Kamervragen (Aanhangsel)

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2006-2007871

Aanhangsel van de Handelingen

Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden

871

Vragen van het lid Blanksma (CDA) aan de minister van Financiën over een online marktplaats voor geldleningen. (Ingezonden 5 februari 2007)

1

Bent u op de hoogte van de berichtgeving1, over de online marktplaats waar particuliere leners en uitleners elkaar geldleningen kunnen verstrekken, zonder tussenkomst van een bank of een andere financiële instelling?

2

Hoe verhoudt deze praktijk zich tot de zorgplicht die normaal gesproken van financiële instellingen gevraagd wordt?

3

Is deze wijze van aanbieding van kredieten in overeenstemming met de Wet op het Financieel Toezicht? Zo neen, wat gaat u doen om deze praktijk tegen te gaan?

4

Is het instrumentarium van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) afdoende om toezicht op dit soort praktijken te houden?

5

Deelt u de zorg dat de mogelijkheid tot lenen via dit soort «online» kanalen kan leiden tot een toename van de schuldenproblematiek?

Antwoord

Antwoord van minister Zalm (Financiën). (Ontvangen 22 februari 2007)

1

Ja.

2 t/m 5

De Wet op het financieel toezicht (Wft) en de daarin opgenomen voorschriften gelden ook voor financiële diensten die via internet worden verleend. De verlening van vergunningen voor het aanbieden van en bemiddelen in consumentenkrediet en het toezicht op de daarvoor geldende gedragsregels, zoals de reclameregels en de kredietwaardigheidstoets, is een verantwoordelijkheid van de AFM. DNB is als prudentieel toezichthouder verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van het verbod opvorderbare gelden aan te trekken van het publiek. De toezichthouders beschikken over verschillende instrumenten om deze taken adequaat uit te oefenen.

Online marktplaatsen voor geldleningen en de vraag hoe deze zich verhouden tot het verbod opvorderbare gelden aan te trekken, maken voor DNB deel uit van het reguliere toezicht.

De AFM onderzoekt momenteel binnen het kader van haar toezichtstaak hoe online marktplaatsen voor geldleningen zich verhouden tot het wettelijke kader. Onder meer wordt bekeken of en hoe dergelijke initiatieven in het bestaande vergunningenregime passen. Indien blijkt dat er bepaalde onaanvaardbare risico’s ontstaan (mede ten aanzien van de schuldenproblematiek) doordat het wettelijke kader tekort schiet, zullen uiteraard maatregelen moeten worden genomen. Ik zie nieuwe initiatieven echter niet zonder meer als een risico, maar ook als een kans om de financiële sector dynamisch te houden en de keuzemogelijkheid van consumenten te vergroten. Ik zal de ontwikkelingen rond dit product daarom kritisch, maar ook met interesse, blijven volgen.


XNoot
1

 De Telegraaf, 1 februari 2007.