief van het ministerie van Financiën, is eveneens gebleken dat het niveau van financiële educatie van jongeren vergroot kan worden.

2

Op verzoek van het ministerie van Financiën zijn de partners van CentiQ binnen de programmalijn «Jong geleerd is oud gedaan» gestart met een groot aantal activiteiten richting jongeren. Het programma richt zich op de omgeving; school (onderwijs), thuis (financiële opvoeding) en op jongerencommunicatie.

Voor het onderwijs is het doel om financiële educatie gemakkelijker in te kunnen bedden in bestaande vakken. Hiervoor is een basisvisie financiële educatie ontwikkeld. Daarin staan leerdoelen voor jongeren van bepaalde leeftijden en verschillende schooltypen. Op grond van de leerdoelen wordt lesmateriaal van derden (zoals het Nibud) geanalyseerd. Delen van dat lesmateriaal worden gebruikt in pilots op scholen. Op grond van de pilots wordt bepaald wat de meest effectieve manier is om financiële educatie te onderwijzen. De uitkomsten worden vastgelegd in een Handreiking voor scholen.

Het onderdeel financiële opvoeding richt zich op de ouders van jongeren en bij jongerencommunicatie wordt gebruik gemaakt van (met name digitale) middelen om jongeren bewuster te leren omgaan met risico’s rondom geld. Meer informatie hierover is te vinden op www.wijzeringeldzaken.nl.

3 en 4

Ja ik ben op de hoogte van het onderzoek door CentiQ, zie ook het antwoord bij 1. Ik heb voor het initiatief van een landelijke spaarweek contact opgenomen met het ministerie van Financiën. Financiën heeft dit idee met partners van CentiQ besproken, zoals de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) en een aantal stichtingen van individuele banken. Het idee is positief ontvangen, verder overleg hierover is nog gaande. Zodra dit overleg is afgerond zal uw Kamer hierover nader worden geïnformeerd.


XNoot
1

 Brabants Dagblad, 11 mei 2009.

XNoot
2

 Kamerstuk 31 700 XVII.

XNoot
3

 www.wijzeringeldzaken.nl