Aanhangsel van de Handelingen
Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden
858
Vragen van het lid de Wit (SP) aan de ministers van Justitie
en van Buitenlandse Zaken over een Nederlandse gedetineerde in Polen. (Ingezonden 13 november 2007)
1
Wat is uw reactie op de brieven1 van de heer H.2 over zijn detentieomstandigheden in Polen?
2
Is er door de Nederlandse ambassade in Polen actie ondernomen naar aanleiding
van de brieven van de heer H.? Zo ja, wanneer en welke? Zo neen, waarom niet?
Bent u bereid alsnog actie te (doen) ondernemen om zijn omstandigheden te
verbeteren?
3
Acht u de detentieomstandigheden van de heer H. in lijn met de Nederlandse
opvattingen over detentieomstandigheden van een mogelijk onschuldige verdachte?
Zo ja, waarom? Zo neen, waarom niet?
4
Acht u de detentieomstandigheden van de heer H., die op grond van een
Europees aanhoudingsbevel is overgeleverd, een uitvoering van detentie die «vergelijkbaar
solide»3 is met de Nederlandse opvattingen over Europese
minimumstandaarden? Zo ja, waarop baseert u uw mening? Zo neen, waarom niet?
5
Worden Nederlandse burgers die zijn overgeleverd op basis van een Europees
aanhoudingsbevel op enige wijze gevolgd door de Nederlandse overheid? Wordt
bijvoorbeeld bijgehouden hoe lang ze in voorarrest verblijven voordat hun
proces begint? Zo neen, waarop baseert u dit onbegrensde vertrouwen in andere
lidstaten, anders dan het bestaan van een juridisch bindend kaderbesluit?
Zo ja, wilt u de Kamer hier over informeren?
6
Waarom komt er geen Nederlandse evaluatie van de Overleveringswet?4 Deelt u de mening dat het wenselijk is te onderzoeken of detentieomstandigheden
en de voortgang van een strafzaak na overlevering mogelijk nadere aandacht
behoeven, zodat bij toekomstige overleveringen daarover afspraken gemaakt
kunnen worden? Zo neen, waarom niet? Zo ja, wanneer verwacht u deze evaluatie
af te kunnen ronden?
Antwoord
Antwoord van minister Verhagen (Buitenlandse Zaken),
mede namens de minister van Justitie. (Ontvangen 11 december 2007)
1
De brieven van de heer H. zijn door het ministerie van Buitenlandse Zaken
door tussenkomst van de Poolse autoriteiten ontvangen.
De informatie in de brieven geeft op dit moment geen actueel beeld meer
van de situatie. Deze informatie heeft onder meer betrekking op het ontbreken
van contact van betrokkene met zijn advocaat. Dat contact heeft inmiddels
plaatsgevonden.
Ik ben bekend met de detentieomstandigheden van de heer H. Het huis van
bewaring te Bydgoszcz, waar de heer H. is gedetineerd, bevindt zich in een
oud gebouw. De ambassademedewerker heeft de receptie, het administratiegebouw
en een verhoorkamer gezien, is niet in de cel van de heer H. geweest. Dat
is overigens niet ongebruikelijk. Ook in Nederland vinden gesprekken tussen
consulaire vertegenwoordigers en gedetineerden plaats buiten de cel, in de
zogenaamde advocatenkamer. De heer H. deelt zijn cel met zes andere celgenoten.
Betrokkene zelf beschreef de cel als weliswaar kleiner, maar wel beter dan
in Warschau. De detentieomstandigheden waarin de heer H. zich bevindt, zijn
naar mijn oordeel van een gemiddeld niveau in Polen.
2
Zoals voor elke Nederlandse gedetineerde in het buitenland geldt, wordt
door de bevoegde diplomatieke vertegenwoordiging van Nederland, onder andere
door bezoeken, zicht gehouden op de detentieomstandigheden van de heer H.
Indien dit nodig zou blijken te zijn zal daarvoor bij de lokale autoriteiten
aandacht worden gevraagd. Ik acht thans niet opportuun. Het spreekt vanzelf
dat ook met de familie van een gedetineerde contact wordt onderhouden. Met
de echtgenote van de heer H. gebeurt dit zeer regelmatig.
3
De heer H. is gedetineerd in een huis van bewaring. Dat is ook in Nederland
gebruikelijk voor personen die zich in voorlopige hechtenis bevinden. Hij
is gedetineerd overeenkomstig het Poolse recht. Voorts kan nog worden opgemerkt
dat er in Polen geen onderscheid op grond van nationaliteit wordt gemaakt
in de behandeling van gedetineerden die vanwege van strafbare feiten in detentie
worden gehouden.
4
Het lid de Wit citeert uit een door de minister van Justitie gegeven interview,
dat niet ging over detentiesituaties. Voor het overige wordt verwezen naar
het antwoord op vraag 3.
5
Het ministerie van Buitenlandse Zaken verleent consulaire bijstand aan
alle in het buitenland gedetineerde Nederlanders die daar prijs op stellen.
Deze bijstand geldt ook Nederlanders die aan een EU-lidstaat zijn overgeleverd.
De ambassade houdt de duur van het voorarrest bij en kan navraag doen over
de voortgang in gevallen waarin het voorarrest langer duurt dan in de desbetreffende
lidstaat gebruikelijk is.
6
Zoals in antwoord op de schriftelijke vragen ter voorbereiding van de
Justitiebegroting voor 2008 (Kamerstukken II 2007–2008, 31200-VI, nr.
14) is aangegeven, is afgezien van een eigen evaluatie van de Overleveringswet
omdat deze onderdeel vormt van een evaluatie door de Europese Unie. De EU-evaluatie
ziet op de juridische en organisatorische implementatie van het kaderbesluit
van 13 juni 2002 over het Europees aanhoudingsbevel en de procedures inzake
de overlevering in de lidstaten. Ook de toepassing van de uit het kaderbesluit
voortvloeiende regels in de praktijk vormt onderdeel van die evaluatie. Volgens
planning zal deze voor Nederland in de eerste helft van 2008 worden afgerond.
Overlevering, evenals uitlevering, strekt ertoe om een verdachte of veroordeelde
die uit de ene staat is gevlucht of zich daar anderszins aan justitie heeft
onttrokken over te dragen aan die staat met het oog op zijn berechting of
de executie van een straf. De criteria voor de over- of uitlevering liggen
vast in de Overleveringswet of de Uitleveringsverdragen. Daartoe behoort overigens
niet de vraag of, hoe en hoe lang de opgeëiste persoon na zijn overdracht
wordt gedetineerd in afwachting van een strafvervolging. Alleen wanneer er
in een casus sprake zou zijn van een gegronde vrees van een daarmee samenhangende
flagrante schending van het EVRM, is dat anders. In de EU-rapporten over de
lidstaten die al zijn geëvalueerd, is van dergelijke gevallen geen melding
gemaakt. Voor de goede orde merk ik nog op, dat het stellen van voorwaarden
gelet op het limitatieve stelsel van weigeringsgronden en garanties in het
kaderbesluit, niet is toegestaan.
XNoot
1 Brieven worden onderhands toegezonden.
XNoot
2 Naam wordt onderhands toegezonden.
XNoot
3 Uispraak minister van Justitie, NRC Handelsblad, 10 november 2007.
XNoot
4 Kamerstuk 31 200 VI, nr. 14, antwoord op vraag 286.