Aanhangsel van de Handelingen

Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden

2572

Vragen van de leden Van Velzen en Poppe (beiden SP) aan de minister van Defensie over het verzamelen van inlichtingen in het Caribische gebied. (Ingezonden 9 augustus 2007)

1

Herinnert u zich uw ontkennende antwoord op de vraag of het waar is dat een onderzeeër van de Nederlandse marine in de Caribische Zee operationeel is of is geweest teneinde inlichtingen te verzamelen in Colombia en eventueel andere landen in Zuid-Amerika en het Caribische Gebied?1

2

Hebt u kennis genomen van de uitspraken van vice-admiraal Kelder dat de Nederlandse marine voor de kust van Colombia intelligence verzamelt en die ruilt met de VS?2 Deelt u onze mening dat de opmerkingen van Kelder in tegenspraak zijn met uw antwoorden op de Kamervragen? Zijn deze uitspraken waar? Zo neen, waarom niet? Zo ja, waarom antwoordde u dit dan ontkennend op hiervoor genoemde Kamervragen en bent u bereid vragen 2, 3, 4 en 101 alsnog te beantwoorden?

3

Met welke middelen (bijvoorbeeld schepen, vliegtuigen vanaf bases) worden deze inlichtingen verzameld? Gaat het hierbij om inlichtingen in het kader van drugsbestrijding en/of terrorismebestrijding? Zo neen, in welk kader dan wel?

Antwoord

Antwoord van minister Van Middelkoop (Defensie). (Ontvangen 3 september 2007)

1

Ja.

2

Ik heb kennis genomen van de uitspraken van Vice-Admiraal Kelder, waaronder de hypothese: «Als wij in het oosten van de Middellandse Zee of voor de kust van Colombia intelligence verzamelen, ruilen we die met de Amerikanen voor inlichtingen over misschien wel Afghanistan».

Ik ben niet van mening dat deze uitspraak in tegenspraak is met mijn antwoorden op de kamervragen die u heeft gesteld over het verzamelen van inlichtingen in het Caribische gebied.

3

Zie het antwoord op vraag 1.


XNoot
1

 Aanhangsel handelingen, nr. 2193, vergaderjaar 2006–2007.

XNoot
2

 NRC Handelsblad, 7 augustus 2007 «Tomahawks had ik graag gehad».

Naar boven