Aanhangsel van de Handelingen

Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden

2822

Vragen van het lid Thieme (PvdD) aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over ministers in duurdere auto’s. (Ingezonden 7 mei 2009)

1

Kent u het artikel «Ministers gebruiken doktersbriefje voor duurdere auto»?1

2

Is het waar dat vijf ministers zich laten vervoeren in een Audi A8 die niet binnen de regels valt? Zo nee, hoeveel ministers rijden dan een auto die buiten de standaardregels voor een dienstauto voor ministers valt?

3

Kunt u voor elke minister aangeven welk energielabel de gebruikte dienstauto heeft? Zo nee, waarom niet?

4

Is het waar dat er limousines zoals de Mercedes E en de Skoda Superb zijn die het energielabel A hebben en binnen de standaardtarieven vallen? Zo ja, waarom rijden de ministers niet in dergelijke betaalbare auto’s?

5

Hebben de ministers hun medische klachten gekregen tijdens hun ministerschap en moet worden aangenomen dat ze ook na hun ministerschap wegens medische problemen aangewezen zullen zijn op auto’s zoals de Audi A8?

6

Deelt u de mening dat er geen goede voorbeeldwerking uit gaat van een kabinet dat zozeer geplaagd wordt door medische problemen dat veel leden zich slechts in limousines van € 90.000,- kunnen bewegen?

7

Bent u bereid strenger de hand te houden aan het vergoedingenbeleid en het beleid ten aanzien van energielabels dan op dit moment het geval is? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze?

8

Valt de beoordeling van de medische problemen van de bewindslieden onder een vergelijkbaar regime als de belasting hanteert ten aanzien van particuliere automobilisten die de meerprijs van de auto die ze wegens medische problemen hebben fiscaal willen compenseren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Antwoord van minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen 3 juni 2009)

1

Ja.

2

Nee, uit navraag bij de ministeries blijkt dat bewindslieden binnen de gestelde regels van het Voorzieningenbesluit ministers en staatssecretarissen blijven. In het Voorzieningenbesluit is geregeld dat bewindslieden de beschikking hebben over een dienstauto met chauffeur. Een dienstauto mag in gebruik worden genomen met een genormeerde kilometerprijs gelijk aan of beneden het normbedrag uit het Voorzieningenbesluit.

De kilometerprijs van een aan te schaffen dienstauto wordt aan de hand van een formule uit het Voorzieningenbesluit bepaald. De uitkomst wordt getoetst aan de normprijs per kilometer. Zijn de kosten per kilometer hoger, dan is het op grond van het Voorzieningenbesluit niet toegestaan een dergelijke dienstauto in gebruik te nemen. Er is overigens een – iets hogere – norm voor innovatieve milieuvriendelijke auto’s.

De bewindspersoon heeft dus keuzevrijheid in merk en type mits deze keuze binnen het kader van de normering van het Voorzieningenbesluit blijft. Een bewindspersoon is dus zelf verantwoordelijk voor de uiteindelijke aanschaf van de eigen dienstauto. De minister van BZK is verantwoordelijk voor het normenkader.

Op deze norm zijn twee uitzonderingen. Er is een uitzonderingsbepaling in verband met arbeidsomstandigheden (na advies van een arbo-deskundige). Een aantal bewindslieden maakt van deze uitzonderingsbepaling gebruik. Deze bewindslieden blijven op deze wijze dus ook binnen het normenkader van het Voorzieningenbesluit. Daarnaast is er een uitzonderingsmogelijkheid die ziet op veiligheidsoverwegingen. Uitgangspunt is dat de dienstauto standaard geschikt dient te zijn voor het aanbrengen van lichte beveiligingsmaatregelen. Ingeval de noodzaak bestaat tot het treffen van bijzondere beveiligingsmaatregelen, kunnen de benodigde aanpassingen niet worden gerealiseerd binnen het normbedrag per kilometer. In een dergelijk geval moet een zwaardere en duurdere auto worden gebruikt. Een aantal bewindspersonen dient op grond van een veiligheidsanalyse gebruik te maken van deze uitzonderingsbepaling. Ik verwijs u verder naar het antwoord op vraag 3.

