Aanhangsel van de Handelingen
Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden
725
Vragen van het lid Jansen (SP) aan de minister van Economische
Zaken over de tarieven voor de meetdienst bij energielevering. (Ingezonden 19 januari 2007)
1
Is het u bekend dat de meettarieven voor kleinverbruikers van elektriciteit
in de periode 2001 t/m 2006 gestegen zijn met 70% (enkel tarief) respectievelijk
100% (dubbel tarief) en voor kleinverbruikers van gas in 2003 t/m 2006
met 44%?1
2
Welke stappen heeft de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) sinds
14 juli 20042 gezet om tarieven vast te stellen voor de meetdienst?
3
Wat is de verklaring voor de verdubbeling van de tarieven in de afgelopen
vijf jaar?
Indien er geen redelijke verklaring is, op welke termijn mag worden verwacht
dat de NMa de tarieven op een redelijk niveau vaststelt?
4
In welk stadium is de besluitvorming bij de NMa over de vaststelling van
de tarieven voor de meetdienst nieuwe stijl (inclusief de huren van de meters),
conform de wettelijke kaders van de Splitsingswet3, per 1 januari
2008?
5
Is uw toezegging dat de basisdiensten voor de nieuwe digitale meters niet
duurder zullen worden dan die voor de bestaande analoge meters4
gebaseerd op de huidige – naar het lijkt te hoge – meettarieven,
dan wel op de nog door de NMa vast te stellen redelijke tarieven?
6
Klopt het dat de NMa voor 2007 nog geen transporttarieven heeft vastgesteld
voor Tennet en de regionale netbeheerders?5 Zo neen, waarom
niet? Zo ja, op welke datum is dit besluit gepubliceerd?
Antwoord
Antwoord van minister Wijn (Economische Zaken). (Ontvangen 1 februari 2007)
2
De NMa beschikte tot voor kort niet over effectieve instrumenten om in
te grijpen in deze tarieven. De NMa heeft mij daarom geadviseerd om de metermarkt
te reguleren en om het wettelijke instrumentarium voor de tariefregulering
aan te scherpen.
3
De NMa heeft in 2006 vastgesteld dat het gemiddelde tarief voor de meetdienst
voor elektriciteit tussen 2001 tot 2006 met 83% is gestegen (enkel
tarief 64%, dubbel tarief 99%). Voor wat betreft de
gemiddelde metertarieven voor gas zijn pas vanaf 2003 getallen beschikbaar.
De gemiddelde prijsstijging sindsdien voor gas is 44%. Concreet gaat
het om bedragen tussen de 11 en 15 euro (excl. BTW) per jaar in 2001 en 19
en 30 euro in 2006. De NMa stelt dat dit, in afwezigheid van grote reële
kostenstijgingen (die de prijsstijging zouden kunnen verklaren), een teken
is dat de vrije metermarkt niet werkt zoals op voorhand werd verwacht.
Naar aanleiding van eerdere signalen van de NMa en mede in aanvulling
op het amendement Crone, Hessels en De Krom (Kamerstukken II 2003/2004, 29
372, nr. 23) heb ik voorstellen gedaan om het tarieftoezicht voor de meter
aan te scherpen. Dit heeft geleid tot een wijziging van artikel 30a van de
Elektriciteitswet 1998 en artikel 81e van de wet onafhankelijk netbeheer (Stb.
614). Daarmee wordt het tarief voor de meting van elektriciteit en gas aangevuld
met een bepaling die inhoudt dat ook het gebruik van de ter beschikking gestelde
meter onderdeel uitmaakt van dit tarief. Deze component maakt veruit het grootste
deel uit van het totale metertarief en daarmee is effectieve tariefregulering
nu mogelijk. De desbetreffende artikelen treden in werking op 1 januari 2008.
De reden daarvan zijn de wettelijke termijnen die voor de NMa gelden met betrekking
tot de voorbereidingprocedures bij vaststelling van tarieven.
4
Op basis van artikel 40a van de Elektriciteitswet en artikel 81e van de
Gaswet kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze van berekening van
de meettarieven bij kleinverbruikers. Ik bereid momenteel een ministeriële
regeling voor waarmee ik invulling aan deze artikelen zal geven. De toevoeging
van de ter beschikking gestelde meter als onderdeel van het tarief voor meting
speelt daarbij een cruciale rol. Op basis van deze regeling kan de NMa op
korte termijn starten met de noodzakelijke voorbereiding van vaststelling
van een tarief per 1 januari 2008.
5
Zoals ik ook in mijn brief van 5 september 20051 aan uw
Kamer heb aangegeven, is de toezegging dat de kosten voor de meter voor de
kleinverbruiker gelijk kunnen blijven gebaseerd op de onderzoeken die in 2005
zijn gedaan naar de kosten en baten van de introductie van op afstand uitleesbare
meters. De conclusie van de sector toen was dat de kostenvoordelen dusdanig
waren dat introductie tegen een gelijkblijvend meterhuur tarief (van dát
moment) haalbaar zou moeten zijn. De vaststelling van een tarief door de NMa
dient een afweging te zijn van de verdere verhoging van de tarieven ná
2005 en de verwachte investeringslasten door de introductie van de slimme
meter. Naar mijn oordeel dient het tarief dat op 1 januari 2008 voor het eerst
zal worden vastgelegd, het gewogen gemiddelde van het jaar 2005 als basis
te nemen.
In die zin zal het jaar 2008 een overgangsjaar zijn. Ik acht het van belang
om geen verdere vertraging op te lopen bij het vaststellen van een metertarief.
Het verkrijgen van inzicht in de kosten door DTe en het op basis daarvan doorlopen
van alle wettelijke procedures voor de vaststelling van een op kosten gebaseerd
tarief is niet haalbaar voor 1 januari 2008. Vandaar dat het voorstel is om
voor 2008 een ministeriële regeling te formuleren waarmee een eerste
stap wordt gezet om het tarief voor de huidige meetdienst terug te brengen
tot een redelijk niveau. Op die manier wordt de NMa in staat gesteld een tarief
vast te stellen dat voordeel oplevert voor de consument. Vervolgens moet de
NMa de mogelijkheid hebben om per 1.1.2009 op basis van daadwerkelijke kosten
een redelijk tarief vast te stellen. Dit laatste zal geschieden in het kader
van de eerder aangekondigde regelgeving ten behoeve van de invoering van het
zogenaamde «marktmodel».
6
Het is correct dat de bedoelde transport- en aansluittarieven op de datum
waarop de vragen werden ingediend, nog niet waren vastgesteld. De Raad van
Bestuur van de NMa heeft de desbetreffende tariefbesluiten op 31 januari jl.
vastgesteld en gepubliceerd.
XNoot
1 «marktmonitor, ontwikkeling van de Nederlandse kleinverbruikersmarkt
voor Elektriciteit en Gas», DTe, oktober 2006, pag. 22/23.
XNoot
2 Zie art. 40a Elektriciteitswet en art. 81e van de Gaswet.
XNoot
3 Kamerstukkendossier 30 212.
XNoot
4 Algemeen Overleg vaste kamercommissie voor Economische Zaken, 11
oktober 2006, Kamerstuk 28 982, nr. 58, vergaderjaar 2006–2007.
XNoot
5 Artikel 41e en 41c Elektriciteitswet resp. art. 81c Gaswet.
XNoot
1 Kamerstuk 28 982, nr. 57, vergaderjaar 2006–2007.