Aanhangsel van de Handelingen
Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden
2
Vragen van het lid De Wit (SP) aan de minister van Justitie
over de aanpak van illegale handel in persoonsgegevens. (Ingezonden 17 juli 2006)
1
Is het waar dat het Openbaar Ministerie onlangs de aangifte heeft geseponeerd
tegen onder andere de banken ING, ABN Amro en de advocatenkantoren Houthoff
Buruma, Nauta Dutilh en de landsadvocaat Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn
vanwege het opdracht geven aan een informatiebureau tot het achterhalen van
privé-gegevens, terwijl inmiddels vast is komen te staan dat dat informatiebureau
op illegale wijze te werk ging?1 Kunt u toelichten op welke
gronden dit sepot heeft plaatsgevonden?
2
Is het waar dat er tot op heden nog nooit een persoon of rechtspersoon
is vervolgd vanwege het opdracht geven tot het op illegale wijze achterhalen
van privé-gegevens?
3
Deelt u de mening dat de personen en rechtspersonen die opdracht geven
tot het achterhalen van privé-gegevens, terwijl duidelijk is dat dit
alleen op illegale wijze kan gebeuren, in belangrijke mate verantwoordelijk
zijn voor de strafbare feiten die worden begaan door informatie- en recherchebureaus
bij het achterhalen van de verlangde gegevens, omdat zij door hun opdrachten
vraag creëren? Zo ja, wat gaat u doen om te voorkomen dat personen en
rechtspersonen zich vrij voelen om opdracht te geven tot het achterhalen van
privé-gegevens, ook al is duidelijk dat dit alleen op illegale wijze
kan gebeuren?
4
Bent u bekend met de website van het informatiebureau Goderie van Groen
BV, www.creditinfos.com? Is het waar, zoals de woordvoerder van het CBP in
het reeds aangehaalde artikel meldt, dat dit bureau weliswaar persoonsgegevens
verwerkt, maar zich, in strijd met de Wet Bescherming Persoonsgegevens, niet
heeft ingeschreven in het WBP-meldingenregister? Deelt u de mening dat op
de website van het informatiebureau Goderie van Groen BV diensten op het gebied
van het achterhalen van privé-gegevens worden aangeboden, waarvan duidelijk
is dat zij alleen op illegale wijze kunnen worden uitgevoerd? Zo ja, acht
u het wenselijk dat dit informatiebureau, blijkbaar zonder enige tegenwerking,
openlijk diensten kan aanbieden die in strijd zijn met de wet?
5
Wat is uw reactie op de opmerking van de woordvoerder van het CBP dat
veel bedrijven worstelen met gebrekkige toegankelijkheid van informatie en
daarom informatiebureaus als Goderie van Groen BV inschakelen? Acht u het
wenselijk dat bedrijven meer mogelijkheden krijgen om privé-gegevens
op een legale manier op te vragen? Zo ja, aan welke mogelijkheden denkt u?
Zo neen, wat gaat u doen om de illegale handel in privégegevens tegen
te gaan?
Antwoord
Antwoord van minister Donner (Justitie). (Ontvangen
20 september 2006), zie ook Aanhangsel Handelingen nr. 1995, vergaderjaar
2005–2006
1
De in het artikel in het internettijdschrift Netkwesties, naar welk artikel
de vragensteller verwijst, genoemde persoon heeft aangifte gedaan tegen een
groot aantal rechtspersonen die volgens hem opdracht hebben gegeven voor het
vergaren van persoonsgegevens en die in zijn visie daarmee strafbaar hebben
gehandeld. Het Openbaar Ministerie heeft deze aangifte tegen voornoemde rechtspersonen
geseponeerd omdat zowel uit bewijstechnisch-, als uit opportuniteitsoogpunt
onvoldoende aanleiding bestond strafrechtelijk onderzoek te doen. Deze sepotbeslissingen
kunnen op grond van artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering ter toetsing
worden voorgelegd aan het Gerechtshof. Wel loopt er thans nog een strafrechtelijk
onderzoek tegen natuurlijke personen.
2
Nee, het Openbaar Ministerie vervolgt wel degelijk (rechts-)personen ter
zake van het medeplegen van oplichting en ter zake van heling van op illegale
wijze verkregen persoonsgegevens. In de zaak tegen een handelsinformatiebureau
is in eerste aanleg een veroordeling uitgesproken en er is hoger beroep ingesteld.
3
Indien het Openbaar Ministerie aanwijzingen heeft dat een informatie-
of recherchebureau strafbaar heeft gehandeld bij het verkrijgen van privé-gegevens
en het vermoeden rijst dat een opdrachtgever daaraan strafbaar heeft deelgenomen
kan het Openbaar Ministerie beslissen tevens de opdrachtgevers in een concreet
geval strafrechtelijk te vervolgen.
4
Ja, de website is mij bekend. Ja, het klopt dat het informatiebureau Goderie
van Groen BV niet ingeschreven staat in het meldingenregister. Het enkele
vermelden en aanbieden van diensten op de website van informatiebureau Goderie
van Groen BV geeft onvoldoende aanknopingspunten voor de constatering dat
dergelijke diensten enkel door handelen in strijd met de wet kunnen worden
geleverd. Voor de vaststelling dat er sprake is van overtreding van de Wet
bescherming persoonsgegevens is het nodig een feitenonderzoek in te stellen.
5
De Wet bescherming persoonsgevens bepaalt welke bedrijven voor welk doel
over bepaalde persoonsgegevens mogen beschikken. Uit de praktijk blijkt dat
bepaalde bedrijven of rechtspersonen interesse hebben voor meer of andersoortige
privégegevens dan op grond van de wet is toegestaan. Echter, er is
een keuze gemaakt tussen privé gegevens waarover bedrijven mogen beschikken
en privé gegevens die naar mijn opvatting terecht buiten het bereik
van bedrijven of rechtspersonen vallen. Ter bescherming van de privacy van
burgers acht ik het onwenselijk dat bedrijven of rechtspersonen de beschikking
krijgen over allerlei privé-gegevens van burgers. Bedrijven dienen
zich aan de wet te houden en dat geldt evenzeer voor informatiebureaus. Op
grond van de wet bescherming persoonsgegevens heeft het CBP de mogelijkheid
(artikel 60 wbp) de meldingsplicht te controleren en bij overtreding een bestuurlijke
boete op te leggen. Ik zal het CBP verzoeken hiertegen op te treden. Indien
blijkt dat er sprake is van (opdracht geven tot) illegaal achterhalen van
persoonsgegevens zal het Openbaar Ministerie een strafrechtelijk onderzoek
instellen en indien er voldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is
in beginsel tot vervolging overgaan.
XNoot
1 Zie het artikel «Privé-informatie nog steeds makkelijk
te koop», gepubliceerd op 1 juli 2006 in het internettijdschrift Netkwesties,
http://www.netkwesties.nl/editie143/ artikel3.html.