3

Sommige beveiligingsvoorzieningen (bijvoorbeeld bepantsering) aan auto’s leiden tot een verhoging van het gewicht van de auto. Daardoor is een groter motorvermogen of ander motortype noodzakelijk om dezelfde prestaties te kunnen leveren. Een zwaardere motor leidt in sommige gevallen ook tot een hoger energielabel. Om veiligheidsredenen kan ik u niet melden bij welke auto’s dit het geval is. Ik kan daarom geen gegevens over dienstauto’s van individuele bewindspersonen verstrekken die bij nadere bestudering en ook in onderling verband bezien, inzicht (kunnen) geven in welke auto wel en welke auto niet voorzien is van bijzondere beveiligingsvoorzieningen. Op geaggregeerd niveau kan ik dit overzicht wel bieden. De energielabels van de bewindsliedenauto’s zijn: B (zeven), C (negen), D (acht), E (twee), F (één) en G (één).

4

Uitgangspunt voor de aanschaf van dienstauto’s voor ministers en staatssecretarissen is de vraag wat bewindspersonen nodig hebben om goed te functioneren. Daarnaast is ook de zorg voor goede arbeidsomstandigheden van chauffeurs belangrijk. Beide uitgangspunten leiden tot een aantal functionele eisen waaraan een dienstauto voor bewindslieden moet voldoen.

Het is daarom niet mogelijk op grond van uitsluitend merk en type te beoordelen of een auto past binnen het normeringskader van het Voorzieningenbesluit en het energielabel A. Of een auto binnen de normering van het Voorzieningenbesluit valt, hangt namelijk niet alleen af van de consumentenprijs maar van verschillende factoren zoals achteraf aangebrachte accessoires, type motor, brandstofsoort, administratiekosten, brandstofverbruik, brandstofkosten, rentetarief en kosten onderhoud. Belangrijkste element in het bepalen van de genormeerde kilometerprijs is bovendien de gegarandeerde marktconforme restwaarde. Een dienstauto met een relatief hoge consumentenprijs kan dus door de hogere vooraf gegarandeerde restwaarde toch binnen de norm vallen. Voor het energielabel zijn vooral bepalend de transmissie, brandstofkeuze, het motortype en het gewicht van de auto.

5

De dienstauto van een bewindspersoon dient naast vervoermiddel ook als werkplek. De voorschriften van de arbeidsomstandighedenwetgeving, zoals die van toepassing zijn op werknemers gelden ook voor bewindslieden. Inzet is uiteraard om medische problemen te voorkomen. Volgens de Arbeidsomstandighedenwet dient iedere plaats die in verband met het verrichten van arbeid wordt of pleegt te worden gebruikt, te worden aangemerkt als arbeidsplaats in de zin van die wet. De inrichting van de werkplekken moet zoveel mogelijk aan de persoonlijke eigenschappen van werknemers worden aangepast en worden ingericht volgens ergonomische beginselen.

Daarom is er in het Voorzieningenbesluit voor gekozen dat op grond van een individuele werkplekanalyse van het normbedrag voor de dienstauto kan worden afgeweken. De werkplekanalyse voor de dienstauto dient dan wel te zijn uitgevoerd dan wel getoetst door de deskundige persoon als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet. Indien door een deskundige persoon met een onafhankelijke werkplekanalyse is aangetoond dat in een individueel geval binnen de gestelde kilometernorm geen geschikte dienstauto kan worden aangeschaft, bestaat de mogelijkheid een wel passende auto aan te schaffen waarvan de kilometerprijs uitstijgt boven het algemeen geldende normbedrag per kilometer.

6

Gezien bovenstaande uiteenzetting deel ik deze mening niet. De ministeries geven juist het goede voorbeeld als werkgever door de werkplek aan te passen aan de persoonlijke omstandigheden van de werknemer.

7

Gezien de toereikende opzet van het normeringskader in het Voorzieningenbesluit en de uitvoering daarvan door de individuele bewindspersonen zie ik daartoe geen aanleiding.

8

Nee, er is geen sprake van een vergelijkbaar regime. Als binnen de normstelling van het Voorzieningenbesluit geen passende dienstauto is aan te schaffen, mag hiervan worden afgeweken. Dat betreft geen beoordeling van medische problemen maar een afstemming van de werkplek op de persoonlijke kenmerken van de individuele gebruiker.

Fiscaal kan aftrek van aanvullende voorzieningen voor particuliere automobilisten met medische problemen pas aan de orde komen voor zover iemand door ziekte en/of invaliditeit méér vervoerskosten maakt dan een gezond iemand die qua inkomen, vermogen en gezinssamenstelling in vergelijkbare omstandigheden verkeert. Van dergelijke meerkosten is voor bewindspersonen met een dienstauto geen sprake omdat het departement de kosten van de aanschaf en gebruik van de dienstauto draagt.


XNoot
1

 Elsevier, 6 mei 2009 http://www.elsevier.nl/web/10232264/Nieuws/Politiek/Ministers-gebruiken-doktersbriefje-voor-duurdere-auto.htm

Naar boven